× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 929  Wenceslaus I van Bohemen

Info afb.

Wenceslaus I (ook Vaclav of Wenzel) van Bohemen, Stará Boleslav, Tsjechië; vorst & martelaar; † 935.
Feest 4 maart (overbrenging relieken) & 28 september.

Hij was een zoon van hertog Wladislaus (of Wratislaw) van Bohemen († 921) en hertogin Drahormira († 936) en moet geboren zijn rond het jaar 907. Van zijn oma, Ludmilla († 921; feest 16 september), kreeg hij een gedegen christelijke opvoeding. Zijn vader stierf toen de jongen dertien was. Moeder kwam in aanmerking om voor hem het voogdijschap uit te oefenen. Ook zij was het christelijk geloof toegedaan, maar intussen vervuld van een diepe haat jegens haar schoonmoeder. Werd die haat ook ingegeven door het feit dat zij door haar man gepasseerd was voor de opvoeding van haar zoon en dat deze was toevertrouwd aan diens moeder, haar schoonmoeder?

Hoe dan ook, zodra Wenceslaus zijn vader opvolgde, 921, werd oma Ludmilla op last van Drahomira gewurgd en uit de weg geruimd. Dat was het sein voor Wenceslaus om zelf de touwtjes in handen te nemen, 922. Hij stuurde zijn moeder in ballingschap en haalde christelijke geloofsverkondigers en relieken van heiligen binnen om het volk vertrouwd te maken met de christelijke waarden en levenswijze.
Hij staat te boek als een milde vorst die uit was op gerechtigheid en vrede. Hij had een bijzondere devotie tot de eucharistie. Naar het schijnt kweekte hijzelf de tarwe en de druiven waaruit hij hoogstpersoonlijk de hosties bakte en de miswijn bereidde. Tijdens de offerande in de Heilige Mis bracht hij die gaven zelf naar voren naar het altaar om ze aan de priester te overhandigen.

Intussen was Drahomira in 925 uit haar ballingschap teruggekeerd en met alle vormen van eerbetoon weer binnengehaald. Rond haar verzamelden zich de elementen die zich niet konden vinden in de politieke keuzes van de jonge Wenceslaus. Zij schaarden zich onder Wenceslaus' jongere broer, Boleslav I, bijgenaamd Hrozny ('de Verschrikkelijke': † 970) die - in tegenstelling tot Wenceslaus - wel door zijn moeder was opgevoed. Hij had zich nooit bekend tot de christelijke godsdienst.

Politiek gesproken had de jonge Wenceslaus veel te stellen met de buurvolken: in het oosten de Slaven en de Saksers in het westen. Beide probeerden Bohemen onder hun invloedssfeer te krijgen. In 929 sloeg de Sakser Hendrik de Vogelaar († 936) een beleg voor Praag. Wenceslaus wenste het niet op een oorlog te laten aankomen. De prijs die hij daarvoor betaalde was dat hij schatplichtig werd aan Saksen, maar zijn zelfstandigheid mocht behouden.

In 935 werd hij - op last van zijn moeder - door zijn broer en diens trawanten vermoord, toen hij in de kerk de Mis bijwoonde.

Verering & Cultuur
Naar het schijnt zou Boleslav spijt hebben gekregen van zijn lafhartige daad. Op 4 maart 938, drie jaar na de moord, werd het stoffelijk overschot van Wensceslaus overgebracht naar de nog door hem zelf gebouwde Sint-Veitsdom in Praag. Daar groeide zijn graf uit tot een drukbezocht pelgrimsoord.

In 1853 schreef John Mason Neale een kerstliedje 'Good King Wenceslas', waarin wordt beschreven hoe de vorst op een bitterkoude Tweede Kerstdag (feest van Sint Stefanus) een arme goed wil doen, en hoe er van zijn voetstappen in de sneeuw zoveel warmte uitgaat dat het voor zijn page - letterlijk - hartverwarmend werkt. Hoewel deze bijzonderheden nergens te vinden zijn in Wenceslaus' levensbeschrijvingen, passen ze zeer goed in het milde beeld dat van hem geschetst wordt.

Patronaten
Hij is patroon van Bohemen en Tsjechië; daarnaast wordt hij vereerd als een van de beschermheiligen van de eucharistie.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld als een (vrome) vorst; als hertog in harnas met een schild of een groen vaandel, waarop een adelaar is te zien. Ook met zijn moordwapen, het zwaard.


"Good King Wenceslas" door Bing Crosby (vertaling op rijm door A. van den Akker)

...speel bestand af...

Good King Wenceslas looked out
on the Feast of Stephen,
When the snow lay round about,
deep and crisp and even.
Brightly shone the moon that night,
though the frost was cruel,
When a poor man came in sight,
gathering winter fuel.

Wenceslaus de Goede keek
Daags na Kerst naar buiten:
sneeuw lag over heel die streek,
ijs stond op de ruiten.
Helder scheen die nacht de maan;
vroor het dat het kraakte.
Zag een arme die wat aan
wintervoorraad raapte.

"Hither, page, and stand by me,
if thou know'st it, telling,
Yonder peasant, who is he?
Where and what his dwelling?"
"Sire, he lives a good league hence,
underneath the mountain,
Right against the forest fence,
by Saint Agnes' fountain."

"Page, kom eens hier bij mij:
wil je kennis tonen.
Kijk, die boer daar: wie is hij?
waar mag die wel wonen?"
"Sire, waar verblijf die houdt?"
Bij de bergenpassen
op de grens van't verre woud
aan Sint Agnes' plassen."

"Bring me flesh and bring me wine,
bring me pine logs hither,
Thou and I will see him dine,
when we bear them thither."
Page and monarch, forth they went,
forth they went together,
Through the rude wind's wild lament
and the bitter weather.

"Breng me vlees en breng me wijn,
hout om ons te warmen.
Laat ons bij zijn maaltijd zijn
wij gaan naar die arme!"
En de koning ging gezwind
met zijn knecht tezamen
wijl zij door de barre wind
moeizaam verder kwamen.

"Sire, the night is darker now,
and the wind blows stronger,
Fails my heart, I know not how;
I can go no longer."
"Mark my footsteps good my page,
tread thou in them boldly,
Thou shalt find the winter's rage
freeze thy blood less coldly."

"Sire, ach die wind, die nacht
maakt mij almaar banger.
Oh, mijn hart! Oh, stop en wacht:
heus, het gaat niet langer."
"Tracht, mijn knecht, te lopen nou
in mijn voetafdrukken
vast, dan voel je minder kou
in je bloed. Moet lukken!"

In his master's steps he trod,
where the snow lay dinted;
Heat was in the very sod
which the saint had printed.
Therefore, Christian men, be sure,
wealth or rank possessing,
Ye who now will bless the poor
shall yourselves find blessing.

Volgde dus zijn meesters spoor
waar hij goed op lette
waarlijk warm de stap die vóór
hem de heil'ge zette.
Weet dus, o gij Christenmens,
niet om geld verlegen:
als u 't armen maakt naar wens
vindt u zelf ook zegen.


Bronnen
[Kib.1990/8; LHH.2003; Wim.2002; Bart Funnekotter in NRC/2022.05.20; https://www.lyricsforchristmas.com/christmas-carols/good-king-wenceslas/; Dries van den Akker s.j./2022.05.23]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen