| 21 april H.Anselmus, bisschop en kerkleraar |
| Anselmus
werd in het jaar 1033 geboren te Aosta in Piemonte (Noord-Italie). Zijn ouders
waren van adellijke afkomst. Zijn verstandhouding met zijn vader was niet te
best. Deze verslechterde meer na de dood van zijn moeder. Als
vijftien jarige jongen wilde hij opgenomen worden in een naburig klooster. Zijn
vader echter verhinderde dit. Anselmus verliet de ouderlijke woning en vertrok
naar familie in Bourgondie. Hij voelde zich aangetrokken door de prediking en
de leer van de monnik Lanfranc
in het Benedictijnenklooster in Le
Bec. Lanfranc had hier veel leerlingen om zich heen verzameld. Anselmus trad
in 1060 in het klooster na enkele jaren werd Anselmus een van de beroemdste
geleerden van die tijd. In 1063 werd hij prior en 15 jaren later, na de dood
van de abt, werd hij zijn opvolger. Hij toonde een grote ijver voor het monastieke leven en gaf zijn medebroeders theologie. In Engeland was Anselmus geen onbekende, daar Willem de Veroveraar (een Normandier) in 1066 Engeland veroverd had en Anselmus vele relaties tussen de Engelse kerk en de abdij van Le Bec onderhield. Na zijn overtocht naar Engeland werd Anselmus in 1092 tot aartsbisschop van Canterbury aangesteld en volgde zo zijn leraar en medebroeder Lanfranc op. Een periode van onafgebroken strijd brak voor Anselmus aan. Hij begon aan de hervorming van de geestelijkheid die toen in verval dreigde te geraken en daarnaast kwam hij op voor de rechten en de vrijheid van de Kerk. Deze strijd beroofde hem van zijn goederen en waardigheden en maakte van hem een banneling. Hij steunde paus Urbanus II (1088 - 1099) tijdens het concilie te Bari tegen de Griekse dwaalleer en legde de Oosterse bisschoppen het zwijgen op. (16 juli 1054 Oosters Schisma. Kardinaal Humbertus legt de veroordelingsbul op het altaar van de Hagia Sophia). In het jaar 1106 keerde hij weer uit de ballingschap naar Engeland terug. Hij vond het volk aan zijn kant en vanaf die tijd zouden de bisschoppen de tekenen van hun waardigheid (ring en staf) niet meer uit handen van een wereldlijke vorst ontvangen. Tijdens het concordaat van Worms, in het jaar 1122, werd deze regeling, door Anselmus ingesteld, voor de gehele kerk verplicht en kwam er een einde aan de bittere investituurstrijd. (Gregoriaanse hervormingen, begonnen met paus Leo IX). De geschriften van de heilige Anselmus leggen een schitterende getuigenis af van zijn grote geest en zijn heiligheid, en bezorgden hem de naam van "de vader van de scholastiek". Na een korte ziekte overleed hij op 21 april 1109 en werd hij begraven in de kathedraal van Canterbury. In het jaar 1494 werd hij door paus Alexander VI (aug 1492 - aug 1503) heilig verklaard en werd hij in het jaar 1720 door paus Clemens XI (1700 - 1721) tot kerkleraar verheven. |