| Jacintha
werd geboren op 11 maart 1910 in het dorpje Aljustrel, gelegen in het
bisdom Leiria-Fatima. Haar ouders waren eenvoudige Godvrezende mensen. Al
op vroege leeftijd was zij bekend met de verering van Maria. Ze stond
bekend als een meisje met een moeilijk temperament. Ze was eigenzinnig,
overgevoelig en betweterig, zo vertelt haar nicht Lucia. Ze was een meisje
dat haar zin wist door te drijven In haar dagelijkse leven hield zij zich
bezig met het hoeden van schapen en geiten. Samen met haar twee jaar
oudere broertje Francesco. Nadat zij getuige is geweest van de verschijning
veranderd haar karakter helemaal. Alleen als ze wil vertellen over de Dame
dan komt haar aard weer naar boven. Ofschoon ze alledrie afgesproken hadden
thuis niets van de verschijning te vertellen, was het Jacintha die reeds
binnen de dag vol enthousiasme begon te vertellen wat hun overkomen was.
Ze leefde geheel volgens de geboden en schroomde zich niet om de vriendjes
en vriendinnetjes, ja zelfs volwassenen, op hun zonden te wijzen.Tijdens
de korte periode dat zij gevangen gezeten hadden kon zij de medegevangenen
overhalen om met haar de rozenkrans te bidden. Precies zoals zij aan Maria
beloofd hadden. De ruwe bolsters knielden naast het kleine meisje en baden
de rozenkrans mee. Samen met haar broertje Francesco ontving zij tijdens
de verschijning van de engel de heilige Communie. Ze mochten de hemel zien
en de hel en zij werd, zoals haar voorzegd was, voor haar leeftijd van de
eerste heilige Communie, tot de Vader terug geroepen. Zij stierf op 20
februari 1920 in alle eenzaamheid in een ziekenhuis in Lissabon. Precies
zoals de Maagd het voorzegd had. Op 13 mei 1999 werd zij, samen met haar
broertje Francesco door paus Johannes Paulus II zalig verklaard. |

|