Overzicht BM  m Gastenboek m Vertel verder m Contact
Andreas 

        De website met meer dan 5540 heiligen, 4226 voornamen en 8496 afbeeldingen        

WelkomHeiligenMissaalheiligenHeiligenkalenderHeiligen op naamPatronatenVoornamen SJ Meer

† 305  Pantaleon van NicomediŽ met Hermelaus, Hermippus en Hermocrates 


Info afbeeldingen

Pantaleon (ook Panteleimon) van NicomediŽ, Klein-AziŽ; arts & martelaar met Hermelaus (ook Hermelaius, Hermelaos, Hermelius of Hermolaos), Hermippus en Hermocrates; Ü 305.

Feest 18 februari & 27 & 28 juli.

Biografie

Het leven van Pantaleon berust op legende. Hij zou geboren zijn uit een christelijke moeder en een heidense vader. Van jongsaf aan voelde hij zich aangetrokken tot de geneeskunst. Het was een christenpriester die hem het vak leerde. Hij zou vele wonderbaarlijke genezingen tot stand hebben gebracht. Tenslotte bracht hij het tot lijfarts van de keizer en diens vrouw. Uit jaloezie werd hij door afgewezen collega's bij de keizer aangeklaagd: hij was christen en dat was tegen de Romeinse wetten. De keizer liet hem gruwelijke martelingen ondergaan. Tenslotte werd hij onthoofd.

De legende is echter veel uitvoeriger.

Legende

In de tijd dat Diocletianus en Maximianus aan het hoofd van het Romeinse Rijk stonden, leefde er in de stad Istodonia een senator die een gezegend kind bezat. Het heette Pantaleon. Zijn moeder zou in het geheim Christus gediend hebben.

Volgens de oosterse traditie zou zijn moeder Eubula (= 'Goede Raad') geheten hebben, en zijn vader Eustorgius (= 'Vaderliefde'). Diocletianus en Maximianus regeerden van 285-307.

Zijn vader zag erop toe, dat zijn zoon zijn tijd niet nutteloos verdeed en hield hem af van alle ontucht. Daar gaf het kind graag gehoor aan. Nu had de keizer een kamerdienaar die een wijze dokter was. Hem vertrouwde men het kind toe met de bedoeling dat het van hem de dokterskunst leerde. Het leerde ijverig en graag. De dokter nam het kind vaak mee naar het paleis. En telkens als de keizer het mooie jongetje zag, zei hij:
"Het zou goed voor je zijn, wanneer je in rijksdienst zou treden."
Nu moest het kind herhaaldelijk naar een huis waar een heilig man woonde die Hermelius heette.

Op andere plaatsen wordt hij Hermelaos genoemd.

Deze begon van de jongen te houden; hij had bovendien van God de boodschap gekregen, dat er uit hem een goed mens zou groeien.
Vol liefde sprak hij dan ook: "Je zou je moeten laten dopen."
En hij leerde hem vele goede zaken. Het kind nam het allemaal in zich op, maar dopen: daar was nog geen sprake van.

In een andere legende wordt echter verteld, dat Pantaleon aanvankelijk een vurig christen was. Maar door de dagelijkse omgang met heidenen en hun gewoonten stompte hij af, en tenslotte verzaakte hij zelfs aan zijn geloof. Dit tot groot leedwezen van Hermelaos, die hem onophoudelijk weer op het goede pad probeerde te brengen. Wat hem tenslotte gelukte.

Op een keer ging Pantaleon uit wandelen. Opeens zag hij zomaar langs de weg een kind liggen, dat door een adder gedood was. Pantaleon schrok. Maar dacht tegelijk aan de woorden van Hermelius: 'Wie God wil dienen kan vragen wat hij wil en het zal hem gegeven worden.'
Hij mompelde bij zichzelf: "Als God mij als dienaar wil, dan moet Hij dit kind maar tot leven brengen."
Meteen daarop kwam het kind weer tot leven en zei:
"Je bent mij zeer genadig geweest."
Op dat moment barstte de adder open.
En Pantaleon zei: "We moesten maar naar Hermelius gaan om ons te laten dopen."
En ze gingen naar de heilige man en ontvingen allebei het doopsel.
Pantaleon was een sieraad voor het geloof en een goede dokter. Hij wou ook zijn vader zo ver zien te krijgen dat hij in Christus geloofde. Maar die bleef liever bij zijn waanideeŽn. Op een keer ging hij met zijn vader samen eropuit. Toen zagen ze een blinde. Pantaleon zei tot hem:
"Als je wilt geloven in onze Heer Jezus Christus, zal ik je ogen als nieuw maken."
De blinde zei: "Mocht ik het daglicht weer kunnen zien, dan zal ik in Jezus Christus geloven."
Toen legde Pantaleon zijn handen op de ogen van de blinde en zei:
"Lieve Heer, geef deze man zijn ogen weer terug omdat ik het wil; zo vraag ik u."
Toen werd de man ziende, en liet zich inderdaad dopen met heel zijn huishouding erbij. Tegelijk waren door dit wonder de blinde ogen van zijn vader opengegaan: hij geloofde.

