| 5 januari H.Gerlach, kluizenaar | |
| Gerlachus
moet rond het jaar 1100 in Valkenburg aan de Geul in Nederlands
Limburg geboren zijn. Het gebied behoorde bij Maastricht. Hij was een
welgesteld man en blaakte van goede gezondheid. Meer en meer moest hij
genieten van de wereldlijke rijkdommen. Toen hij eens met zijn adellijke vrienden was uitgenodigd een toernooi bij te wonen op het landgoed van de hertog van Gulik, kreeg hij het bericht dat zijn jonge vrouw was overleden. Dit bericht was voor hem de omkeer in zijn leven. Hij deed afstand van al zijn wereldlijke bezittingen en ging op een ezel naar huis. Hij vertrekt op pelgrimstocht naar Rome. In Rome gekomen biecht hij al zijn zonden en vraagt de paus Eugenius III en kardinalen hem de weg van boete te wijzen. Zijn weg wordt gewezen naar Jeruzalem. Zeven jaren heeft hij in Jeruzalem gewerkt als verpleger voor zieken en stervenden. Tussen de krijgers van de kruistochten door zoekt Gerlachus naar het nederigste en vraagt om het vee te mogen hoeden, gelijk de Verloren zoon. Nadat hij in de Nederlanden was terug gekeerd, vestigt hij zich in Houthem nabij Valkenburg. Dit op verzoek van paus Hadrianus IV die hem op enkele kloosterregels gewezen had. Maar Gerlachus had enkele geloften gedaan: nooit meer paard rijden, nooit meer wijn drinken, geen vlees meer eten, zomer en winter vasten, geen schoeisel meer maar wel altijd een boetekleed dragen. De paus waardeert deze houding en geeft hem het advies om alle opbrengst van de oogst aan goede werken te besteden. Op zijn landgoed stond een enorme eik. Hierin verbleef hij als kluizenaar. Slechts voor een bedevaart naar de nabij gelegen steden, Aken en Maastricht, verliet hij zijn woonstee. Op een Passiezondag, priester Rutger las de H.Mis in het kapelletje van Gerlachus, vroeg de kluizenaar hem na afloop om een beetje water uit de bron. Toen hij ervan proefde smaakte het water naar wijn. "Waarom schenkt u mij wijn, en wel op deze bijzondere dag?" verweet Gerlachus hem. De verbaasde priester was stellig ervan overtuigd dat hij water geschept had. Gerlachus goot de wijn uit aan de voet van het altaar en vroeg om water. Tot twee maal toe herhaalde zich dit wonder. Na veertien jaar als kluizenaar geleefd te hebben, stierf Gerlachus op 5 januari 1170? in Houthem. Spoedig werd deze bijzondere man door de plaatselijke bevolking vereerd als toonbeeld voor gebed en boete. Zijn relieken worden in Houthem bewaard. |
Muurschildering uit de Gerlachuskerk (Valkenburg, Lb.) |
![]() |
Patroon tegen: Veeziekten |