28  januari   H.Josef Freinademetz, priester

Josef Freinademetz werd geboren op 15 april 1852 in Oies een klein gehucht met niet meer dan vijf huizen in Zuid-Tirol. Hij werd nog op dezelfde dag gedoopt. Reeds tijdens zijn priesteropleiding in het seminarie van het bisdom Brixen, ontstond bij hem onuitsprekelijke wens om in de missie werkzaam te mogen zijn. Na zijn priesterwijding op 25 juli 1875 mocht hij gaan werken in San Martino di Badia, in de Italiaanse Dolomieten. Al snel was hij zeer geliefd bij zijn landgenoten. De missie liet hem echter geen rust en twee jaar na zijn wijding nam hij contact op met de H.Arnold Janssen in Steyl.
In het jaar 1878 vertrok Josef Freinademetz naar het missiehuis in Steyl. Op 2 maart 1879 ontving hij het missiekruis en vertrok met nog een andere missionaris (Johann Baptist Anzer) naar China. Na een zeereis van vijf weken gingen ze in Hongkong aan wal en. Hier verbleven zij twee jaren om alles voor te bereiden op hun reis naar het gebied dat hun was aangewezen. In 1881 reisden zij naar het zuiden van de Chinese provincie Shantung. Onder de twaalf miljoenen inwoners woonden er 158 gedoopte.
De jaren die volgden waren bijzonder zwaar. Zij  werrden gekenmerkt door lange vermoeiende reizen, overvallen door roversbenden en van afmattende arbeid bij de opbouw van de eerste christelijke gemeenschap. Maar als de arbeid gedaan was en er een gemeenschap was ontstaan, kregen zij van de plaatselijke bisschop de opdracht alles te verlaten en in een ander oord opnieuw te beginnen.
Josef Freinademetz begreep snel hoe waardevol de inzet van leken was bij de verkondiging van de Blijde Boodschap. Vooral in de catechese. Daarom legde hij de nadruk op hun verdere ontwikkeling en schreef in het chinees een boek voor catechisten.  Daarnaast wijdde hij zich met Anzer, die intussen bisschop was gewijd, aan de voorbereiding van spirituele begeleiding en verdere geestelijke ontwikkeling van Chinese priesters alsook andere missionarissen. Zijn gehele leven bestond er in een chinees onder de chinezen te worden. Zo schreef hij aan zijn familie: “Ik hou van China en de chinezen; hier zou ik willen sterven en begraven worden.

 

 

 

 

 

In het jaar 1898 vorderde zijn onvermoeibare inzet en de vele ontberingen hun tol. Een ziekte aan het strottenhoofd en een opkomende tuberculose dwongen de onvermoeibare missionaris een rustpauze te nemen. De bisschop en zijn medebroeders drongen er bij Josef Freinademetz op aan om naar Japan te gaan in de hoop dat hij volledig zou genezen. Hij kwam uitgerust maar niet geheel genezen naar China terug.
Toen de bisschop naar Europa moest werd aan Josef Freinademetz de administratie van het bisdom overgedragen. In deze periode brak er een tyfusepidemie uit. Josef zette zich weer onvermoeibaar in voor de zieken en was een ware herder voor de gemeenschap. Overal waar nodig, was hij aanwezig en zo kon het niet uitblijven dat ook hij door de ziekte gegrepen werd. Hij keerde naar de bisschopsstad Taikia terug.
Op 28 Januari 1908 gaf hij zijn leven terug aan God. Hij werd begraven onder de twaalfde statie  van de Kruisweg. Al snel werd zijn graf  een plaats van verering waar vele pelgrims naar toe kwamen.
Op 5 oktober 2003 is hij door paus Johannes Paulus II heilig verklaard.

vrij vertaalt uit de preek van paus Johannes Paulus II