Overzicht BM  m Gastenboek m Vertel verder m Contact
Andreas 

        De website met meer dan 5545 heiligen, 4226 voornamen en 8548 afbeeldingen        

WelkomHeiligenMissaalheiligenHeiligenkalenderHeiligen op naamPatronatenVoornamen SJ Meer

† 1224  Christina de Wonderbare 


Info afbeeldingen
 Inhoud van deze pagina  Algemeen
De laatste loodjes
Verrijzenis
Overweging door Christina

Christina de Wonderbare (ook l'Admirable, the Astonishing, Mirabilis) van St-Truiden, België; kluizenares & mystica; † 1224.
Feest 24 juli.

Zij werd in 1150 geboren te Brustem bij Sint-Truiden. Ze stierf in het St-Catharinaklooster te St-Truiden.

Over haar bestaat, zoals haar naam al aangeeft, een wonderlijke legende.

Legende naar:
RIBADINEIRA, Petrus & ROSWEYDUS, Heribertus 'Generale Legende der Heylighen met het Leven Iesv Christi ende Marie vergadert wt de H.Schrifture, Oude Vaders, ende Registers der H.Kercke van Nievws vermeerdert ende Ghedeylt in tvvee Deelen T'Antwerpen by Hieronymus Verdussen inde Camerstraet inden Rooden Leeuw M.DC.XXXX [Tweede Deel]

De gedenkwaardige maagd Christina werd uit eerzame ouders geboren te Bruesthem bij Sint-Truiden. Toen haar ouders gestorven waren, droegen haar beide zusters haar op de beesten te hoeden. Hoewel zij dus het vervelendste werk moest doen, verliet Christus haar niet. Zij leidde het leven van een gewone onopvallend gelovige vrouw. Zo kwam zij te overlijden. Tijdens de uitvaartmis stond haar lijk zoals gebruikelijk midden in de kerk opgesteld. Plotseling richtte haar lichaam zich op en vloog als een vogel omhoog naar de balken in de zoldering van kerk. Daar bleef zij verder de hele mis. Maar toen gebood de priester haar streng naar beneden te komen. Zij keerde uiteindelijk met haar zusters naar huis terug. Toen zij weer wat op verhaal was gekomen, drongen haar vrienden en kennissen er bij haar op aan te vertellen wat zij gezien en doorstaan had. Daarop begon zij te vertellen.

'Op het moment van mijn overlijden hebben engelen mij meegnomen naar een donkere, naargeestige plaats waar veel mensen zaten. De folteringen die ik daar te zien kreeg, waren zo afschuwelijk en wreed dat ze met geen tong te uit te spreken zijn. Ik zag daar veel mensen die ik tijdens hun leven heb gekend. Ik had medelijden met deze zielen en ik vroeg waar we waren; ik dacht dat het de hel moest zijn. Maar mijn begeleiders gaven te kennen dat dit het vagevuur was, de plaats waar berouwvolle zondaars hun zonden moeten uitboeten. Daarop brachten ze mij naar de folteringen van de hel. Daar zaten ook mensen die ik kende. Tenslotte brachten ze mij naar het paradijs voor de troon van de goddelijke majesteit. Toen ik de Heer zag, werd ik vervuld met blijdschap. Ik verkeerde in de veronderstelling dat ik eeuwig bij Hem mocht blijven. De Heer kende mijn verlangen en sprak: "Mijn lieveling, je zult zeker met mij zijn. Maar ik houd je een keus voor: ofwel je blijft verder hier bij mij, ofwel je keert terug in je lichaam om boete te doen voor de onsterflijke zielen. Door je lichaam te pijnigen zul je alle zielen die je zojuist in het vagevuur hebt gezien, van hun pijnen kunnen verlossen. Bovendien zul je door je voorbeeld vele mensen tot mij kunnen bekeren. Daarna kom je terug bij mij en ik zal je vorstelijk belonen." Ik hoefde niet lang na te denken: ik antwoordde dat ik later terug zou komen. Daarop gaf hij zijn engelen bevel mij naar de wereld terug te brengen en de rest hebben jullie zelf gezien. Wees dus niet verbaasd als je mij vreemde dingen ziet doen, want het is God zelf die het aan mij heeft gevraagd.'

