| 8 januari Goedele, maagd |
| Goedele
werd geboren omstreeks het jaar 650 in Merchtem (Aalst) in Belgie. Veel
over haar leven is ons niet bekend. Zij
werd opgevoed door Gertrudis
van Nijvel. Zij bouwde voor haar zelf een kleine, eenvoudige cel
waarin zij tot haar dood een leven leidde van maagdelijkheid,
naastenliefde en vroomheid. Alles wat zij deed geschiedde uit
boetedoening. Zij stierf op 8 januari 712 in Moorsel. Spoedig ontstond er
rond haar leven een verering die zich langzaam in deze streek uitbreidde. De graaf van Leuven
bracht haar gebeente in 1047 over naar Brussel alwaar zij begraven werd (Sint
Goedelekerk). Hier was de zalige Jan
van Ruusbroec kapelaan.
Goedele was altijd trouw
van doen om elke dag naar de kerk te gaan. Zij had haar leven geheel aan
God gewijd. Zij ging steeds naar de kerk om er te bidden en te mediteren.
Ook toen, midden in de nacht, wilde ze weer naar haar kerkje gaan maar de
mist was zo dik dat men geen hand voor ogen kon zien. Zij nam een lantaarn
mee om de weg wat bij te lichten maar de duivel wilde niet dat zij tot God
zou vinden en blies de kaars in de lamp uit. Midden in het moeras bad zij
tot God om deze aardse duisternis te verlichten en terstond begon de
kaars weer te branden. |