Toen kwam de dag dat aan de keizer werd bericht dat Pantaleon christen was en vele wonderen deed. De keizer ontstak in woede en liet hem voor zich geleiden.
Hij sprak: "Hoe heb je het zover kunnen laten komen, dat je onze goden de rug hebt toegekeerd? Je bent zo edel en rijk. Des te meer reden om onze goden te aanbidden. Als je daartoe bereid bent, sta je voortaan bij mij in de gunst."
Op het moment dat de keizer dit zei, lag er ergens in de stad een man doodziek. Pantaleon kende hem en zei: "Keizer, al uw goden kunnen die man niet beter maken. U laadt schuld op u door het geloof van de christenen zo te versmaden."
Onmiddellijk daarop genas hij de man in naam van God. Op het zien daarvan werd de keizer woedend. Want - zo vreesde hij - op deze manier zou hij nog vele mensen tot bekering brengen!
Nu dienden de andere doktoren van de stad uit afgunst een aanklacht bij de keizer in tegen Pantaleon.

Ze zeiden: "Als u hem niet onschadelijk maakt, grote keizer, zal onze God Aeskulapios belachelijk gemaakt worden."
Toen gaf de keizer bevel Pantaleon met sterke banden vast te binden en hem vervolgens een flink pak slaag te geven. Daarop liet hij gloeiend lood brengen: dat werd net zo lang tegen zijn lichaam aan gehouden, tot hij onder de brandwonden zat. Maar in zijn lijden bad hij tot God. Daarop liet de keizer hem in de gevangenis werpen en verbood hem ook maar iets te eten of te drinken te brengen. Maar God zelf kwam hem in de gestalte van Hermelius troosten in zijn lijden. Hij genas hem zo volkomen dat het leek alsof hij nooit ook maar iets te lijden had gehad. Toen verdween hij. Pantaleon was er zeer blij mee en dankte God voor zo'n grote genade. Toen men de keizer berichtte dat Pantaleon in beste gezondheid verkeerde, werd de keizer woedend. Nu liet hij hem verdrinken. Maar de golven brachten hem weer aan land. Toen liet hij hem naar zijn dierentuin brengen. Daar had hij veel wilde beesten, vooral leeuwen en beren. Maar de dieren ontvingen hem vriendelijk, en gaven te kennen dat zij hem wilden dienen. Na een lang verblijf temidden van hen, werd hij er weer ongedeerd uitgehaald. Toen de mensen dat zagen waren er velen die zich lieten dopen. Op het bericht daarvan gaf de keizer bevel de heilige te doden. De dienaren bonden hem aan een droge olijfboom en bewerkten hem net zo lang met doorns tot het bloed overal van afdroop en zowel boom als bodem doordrenkt waren. Maar God huldigde zijn heilige met een prachtig teken. Waar het bloed stroomde, werd alles groen en mooi; en de dorre boom kwam tot bloei en droeg zoete vrucht. En waar zijn bloed maar heenging, bloeiden rozen, lelies en viooltjes. Op het zien daarvan liet zich weer veel volk dopen. En de heilige Pantaleon dankte God voor zoveel genade.

Nu was daar een edelman die zich zo aan dat teken van de bloemen ergerde, dat hij Pantaleons handen boven op zijn hoofd samenbond; vervolgens sloeg hij hem een grote spijker door zijn handen heen in zijn hoofd.
Hij zag op naar de hemel en zei: "Heer Jezus Christus, wees mij genadig, en maak een eind aan mijn martelgang. In uw handen beveel ik mijn geest."

Volgens sommige tradities werd Pantaleon ook nog eerst geradbraakt voordat hij werd onthoofd. In de legende van de oosterse kerk worden al deze martelingen achterwege gelaten. Het enige wat verteld wordt is dat de keizer Pantaleon ter dood veroordeelde. Daarop knielde de heilige neer in gebed en boog het hoofd. De beul dacht daar mooi gebruik van te maken en gaf hem een geweldige houw in de nek, maar het zwaard boog om als warme was. Pas nadat de heilige zijn gebed had beŽindigd en de beul vergiffenis had toegezegd, mocht de beul zijn werk afmaken. De onthoofding zou hebben plaatsgevonden onder een olijfboom; er vloeide geen bloed, maar melk.