In deze woorden weerspiegelt zich de vroomheid van de late middeleeuwen. De dood en het uiteindelijke oordeel speelden een grote rol. Men stelde zich hemel, hel en vagevuur uiterst aanschouwelijk voor. De woorden van Christina worden God in de mond gelegd en aldus van een goddelijk gezag voorzien.

Men zou hierin een literair procédé kunnen herkennen. Het leven van Christina heeft indruk gemaakt en tegelijk veel vragen opgeroepen. Op deze manier wordt verteld dat dit haar roeping was, haar levensideaal dat zij van God had ontvangen.

Enige tijd later ging Christina alleen wonen. Zij voelde zich niet meer zo op haar gemak tussen de mensen. Zij verbleef in de wildernis.

Zij volgt hierin de woestijnmonniken na van de eerste eeuwen en duizenden kluizenaars, die de wildernis introkken. Zij namen een voorbeeld aan Jezus die zijn openbaar leven begon met een verblijf van veertig dagen in de wildernis.

Soms werd zij gezien in boomtoppen dan weer boven op een kerktoren.

Zij was in de ogen van de mensen 'wereldvreemd' geworden en woonde dicht bij God, aanschouwelijk voorgesteld in die hoge verblijfplaatsen.

Vandaar dat haar vrienden dachten dat zij van de duivel bezeten was geraakt. Met veel moeite wisten ze haar te pakken te krijgen en met kettingen vast te binden. Maar nu leed zij allerhande gebrek en vooral de mensen kon zij niet luchten. Met Gods hulp wist zij uiteindelijk te ontsnappen en opnieuw vluchtte zij de wildernis in. Hoewel zij haast doorzichtig was van magerte, leed zij toch zo nu en dan honger. Omdat de mensen haar zo tegenstonden, vroeg zij God of Hij haar te hulp wilde komen. Toen begonnen haar borsten, geheel tegen de loop van de natuur in, melk te geven. Daarmee hield zij zich negen weken lang in leven.

Negen weken duidt op een novene, een negen weken durende gebedsperiode. Het verhaal suggereert dat zij gevoed werd met inwendig voedsel, met datgene wat er in haar binnenste, in haar ziel was!

Om aan haar vrienden te ontkomen die haar nog steeds achterna zaten, nam zij de wijk naar Luik. Daar ontving zij het Heilig Sacrament uit de handen van een priester. Onmiddellijk deden zich vreemde verschijnselen bij haar voor. Met een collega probeerde hij haar te pakken te krijgen. Ze vluchtte in de richting van de Maas. Zij veronderstelden dat ze daar vast zou lopen, maar tot hun verbazing zagen ze hoe zij van de oever af het water instapte en er aan de andere kant weer ongedeerd uitkwam.

Een wonder dat een beetje aan Jezus deed denken, die immers over het water wandelde, en ook sterker was dan de krachten die ten dode voeren.

Toen begon Christina te doen waarom zij door God naar hier teruggestuurd was: zij begaf zich in gloeiende vuurovens en had zo alle pijnen te verduren die wij mensen te verduren hebben. Zij schreeuwde het uit van de pijn. Maar toen zij weer naar buiten kwam, bleek zij er niets van overgehouden te hebben. Als zij geen vuurovens vond, wierp zij zich in de haardvuren van de huizen. Of ze stak er alleen haar handen of voeten in. Zij hield dat zo lang uit dat ze bij een normaal mens allang tot as zouden zijn verbrand, maar hier betrof het een wonder. Een andere keer stapte zij ook in een ketel met kokend water, zodat het water wel tot haar borsten reikte of tot zo hoog als de rand van de ketel kwam. Over de lichaamsdelen die er boven uitstaken goot zij dan juist koud water, waarbij ze uitgilde als een barende vrouw. En als er uitkwam, vertoonde zij geen enkel letsel. 's Winters bleef zij wel zes dagen of langer in de Maas onder water. Maar de priester die verantwoordelijk voor haar was, kwam dan op de oever van de rivier staan en gelastte haar in de naam van Christus er uit te komen. Wat zij dan deed. Ook zag men haar 's winters wel onder de raderen van een watermolen staan. Dan stroomde het water over haar hoofd en haar hele lichaam. Of zij kwam in het water aangezwommen en viel dan met het water op het rad van zo'n molen. Maar ook daarna was er aan haar niets bijzonders te zien. Zelfs onderging zij wel dezelfde kwellingen als moordenaars die tot het rad veroordeeld zijn. Ook na zulke dingen was er aan haar niets gebroken. Zij hing zich wel eens op aan een galg temidden van de dieven, en bleef dan zo één of twee dagen hangen. Soms daalde ze af in de grafkelders der doden en beweende daar de zonder der mensen.

In de ogen van normale mensen worden hier de meest vreemde dingen van de heilige verteld. De vraag is, wat de middeleeuwse verteller er voor tekenen van heiligheid in meende te herkennen. De bedoeling schijnt in ieder geval te zijn dat zij deel heeft aan het lijden van de mensen, verzinnebeeld in de hete vuren waarvoor zij komt te staan, ja waar zij zich zelfs in begeeft (ze worden haar na aan de schenen gelegd); die vuren zijn vaak de haardsteden van de mensen! Het koude water moet wel dezelfde gevoelswaarde hebben, evenals de raderen waartussen zij terechtkomt (zegswijze: voor in de knel komen), en de straffen van de misdadigers waarin zij deelt (vgl. daarbij onze uitdrukking 'opgroeien voor galg en rad').

Aan deze vreemde verschijnselen kwam pas een einde door toedoen van een zekere zuster Beatrijs. Zij bracht haar weer een beetje onder de mensen. Toen werd Beatrijs ziek, en Christina nam haar verzorging op zich. In die periode stierf ze voor de tweede keer. Maar omdat nu Beatrijs zonder verzorging achterbleef, keerde ze andermaal tot het leven terug en verpleegde haar tot haar dood. Daarna stierf Christina voor de derde keer, en - zegt de legende - nu om voorgoed in het eeuwig leven te worden opgenomen.

Interpretatie van de legendes van Christina van Sint-Truiden

Hoewel het hier op het eerste gezicht bizarre verhalen betreft, waarvan de moderne lezer meteen zal denken, dat ze niet echt gebeurd kunnen zijn, is het goed om er op dezelfde manier bij stil te staan als bij de verhalen uit de bijbel. Ze vragen om een uitleg, die enerzijds recht doet aan de middeleeuwse mentaliteit en anderzijds aan ons gevoel voor realiteit.

Dan merken we in ieder geval op, dat Christina twee keer aan een nieuw leven is begonnen. Zo gezien staat er, dat ze aanvankelijk een onopvallend leven leidde. Dat was het eerste gedeelte van haar leven.

Vervolgens leidt ze het leven van een kluizenaar in de bossen rond Sint-Truiden; een wereldvreemde vrouw is ze geworden. Ze beangstigt zelfs de mensen, en is ongrijpbaar geworden. In het verhaal van haar opstanding uit de dood wordt dan uitgelegd dat haar nieuwe leven wordt geďnspireerd door het verlangen zielen uit het vagevuur te redden. Dat vraagt kennelijk een andere levenswijze dan de gewone manier van leven, zoals ze die tot nog toe had gepraktiseerd.

De tweede verandering in haar leven vindt plaats in de vorm van de verzorging van een zieke. Daaraan wijdt zij al haar zorg, tijd en aandacht. Ze geeft er zelfs haar vroegere, wereldvreemde levenswijze voor op. Ook dat wordt weer beschreven in termen van sterven en verrijzen.

Zo gezien, staat Christina op de drempel van de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd.

In de Middeleeuwen werd een heilige gekenmerkt door zijn persoonlijke strijd met de duivels en de machten in de eenzaamheid van de cel, de kluis of het klooster. Vanaf de derde eeuw in Egypte (Antonius abt), via de vierde eeuw in Kappadocië (Basilius en Macrina) en Frankrijk (Martinus), de zesde eeuw in Ierland (Kolumba) , en de daaropvolgende eeuwen in Bretagne en tenslotte in de gehele christenheid van het oosten en het westen trekken gelovigen de 'woestijn' in om hun gevecht te leveren met de machten van het kwaad. Daarmee volgen ze Jezus na, toen Hij veertig dagen vastte in de woestijn.

Maar in de Nieuwe Tijd - vanaf 1300 - is een heilige iemand die bijzondere zorg heeft voor de naaste (vgl. Elisabeth van Thüringen enz.). De nadruk ligt dan niet meer op de bijzondere mystieke gaven en de wonderen, hoewel die niet afwezig hoeven te zijn, maar op de dienst aan de medemens. Nu wordt Jezus nagevolgd in zijn dienst aan de armen: hongerigen, dorstigen, daklozen, naakten, gevangenen, zieken en 'doden' in alle betekenissen van dat woord.

Het zijn precies die twee vormen van heiligheid die Christina tijdens haar wonderbare leven achtereenvolgens doorlopen heeft.

'De Laatste Loodjes'
Voor PROFIEL 2

Eigenlijk wordt ons het leven van de heilige Christina de Wonderbare van Sint-Truiden gepresenteerd als 'de laatste loodjes'. Zij stierf op 24 juli van het jaar 1224. In de middeleeuwen genoot zij grote verering in heel Europa. Eerst vertellen we haar wonderlijke verhaal. Daarna proberen we te verstaan wat ons erin wordt voorgehouden.

Legende van Christina de Wonderbare van Sint-Truiden.

Van haar is niets bijzonders te vertellen tot op het moment van haar dood. Want in de kerk waar de uitvaartmis werd gelezen, ging ze plotseling rechtop de baar zitten en vloog vervolgens de gewelven in. Ze kwam pas naar beneden op uitdrukkelijk bevel van de pastoor. Om opheldering gevraagd verklaarde zij dat zij in het hiernamaals een kijkje had mogen nemen in hel, vagevuur en hemel. Men had haar de keus gelaten: meteen naar de hemel of nog een keer terugkeren op aarde om via een boetvaardig leven de redding te bewerkstelligen van een aantal zielen uit het vagevuur. Ontdaan als ze was over wat ze gezien had koos ze voor het laatste.

Ze trok zich terug in de bossen rond Sint-Truiden, en leidde als kluizenares een leven van vasten en gebed. De mensen vertelden vreemde dingen over haar. Ze zou soms boven op de kerktoren, dan weer in de toppen van boven of op een molenwiek zijn waargenomen. Een enkele keer probeerde men haar op te sluiten, maar dan bleek ze de volgende dag weer door de bossen te dwalen, zingend en biddend. Hieraan kwam pas een einde door toedoen van een zekere zuster Beatrijs. Zij bracht haar weer een beetje onder de mensen. Toen werd Beatrijs ziek, en Christina nam haar verzorging op zich. In die periode stierf ze voor de tweede keer. Maar omdat nu Beatrijs zonder verzorging achterbleef, keerde ze andermaal tot het leven terug en verpleegde haar tot haar dood. Daarna stierf Christina voor de derde keer, en - zegt de legende - nu om voorgoed in het eeuwig leven te worden opgenomen.

Overweging bij de Legende

In het evangelie wordt van de Verloren Zoon (en van menig ander) verteld dat hij dood was en weer levend was geworden: hij was teruggekeerd naar de Vader. Ieder die gedoopt wordt, staat op uit de dood, in de taal van de christenen. In bovenstaand verhaal horen we hoe Christina sterft aan haar oude, onbetekenende leven en opstaat tot een nieuw leven in dienst van God. De middeleeuwer stelt het ons uiterst aanschouwelijk voor. (Het thema van de hel - 'verloren gaan' - speelt in de late middeleeuwen een grote rol; denk maar aan Jeroen Bosch en bv. aan al die kerkportalen waar het Laatste Oordeel staat afgebeeld). Maar zoals zo vaak met mensen die werk willen maken van hun geloof, wordt ze als wereldvreemd beschouwd. Ze onttrekt zich aan het leven van de gewone mensen. Ook dit wordt aanschouwelijk gemaakt met die kerktoren, boomtoppen en molenwieken. Merk op dat het steeds om verheven plekken gaat: dichter bij de hemel. Tenslotte maakt ze nog een tweede bekering ('opstanding') door, wanneer ze haar leven uiteindelijk in dienst stelt van een werk van barmhartigheid.

