5 augustus   Kerkwijding van de basiliek van Maria de Meerdere

Onder paus Liberius (352-366) besloot de Romeinse patriciër Joannes Sicininus met goedvinden van zijn echtgenote, omdat ze kinderloos waren, de Maagdelijke Moeder van de Heer tot erfgename aan te stellen van hun groot vermogen. Daarom smeekten zij Maria dringend, dat haar wil hun op een of ander wijze zou worden meegedeeld, waaraan ze hun vermogen moesten besteden. M

Maria verhoorde hun gebed en gaf een teken door het volgende wonder: op 5 augustus, een tijd dat het in Rome zeer warm is, werd in de nacht een deel van de Esquilijnse heuvel (een van de zeven heuvelen waarop Rome gebouwd is) met sneeuw bedekt. In diezelfde nacht maakte de Moeder Gods in een droom aan beide echtgenoten als haar wens kenbaar om op de plek van de sneeuw een kerk te laten bouwen ter ere van haar. In die zin wilde zij hun erfgename zijn. De patriciër deelde dit droombeeld mee aan de paus, die dezelfde droom had gehad. Daarop trok Liberius, vergezeld van geestelijkheid en volk in processie naar de heuvel en wees de plaats aan voor het bouwen van de Mariakerk.