Na deze woorden vloog zijn ziel naar buiten de eeuwige vreugde tegemoet. De heidenen namen zijn lijk en verbrandden het. Daarop kwamen de christenen om de as te verzamelen en te begraven in NicomediŽ.

[009]

Verering & Cultuur

Van oudsher geniet hij in de kerk van het oosten grote verering. Daar wordt hij Panteleimon genoemd ("Die barmhartigheid afsmeekt"), omdat hij vlak voor zijn terechtstelling nog tot God gebeden zou hebben voor zijn beul.

Hij wordt er beschouwd als 'grootmartelaar' en wonderdoener; tezamen met zijn leermeester Hermelaus behoort hij tot de zogeheten 'Anarguroi' (= 'De Onbaatzuchtige Artsen').

Reeds in de vijfde eeuw bouwde keizer Justinianus I in Constantinopel een kerk ter ere van de H. Panteleimon. Daarnaast wordt hij vereerd in (klooster-)kerken te Jeruzalem, in de woestijn bij de Jordaan, op de berg Athos, te Rome, waar vier kerken naar hem zijn genoemd, Keulen en VenetiŽ; daar ligt zijn kerk nog altijd in een volkswijk.

In de middeleeuwen zouden zijn relieken zijn overgebracht naar klooster St-Denis bij Parijs. Vervolgens kwam in 807 zijn hoofd naar Lyon. In 972 bracht bisschop Gero hem naar Keulen en plaatste hem in de kerk die al sinds de 7e eeuw was toegewijd aan 'De Drie Heilige Dokters' en van 950-964 onder leiding van bisschop Bruno (Ü 965; feest 11 oktober) werd herbouwd. Deze kerk en het bijbehorende klooster van St-Pantaleon kregen er grote bekendheid. Het is waarschijnlijk aan genoemde reliquie te danken dat te Keulen Pantaleons verering die van Cosmas en Damianus tenslotte volkomen overvleugelde.

In het romaanse cultuurgebied bevinden zich naast de genoemde plaatsen nog relieken van hem te Arles, Benevento, Borobia, Brindisi, Genua, Lucca, Oviedo, Porto, Ravenna, VenetiŽ (zilveren armreliek) Vercelli (een overblijfsel van zijn hoofd, daterend van 1460) en Verdun; in het Germaanse cultuurgebied te Andechs, Buchhorn, Petershausen, Salem, Unkel am Rhein (reliekhouder in de vorm van een zilveren borstbeeld uit de 2e helft van de 17e eeuw), Weissenau en Zwiefalten.

In het westen groeide hij uit tot ťťn van de Veertien Noodhelpers.

Bekende bedevaartoorden van St-Pantaleon zijn Bari, Lucca, Madrid, Napels, Parijs, Ravello bij Amalfi ten zuiden van Napels, Rome en VenetiŽ; in al deze plaatsen vereert men glazen ampullen, waarin zich bloed van de martelaar bevindt; elk jaar wordt het vloeibaar op zijn feestdag (net als dat het geval is met het bloed van de heilige Januarius te Napels). Bekende bedevaartsoorden in het Duitse taalgebied zijn o.a. Wilfingen bij Sšckingen, Oberrotweil en Kaiserstuhl (met paardeprocessie).

Hij is patroon van de Duitse stad Keulen en de Portugese stad Oporto. Hij is beschermheilige van artsen, chirurgen en apothekers; van kraamverzorgsters, vroedvrouwen, bakers en minnen (waarschijnlijk vanwege de melk die vloeide bij zijn onthoofding); ook van de huisdieren. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen hoofdpijnen, tuberculose, vermagering en vereenzaming; ook tegen sprinkhanenplagen en allerlei veeziektes.

In het oosten wordt hij afgebeeld als jonge man zonder baard; vaak met het kruis van zijn martelaarschap in de hand; of ook wel met zalfbusje en spatel.

In het westen meestal in de houding van zijn martelaarschap: vastgebonden aan een olijf- of palmboom met beide handen boven op zijn hoofd vastgespijkerd; of zoals op de kleine afbeelding hierboven met zijn definitieve martel-werktuig: de bijl.

[ 107; 108; 122; 132; 07.27; 229; 300p:334; 500; Dries van den Akker/2001.07.23]

Bronnen
  Al eens onze andere site: www.beeldmeditaties.nl bezocht?

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 23 nov 2014

Een greep uit wat deze website verder te bieden heeft:
VoorwoordLeeswijzerHoe wordt men heilig?VerantwoordingBronnenWoordenboek  
KerstafbeeldingenDe 12 apostelenPausenCitatenTante CatoArchiefTegelsBladwijzersNieuw
Tenslotte: een overzicht van alle hoofd- en submenu's van deze website