× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† ca 550  Maudez van St-Modez

Info afb.

Maudez (ook Magu-tid, Mandé, Maodez, Maudé, Maudestus, Maudet, Maudetus, Maulde, Mawded, Mawes, Maws, Mawted, Modan, Modé, Modez, Vaodez) van St-Modez, Bretagne, Frankrijk; kluizenaar; (halverwege?) 6e eeuw.

Feest 2 september & 18 november.

Hij is afkomstig van overzee, volgens sommigen zelfs uit Ierland, anderen nemen aan dat het Wales is. Hij is de tiende zoon van een plaatselijk hoofd. Degenen die de Ierse overlevering volgen, menen te weten dat zijn vader Erelée heet, en zijn moeder Gentuse. Op zevenjarige leeftijd wordt hij aan een kloosterschool toevertrouwd. Daar groeit in hem het verlangen zelf monnik te worden. Maar de buitenwereld oefent geweldige druk op hem uit om terug te komen: tien van zijn broers zijn aan een epidemie bezweken; en bovendien dient er zich een aantrekkelijke bruid aan. Maudez blijft bij zijn verlangen. Het is waarschijnlijk in het Zuid-Welshe klooster Llancarvan dat hij op een goed moment de priesterwijding ontvangt.

Hij preekt het evangelie in Cornwall. Zijn nagedachtenis wordt er nog steeds in ere gehouden. Maar al gauw besluit hij over te steken naar Bretagne en landt te Pleubian in de omgeving van Dol; dat schijnt rond 528 geweest te zijn. De plek heet Port-Béni (= 'gezegende haven').

Hij begeeft zich om te beginnen naar de bron vlakbij en wast daar een zweer die hij op zijn arm heeft. De zweer is onmiddellijk genezen. Hij bezoekt een aantal kloostervestigingen in Armorica (= nagenoeg het huidige Bretagne); zo zou hij enige tijd in het klooster van Tréguier hebben doorgebracht onder Sint Tugdual († ca 564; feest 30 november) en diens opvolger Sint Ruelin (ook Rivilin: † eind 6e eeuw; feest 28 februari). Uiteindelijk vestigt hij zich als zelfstandig kluizenaar op de plek die tegenwoordig naar hem Lanmodez (= 'Maudezklooster') wordt genoemd. Hij leidt zo'n voorbeeldig leven dat zich al gauw allerlei mensen bij hem voegen. Als het te druk wordt naar zijn zin trekt hij zich terug op een eilandje voor de kust, dat sindsdien naar hem is genoemd: Saint-Modez. Daar kan men zijn kluizenarij nog bewonderen, die zo rond is als een broodoven; zij heet dan ook 'Forn Sant Modez' (= 'oven van Sint-Modez'); in de buurt wijst men een groot rotsblok aan dat bekend staat als 'Gwele Sant-Modez' (= 'bed van Sint Maudez'). Hij brengt het eiland in cultuur. Dat is een grootse prestatie, onbewoonbaar als het was vóór zijn tijd, vooral vanwege de wormen en insecten, die het onveilig maakten. Daar is hij ook gestorven, volgens sommigen nog in de 5e eeuw, maar dat lijkt onwaarschijnlijk. Lobineau plaatst hem ergens in de 6e eeuw.

Naar het schijnt waren hem op het eiland slechts twee leerlingen gevolgd. Of had hij er zelf niet meer dan twee gewild? Het zijn Sint Bothmaël (ook Budoc, maar dan moet hij niet verward worden met zijn bekende naamgenoot en zoon van Azénor: † 6e eeuw; feest 12 maart) en Sint Tudi († 6e eeuw; feest 9 mei). Zij nemen na zijn dood de kluizenarij over. Daaruit groeit in de loop van de tijd een complete kloostervestiging.

Verering & Cultuur
Bij de nadering van de Noormannen in de 9e eeuw wordt een belangrijk deel van zijn relieken overgebracht naar de stad Bourges. In de 12e eeuw keren ze terug en worden van lieverlee verspreid over vele heiligdommen: Lanmodez, Plouézec, de kathedraal van Quimper, Saint-Jean-du-Doigt, Plogonnec, Le Juch, Châteaulin, Hengoat, Lannebert, Saint-Michel-en-Grève. In Bretagne zijn er minstens zestig kapellen aan hem gewijd. Hij leeft voort in de naam van het eiland Ile Maudez (= 'Maudez-eiland': Lanmodez, gem. Lézardrieux, Côtes-du-Nord) en in de plaats Lanmodez (= 'Modezklooster': gem. Lézardrieux, Côtes-du-Nord), en de talrijke plaatsen die Saint-Maudé, Saint-Maudet, Saint-Maudez of Saint-Modé heten.

Te Lanmodez vindt er een boetprocessie ('pardon') plaats op de laatste zondag van augustus; en op de vierde zondag van september te Guiscriff.
Pelgrims komen zich wassen in de wonderbare bron die de zweer op zijn arm genas. Omdat het volgens de gelovigen zijn verdienste is dat de bewoners er geen last meer hebben van slangen, wormen of insecten, wordt zijn voorspraak ingeroepen tegen dit ongedierte. Daarnaast doet men een beroep op hem tegen koorts bij kinderen, oogkwalen; het water van de bron te Haut-Conlay zou voetkwalen genezen, dat te Trebry van steenpuisten; verder roept men zijn voorspraak in tegen slangenbeten.


Bronnen
[Aut.1986p:22»Maodez; BdL.1991p:89; Cha.1995p:173-175; D'A.1985 p:141; DSB.1979P:259-260; Gby.1991p:259-260; Lo1.1838p:197; Pra.1988; Pzc.2002p:308-315; Dries van den Akker s.j./2007.08.28]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen