30   januari   H. Aldegondis, abdis
Aldegondis werd in de Noord Franse stad Cousolre in het jaar 630 geboren. Zij was de tweede dochter van Walbert IV (graaf van Henegouwen en hertog van Neder-Lotharingen) en Bertillia. Walbert was de rentmeester van de koninklijke goederen. De oudere zus van Aldegondis was Waldetrudis. Het meisje groeide op in een familie waarin de heiligheid op de eerste plaats kwam.Haar zuster  en schoonbroer stichtte nog tijdens hun leven (hun kinderen waren reeds volwassen) ieder een eigen klooster. In deze geest wilde Aldegondis niets liever dan een God gewijd leven. Haar ouders hadden haar echter uitgehuwelijkt want een zoon uit de landadel was meer op zijn plaats. Een dochter in het klooster was genoeg. Door toedoen van haar zuster Waltrudis kreeg Aldegondis de kans om een tijd in het klooster te verblijven. Later kreeg zij een huisje in haar geboorteplaats vlak bij de kerk. Hier leefde zij als een kluizenaar in gebed en boete.

De ouders wilde echter dat zij zou trouwen en Aldegondis vluchtte het onherbergzame gebied in en leidde daar in een vervallen lemen hut een kluizenaarsbestaan. Haar ouders lieten haar nu maar begaan. De legende vertelt dat een vrijer uit Engeland Aldegondis, na de dood van haar ouders, probeerde te verleiden en desnoods wilde ontvoeren. Hierop vluchtte het meisje terug de wildernis in en kwam aan de Sambre. Ze bad tot God en begaf zich in het water. Er verschenen haar twee engelen die haar onder de armen namen en haar uit het water optilden en veilig naar de overkant brachten. Eudo, de vrijer, zag dit gebeuren en gaf zijn snode plannen op en keerde naar zijn vaderland terug.

Op verzoek van de heilige Amandus, bisschop van Maastricht, stichtte zij een klooster in het huidige Maubeuge en werd in het jaar 661 de eerste abdis. De legende vertelt dat zij door twee duiven de sluier op haar hoofd kreeg geplaatst.
Hier in dit klooster kreeg zij de verantwoording over de twee dochters van haar zuster Waldetrudis (Aldetrudis en Madelberta).
Aan het einde van haar leven werd zij getroffen door slopende ziekten. Zij kreeg kanker aan haar rechter borst. Toch wist zij steeds het klooster te leiden in eenvoud en vol overgave. Toen zij merkte dat dit niet meer mogelijk was gaf zij alles over haar nicht Aldetrudis. Op 30 januari 684 gaf zij haar leven terug aan de Heer. Zij ligt begraven in de stiftskerk in Maubeuge.


Patrones van:
kinderen die moeilijk leren lopen, kinderen
Patrones tegen:
kanker, tetanus, kinderziekten, plotselinge dood, zweren