De Laatste Loodjes

Door haar keuze om zielen te redden (een prachtig levensdoel!) maakt Christina het zich niet gemakkelijk. Ze had het niet hoeven doen. Vanaf dat moment wordt haar leven een kwestie van 'laatste loodjes'. Ze wordt er zelfs eenzaam van. Maar er zit een perspectief achter: er ligt een ideaal aan ten grondslag. Nog meer 'laatste loodjes' volgen, wanneer ze de verpleging op zich neemt van Beatrijs. Ook nu had ze het niet hoeven doen, maar kiest ervoor, in dienst van de liefde tot God en voor de naaste. Die keuzes worden ons in het verhaal gepresenteerd als vormen van 'sterven' en 'verrijzen'.


Christina de Wonderbare van St-Truiden († 1224; feest 24 juli)
Voor Rond Zending 2007, april: Thema ‘Verrijzenis’

2

Eerst het wonderlijke verhaal van Christina. Daarna een uitleg.

Ze lag in de kerk opgebaard voor de uitvaart, toen ze plotseling rechtop ging zitten en naar de balken van de zoldering opvloog. Ze kwam pas naar beneden, toen de pastoor dat gebood. In de hemel had ze hel en vagevuur mogen zien met de afschuwelijke pijnen van mensen die zij vroeger gekend had. Haar was gevraagd of ze terug wilde keren naar het leven en door boetedoening mensen wilde behoeden voor dat verschrikkelijks. Vandaar. Sindsdien zwierf ze rond, werd soms gezien op torenspitsen en molenwieken. Was immuun voor kou en hitte; zwom bij winter rivieren over, en brandde zich niet aan vuur. Ze was broodmager en hield zich in leven met de dagelijkse eucharistie. Tenslotte stierf zij als een wereldvreemde kluizenares.

Maar weer kwam zij ten leven. Een gelovige vrouw heeft haar onder de mensen gebracht. Sindsdien verzorgde zij armen en zieken. Toen stierf ze voor de derde keer. Nu werd ze voorgoed in de hemel opgenomen.

We moeten bij deze verhalen een beetje middeleeuws denken. Wíj zeggen dat je hoog van de toren kunt blazen; een middeleeuwer láát je in het verhaal hoog van de toren blazen. Wíj kunnen een klap van de molen oplopen; een middeleeuwer láát je in het verhaal een klap van de molen krijgen, alsof het echt gebeurt; want dat ís ook zo. Ze was niet meer gevoelig voor het branden… van enige begeerte. Nu is het niet moeilijk uit te leggen dat de eucharistie haar in leven hield…

Zo gezien vertelt het verhaal van Christina dat zij tot twee keer toe aan een nieuw leven begon (opstond uit de dood); eerst door zich toe te wijden aan God, en wereldvreemd te worden. Is dat niet onze ervaring dat geloven door mensen vreemd wordt gevonden? Vervolgens doordat zij hulpbehoevenden ging helpen.


Christina de Wonderbare van Sint-Truiden
'Bericht van boven' KRO Radio 5 zondag 5 april 2009

...speel bestand af...

Hoewel het vandaag mijn feestdag niet is, hebben de collega-heiligen mij aangewezen iets te zeggen naar aanleiding van het naderende paasfeest. We herdenken Jezus' lijden, dood en verrijzenis. En ik wilde u de vraag voorleggen: 'Hebt u dat zelf al eens meegemaakt: verrijzenis uit de dood?' Ik wel. Maar de beschrijvers van mijn leven hebben er zo'n miraculeus verhaal van gemaakt, dat geen zinnig mens het nog kan geloven. Je kunt ze het niet helemaal kwalijk nemen: zo dacht men nu eenmaal in de dertiende eeuw.

Dit is wat zij over mij vertellen. Er valt niets bijzonders over mij te melden tot aan mijn dood. Maar tijdens mijn uitvaartmis richtte ik mij plotseling op van de baar en vloog naar de zoldering van de kerk. Ik kwam pas weer naar beneden toen de pastoor mij dat uitdrukkelijk gebood. Om uitleg gevraagd, vertelde ik hem dat ik aan de andere kant van de dood mensen had zien lijden in vuur; er waren nota bene mensen bij die ik tijdens mijn leven goed had gekend. Ik hoor nog hun gekerm. Dat was de uitboeting van hun zonden. Mij werd ook de hemel getoond. Een heerlijk oord waar jullie taal op aarde geen woorden voor heeft. Ik werd voor de keuze geplaatst: meteen naar de hemel, of terugkeren naar de aarde om daar mee te werken aan de verlossing van die zielen in het vuur. Ik koos natuurlijk voor het laatste.

