× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
431  Derde Oecumenische Concilie

Info afb.

Derde Oecumenische Concilie, gehouden te Efese; 431.

Feest 9 augustus (oosterse kerk) & 9 september.

Dit concilie vond plaats tijdens de regering van keizer Theodosius II (of de Jongere: 408-450). Er waren tweehonderd bisschoppen bijeen. Zij veroordeelden de leer van Nestorius, patriarch van Constantinopel. Hij meende dat Maria wel Moeder van Christus, maar niet Moeder van God kon worden genoemd. De concilievaders verklaarden plechtig dat Maria de eretitel toekwam van 'Theotokos' (= 'God-barend': 'Moeder van God').

Even een inzage in de wijze waarop zulke besluiten genomen werden...
---
Op het moment dat keizer Theodosius de bisschoppen bijeenriep, was de toenmalige christenheid aangaande de opvattingen over de persoon van Jezus grof gezegd verdeeld in twee grote kampen: het Antiocheense en het Alexandrijnse kamp. Aan de ene kant had je patriarch Johannes van Antiochië. Hij behoorde tot de Nestorianen, volgelingen van patriarch Nestorius van Constantinopel. Deze beweerde, dat Maria nooit Gods Zoon gebaard kon hebben. Jezus was immers alleen mens en niet God. De godheid had een tijdje in Hem gewoond en van Hem gebruik gemaakt. Maria kon bij gevolg nooit 'Theo-tokos' genoemd worden.
De keizer sympathiseerde met deze opvattingen.
Daartegenover stond patriarch Cyrillus van Alexandrië († 444; feest 28 januari). Hij hield onverkort vast aan de geloofsbelijdenis van Nicea (325). Daar werd de geloofsbelijdenis ('symbolum' = 'samenvatting') vastgelegd, zoals wij hem nog steeds bidden in de kerken. Hierin wordt van Jezus gezegd, dat hij én God én mens was: Hij verenigde in zich een goddelijke en een menselijke natuur. Dit was vooral gericht tegen de leer van Aríus (Arianen) en allerhande ketterijen, die dit op de een of andere manier loochenden.
Cyrillus was vanuit Alexandrië eerder in Efese aangekomen dan de tegenstanders uit Antiochië. Hij maakte hiervan gebruik door alvast de vergadering plechtig te openen. De aanwezigen kregen een brief voorgelegd, welke Cyrillus enige tijd terug aan Nestorius had geschreven en waarin hij onverkort vasthield aan 'Nicea'. Praktisch eenstemmig werd de opvatting van Cyrillus aangemerkt als de ware leer, inclusief de conclusie dat Maria terecht de titel 'Theo-tokos' werd toegekend. Nestorius werd veroordeeld en afgezet als patriarch van Constantinopel.

Toen de Antiochenen arriveerden, hoorden zij, dat de belangrijkste beslissing al was genomen. In een aparte zitting verklaarden zij de buiten hen om genomen besluiten ongeldig en sloten Cyrillus uit van de geloofsgemeenschap (excommunicatie). Intussen bleek dat de afgezanten van Paus Celestinus I († 432; feest 6 april), de bisschop van Rome, aan de kant stonden van Cyrillus.Ook de invloedrijke zus van keizer Theodosius sympathiseerde met deze opvatting. Zij wist haar broer geleidelijk aan te overtuigen van de juistheid van Cyrillus' opvattingen. Hij bekrachtigde daarop de besluiten van de eerste vergadering: Nestorius werd veroordeeld en afgezet. Waarop hij de vergadering ontbond en de bisschoppen weer naar huis stuurde.
De verzoening tussen beide groepen werd een kwestie van twee jaar lang delicaat onderhandelen. In 433 sloten de Antiochenen zich tenslotte bij Cyrillus' opvatting aan.
---

Het is niet zonder bedoeling en betekenis dat juist in Efese Maria voor het voetlicht werd gehaald. Efese was de voormalige bedevaartplaats van Artemis, godin van de liefde! Hoe grote plaats zij innam in het geloofsleven van de Grieken, valt nog duidelijk te horen in het 19e hoofdstuk van de Handelingen van de Apostelen.

In die tijd werd de Weg aanleiding tot grote opschudding. Een zekere Demetrius namelijk, een zilversmid die zilveren Artemistempeltjes maakte, verschafte daarmee aan de vaklui ruime verdiensten. Hij riep dezen en alwie verder in dit bedrijf werkzaam waren, bijeen en zei: “Mannen, gij weet dat onze welvaart van dit bedrijf afhangt, maar gij ziet en hoort dat die Paulus niet alleen in Efese, maar in bijna heel Asia [ = nagenoeg het huidige Turkije] veel mensen heeft weten om te praten door te zeggen: Goden die door mensenhanden gemaakt worden, zijn geen goden. Daardoor dreigt niet alleen het gevaar dat ons bedrijf gaat verlopen, maar dat ook de tempel van de grote godin Artemis alle achting verliest en zij die door heel Asia, ja door heel de wereld vereerd wordt, van haar grootheid wordt beroofd.”

