| 6 januari Driekoningen | ||
| Toen Jezus
te Betlehem in Juda geboren was, ten tijde van koning Herodes, kwamen er
te Jeruzalem Wijzen uit het Oosten en vroegen: Waar is de pasgeboren
Koning der Joden? Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn
gekomen om Hem onze hulde te brengen. Toen koning Herodes dit hoorde, werd
hij verontrust en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en
schriftgeleerden van het volk bijeen en legde hun de vraag voor, waar de
Christus geboren moest worden. Zij antwoordden hem: Te Betlehem in Juda.
Zo immers staat er geschreven bij de Profeet: En gij Betlehem, landstreek
van Juda, gij zijt volstrekt niet de geringste onder de leiders van Juda,
want uit u zal een leidsman te voorschijn treden, die herder zal zijn over
mijn volk Israel. Toen ontbood Herodes in het geheim de Wijzen en vroeg
hun nauwkeurig naar de tijd waarop de ster verschenen was. Daarop zond hij
hen naar Betlehem met de opdracht: Gaat een zorgvuldig onderzoek instellen
naar het Kind, en wanneer gij het gevonden hebt, bericht het mij dan,
opdat ook ik Het hulde kan gaan brengen. Na de koning aanhoord te hebben, vertrokken zij. En zie, de ster die zij in het Oosten gezien hadden, ging voor hen uit, totdat ze boven de plaats waar het Kind zich bevond, stil bleef staan. Op het zien van de ster werden zij vervuld van overgrote vreugde. Zij gingen het huis binnen, zagen er het kind met zijn moeder Maria en op hun knieen neervallend betuigden zij Het hun hulde. Zij haalden hun schatten te voorschijn en boden Het geschenken aan: goud, wierook en mirre. En in een droom van Godswege gewaarschuwd niet meer naar Herodes terug te keren, vertrokken zij langs een andere weg naar hun land. (Mt.2,1-12)*
|
||
Patronen van: reizigers, pelgrims, bontwerkers Patronen tegen: epilepsie, onweer |
* ŠKatholieke Bijbelstichting 's-Hertogenbosch.
Willibrordvertaling 1978
Te bestellen bij: Katholieke Bijbelstichting,