Sindsdien vond mijn omgeving mij wereldvreemd. Ik liep met mijn hoofd in de wolken, zeiden ze; ja, ze vertelden zelfs dat ik op kerktorens en boomtoppen was waargenomen. Ze probeerden mij in een gekkenhuis geplaatst te krijgen, maar ik ontsnapte en vluchtte naar een bos, om in de eenzaamheid het leven van kluizenares te leiden. Ver weg van de mensen. Daar ontmoette ik een andere kluizenares, Beatrijs. Zij leerde mij dat ik het beste de zielen in het vagevuur kon helpen door zieken te verplegen, en mij te wijden aan armen en hulpbehoevenden. Beatrijs was trouwens zelf ernstig ziek. Maar voor ik haar kon helpen, stierf ik voor de tweede keer. Mensen die menen dat ze het weten kunnen, vertellen over mij dat ik toen in het hiernamaals zelf heb gevraagd om terug te mogen keren naar de aarde. Dan kon ik Beatrijs verzorgen tot aan haar dood. Zo gebeurde het. Ik verpleegde Beatrijs. Nadat zij gestorven was, stierf ik voor de derde keer en werd hier opgenomen in de hemel.

Wat zegt u? U vraagt zich af wat u met zo'n vreemd verhaal moet? Het zijn de vertellers die er een vreemd verhaal van hebben gemaakt. Wat is er gebeurd? Er is een moment in mijn leven geweest dat ik een drastische ommekeer heb doorgemaakt. Ik besloot te gaan leven volgens mijn geloof. Ach ja, wat de mensen daar allemaal van maken. Kent u zelf die ervaring niet? Als je je geloof serieus neemt, word je voor wereldvreemd aangezien. Je bent ongrijpbaar geworden voor de mensen: ze vinden je niet realistisch; zeggen dat je met de kop in de wolken loopt en niet met beide benen op de grond staat. Van mij zeiden ze zelfs dat ze me op boomtoppen en kerktorens hadden gezien... Zelf heb ik dat moment ervaren als een sterven aan mijn vroegere leven, waarin kerk en geloof mij volkomen onverschillig lieten. Ik was om zo te zeggen dood voor het geloof, en ben uit die dood opgestaan, verrezen tot een nieuw, gelovig leven.

Zo gek is die vergelijking niet. U herinnert zich vast wel het verhaal van de Verloren Zoon die tenslotte besluit naar zijn Vader terug te keren. Weet u nog wat die Vader zei: 'Mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden!' Of anders kent u misschien wel dat visioen van de profeet Ezechiël: hij moet preken voor een dal vol met dorre beenderen. Daar bedoelde hij slaven mee, die alle moed verloren hadden en meenden dat het leven voor hen niets meer in petto had. Dooie dienders dus. Hij mocht hun opstanding en nieuw leven in het vooruitzicht stellen.

Ik heb nog een tweede ervaring gehad van sterven en verrijzen. Het moment waarop Zuster Beatrijs mij leerde mijn gelovig leven in dienst te stellen van armen en zieken.

En u? Als u op uw leven terugkijkt? Het zou me verbazen als u geen momenten in uw leven hebt gekend die je met sterven en verrijzen zou kunnen aanduiden. Dan zou u dus op uw eigen wijze deelhebben aan de geheimen die wij komende Goede Week vieren.

Bronnen
  Al eens onze andere site: www.beeldmeditaties.nl bezocht?

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 23 nov 2014

Een greep uit wat deze website verder te bieden heeft:
VoorwoordLeeswijzerHoe wordt men heilig?VerantwoordingBronnenWoordenboek  
KerstafbeeldingenDe 12 apostelenPausenCitatenTante CatoArchiefTegelsBladwijzersNieuw
Tenslotte: een overzicht van alle hoofd- en submenu's van deze website