5 februari  H.Agatha, maagd en martelares
Rond het jaar 225 werd Agatha in Catania op Sicilie uit adellijke ouders geboren. De stadhouder Quintianus was verliefd op haar, maar haar liefde ging geheel uit naar Christus. Zeer ontdaan door haar standvastigheid liet hij haar door een koppelaarster verleiden tot onverantwoorde daden. Maar Agatha hield stand en in woede ontstoken liet hij haar in de kerker werpen. De meest wrede folteringen moest zij ondergaan. Beide borsten werden haar afgesneden en zij werd met laaiende fakkels verbrand. De legende verteld dat de heilige Petrus haar verscheen en dat alle wonden door hem genazen. De dag daarop werd zij over scherven en door hete kolen gesleept en bezweek ze aan haar verwondingen op 5 februari 254. 
Een jaar na haar dood werd de stad Catania (waar Agatha begraven lag) door een uitbarsting van de vulkaan de Etna bedreigd. Door de lijnwaad van de martelares werd de dreigende lavastroom tegengehouden en werd de stad voor een ramp gered. Agatha is daarom de patrones tegen alle gevaar van vuur. Haar sluier wordt in Catania als reliek bewaard.
Agatha (de 'Goede') is een van de vier grote maagdenmartelaressen van de Romeinse Kerk. In de Romeinse Canon I staat haar naam  samen met Cecilia, Lucia en Agnes.

Patrones van:
Pleegmoeders, goudsmeden, herderinnen, klokkengieters, mijnwerkers, hongerlijders.
Patrones tegen: Borstkanker, borstontstekingen, aardbevingen, onweer, vuur, ongelukken.