× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 749?  Thuriau van Bretagne

Info afb.

Thuriau (ook Dourien, Thivisio, Thuriaf, Thuriaff, Thurial, Thurian, Thurianus, Thurien, Thurio, Tourian, Turiaf, Turiau, Turian, Turiaw, Turien, Turio, Urbgen, Uriac, Uriau of Urien) van Bretagne; bisschop; † eerste helft 8e eeuw (749?).

Feest 13 juli.

Thuriau is een echte Breton. Hij wordt halverwege de 7e eeuw geboren, maar over de exacte plaats verschillen de bronnen van mening. Volgens de een stond zijn wieg te Baulon, gelegen ten oosten van het bos van Brocéliande, beroemd geworden door Merlijn. Anderen menen dat het gaat om Ballon, bekend geworden door klooster Lanvollon; hij zou daar geboren zijn op het landgoed Trécoët.

Ook over zijn jeugd bestaan er verschillende opvattingen. Men is het erover eens dat zijn vader en moeder, Lelian en Mageen, grote kudden vee bezitten, en dat de kleine Thuriau zelfs niet leert lezen. Volgens de ene opvatting moet hij van kleins af aan meehelpen de kudden van zijn ouders te hoeden, en zit er voor een herdersjongen van die tijd een opleiding in lezen en schrijven eenvoudig niet in. In het naburige klooster krijgt hij tussen de bedrijven door toch een beetje les in grammatica en zingen.

Andere bronnen weten te vertellen dat hij als jongen van huis wegloopt en in dienst treedt van een heer voor wie hij de kudden mag hoeden. Van een of andere kerkelijke persoon zou hij intussen wat les hebben gekregen. Hoe dan ook, hij heeft een mooie stem; daarmee trekt de knaap de aandacht van bisschop Tiërnmaël (ook Armail of Armanhel) van Dol, wanneer deze op bezoek is.

Het Dictionnaire des Saints Bretons noemt een Sint Tiernvael (of Tiermael) op 29 februari, met als enige bijzonderheid dat hij aldus in oude boeken voorkomt. Garaby (p:428) noemt hem Armahel, Armael of Armel en plaatst hem op 26 februari en geeft als jaar van overlijden 663. Zou de 29 februari van het Dictionnaire des Saints Bretons een van de vele slordigheden zijn? Lobineau (1p:xlii) noemt hem als voorganger van Sint Thuriau, maar zonder feestdag.

De bisschop neemt de jongen mee naar zijn eigen klooster in Dol, St-Samson, en ziet er persoonlijk op toe dat hij een goede opleiding krijgt. Het kind is oplettend en leergierig. Hij wordt monnik en blijkt een toonbeeld van religieuze geest. Als de bisschop zijn krachten voelt afnemen, benoemt hij dan ook de voormalige herdersjongen tot zijn opvolger. Daarmee krijgt Thuriau niet alleen de leiding over de gelovigen, maar wordt hij ook overste van de kloosters in zijn bisdom.

Hij staat bekend als een zachtmoedige bisschop met hart voor zijn mensen. Dat belet hem niet zonodig bijzonder streng op te treden. Zoals in het geval van heer Riwallon, die het door Sint Maoc gestichte klooster te Tremeheuc had verwoest.

Maoc (of Mieu: † 6e ? 7e eeuw; feest 2 november) is een leerling geweest van Sint Samson van Dol († 565; feest 28 juli).

Thuriau gaat er persoonlijk op af in gezelschap van twaalf monniken. Riwallon slaat de schrik om het hart.

Volgens sommigen vanwege het feit dat koning Judicaël van dat gebied, Domnonée, erom bekend stond dit soort misdaden bijzonder streng te straffen. Maar deze koning leefde zo'n honderd jaar eerder...

Naar het schijnt was heer Rivallon tot zijn wandaad gekomen, omdat het klooster op dat moment leeg stond. Zoals menig tijdgenoot ging hij ervan uit dat de goederen dan gewoon aan de heer van dat gebied vervielen. Maar toen hij er op af ging, bleek de kloosterpoort hermetisch gesloten. Uit machteloze woede had hij het in brand gestoken.

Hij trekt dus het boetekleed aan, betoont berouw en belooft zeven jaar lang boete te doen, het klooster zeven keer zo rijk en groot weer op te bouwen en zeven nieuwe evangelieboeken te laten afschrijven.

Sint Thuriau is gestorven op de 13e juli van een onbekend jaar. Oude bronnen geven het jaar 749.

Verering & Cultuur

Hij wordt bijgezet in de kathedraal van Dol. Tijdens de invallen van de Noormannen worden zijn relieken overgebracht naar de kloosterkerk van St-Germain-des-Prés in Parijs, zodat hij zelfs in die stad enige verering geniet wat voor een Breton uitzonderlijk schijnt te zijn. Er wordt verteld dat er in later tijden een brand uitbrak in het Parijse klooster. Daarop riepen de monniken plechtig de hulp in van Thuriau’s relieken. Het vuur doofde. Zo staat het althans afgebeeld in een gebrandschilderd raam in de kerk van de Bretonse plaats Plogonnec (Finistère). Tijdens de Revolutie zijn die relieken verloren gegaan. Een gedeelte ervan is in de 13e eeuw terecht gekomen in de kathedraal van Chartres; maar ook dat deel is tijdens de Revolutie vernietigd. Naar het schijnt bezit alleen de kerk van Quentin nog enkele overblijfselen van de heilige, gevat in een zilveren reliekschrijn in de vorm van een hoofd.

Hij is patroonheilige van de Bretonse plaatsen Baud, Berric, Coetlogon, Crac'h, Lanvollon, Plevin, Plogonnec (Finistère), Plougoumelen, Plounevez-Moëdec, Plumergat, Plumieux en Quentin (Côtes-du-Nord) en natuurlijk van de minstens zes Bretonse plaatsjes die naar hem genoemd zijn.

Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen de koorts en voor het verkrijgen van regen bij grote droogte. In Coetlogon is hij beschermheilige van het vee, in het bijzonder de varkens. Door de anekdote uit zijn jeugd dat hij ontdekt wordt door zijn mooie stem, zou hij een passende patroonheilige zijn voor Idols.

Hij wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, staf en mijter). Worden er scènes uit zijn leven weergegeven, dan betreft het meestal het moment waarop hij door zijn mooie zang bisschop Armails aandacht trekt en zijn corrigerend optreden tegen heer Rivallon.

[Aut.1986p:28; Cha.1995p:234-235; DSB.1979p:362» Urien; Gby.1991p:168; Lo2.1836p:235-242; Pzc.2002p:491; Rgf.1991p:491; Dries van den Akker s.j./2006.10.07]

Bronnen

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 10 aug 2010

VoorwoordLeeswijzer
Hoe wordt men heilig?Over de afbeeldingen
WoordenboekGastenboek
Bronnen