Die tempel van Artemis was enorm van afmeting en telde twee verdiepingen zuilengalerijen. Zij lag aan de ingang van de haven. Wanneer je vanuit zee Efese naderde had je er een adembenemend zicht op. Zij gold in die tijd als een van de zeven wereldwonderen.

Toen zij dit hoorden, werden zij woedend en schreeuwden: Groot is Artemis van de Efesiërs! Heel de stad kwam in beroering en ze stormden als één man naar het theater, waarbij ze de Macedoniërs Gajus en Aristarchus, Paulus’ reisgezellen, meesleurden. Toen Paulus zich naar de volksvergadering wilde begeven, lieten de leerlingen hem niet gaan. Ook enige asiarchen [= machthebbers over bepaalde regio’s van Asia] die met hem bevriend waren, zonden hem een waarschuwing zich niet in het theater te wagen. Ondertussen verkeerde de vergadering in volslagen wanorde. Allen stonden door elkaar te schreeuwen, want de meesten wisten niet eens waarom ze bijeengekomen waren. Maar sommige Joden uit de menigte vertelden Alexander wat er gaande was en duwden hem naar voren. Alexander gaf met de hand een teken dat hij voor het volk een pleidooi wilde houden. Maar toen ze merkten dat het een Jood was, steeg uit aller mond één kreet op en ze schreeuwden bijna twee uur lang: Groot is de Artemis van de Efesiërs! De stadsschrijver bracht het volk tot bedaren en zei toen: “Mannen van Efese, wie ter wereld weet niet dat de stad Efese de behoedster van de tempel is van de grote Artemis en van haar uit de hemel gevallen beeld? Omdat dit niet te bestrijden valt, moet ge u rustig houden en niets voorbarigs ondernemen. Ge hebt deze mannen hier gebracht, ofschoon ze geen tempelschenders zijn en evenmin onze godin gelasterd hebben. Als Demetrius en zijn vakgenoten dus een aanklacht tegen iemand hebben, welnu: er worden rechtzittingen gehouden en er zijn proconsuls; laten beide partijen daar hun aanklacht indienen. Gaat uw eis nog verder, dan zal daarover in de wettige volksvergadering worden beslist. Wij lopen toch al gevaar van oproer beschuldigd te worden wegens die oploop van vandaag, waarvoor geen enkele reden bestond en die wij niet kunnen verantwoorden.” Na deze woorden ontbond hij de vergadering.
[Handelingen 19,23-40]

Na drie eeuwen geharrewar over de wijze waarop men de persoon van Jezus op de juiste manier onder woorden moest brengen, werd daar nu de consequentie uit getrokken voor de persoon van Maria: als het juist was om van Jezus te zeggen, dat Hij ook God was, dan was het gepast om Maria 'Moeder van God' te noemen.

Vanaf dat moment gaat Maria een steeds groter plaats innemen in de devotie van het christenvolk, en dus ook in de afbeeldingen en de verhalen.
Eén jaar na het concilie, in 432 dus, trad paus Sixtus III aan als bisschop van Rome († 440; feest 28 maart). Hij liet onmiddellijk het bescheiden Mariakerkje, dat een eeuw geleden door paus Liberius op de Esquilijnse heuvel was gebouwd, vergroten tot de nog altijd beroemde Santa Maria Maggiore: de vergrote Santa Mariakerk. Nog in datzelfde jaar werd de kerk reeds plechtig ingewijd.

In de Middeleeuwen ontstond er een legende rondom de bouwgeschiedenis van deze kerk. Maria zou aan een Romeinse edelman, Johannes of Giovanni geheten, de opdracht gegeven hebben om ter ere van haar een kerk in Rome te bouwen. Toen Giovanni haar vroeg waar deze moest komen te staan, gaf ze hem te kennen dat ze de plek met een wonder zou aanduiden. De volgende morgen - het was hartje zomer: 5 augustus - bleek er smetteloos witte sneeuw gevallen te zijn op de Esquilijnse heuvel: dat was dus de plaats die de Heilige Onbevlekte Maagd voor haar kerk had uitgekozen.
Sindsdien staat op de Romeinse feestkalender 5 augustus bekend als het feest van Maria ter Sneeuw.


Bronnen
[Dries van den Akker s.j./2007.09.04]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen