| 31 januari H.Johannes Bosco, priester |
| Op 16 augustus 1815
werd Joannes Bosco in het dorpje Becchi, nabij Turijn, geboren. Zijn ouders waren zeer arm
en op twee jarige leeftijd verloor hij zijn vader. In een visioen zag hij zijn roeping tot
priester en vader van de verlaten proletariërjongeren. Maar de opleiding kost geld en
Joannes Bosco was arm. Hij pakte alles aan om aan geld te komen. Verzamelde paddestoelen,
hij ving vogels, maakte hoeden en kooien, spon wol en vlas, breide kousen en gaf later les
aan achtergebleven kinderen. Hij werkte als boerenknecht en als herder. Hij bezocht de school
in Castelnuove en kreeg zijn onderricht van enkele priesters. Hij woonde bij een
kleermaker van wie hij de kunst van het kleermaken en het musiceren leerde. Hij werd een
duizendpoot in de meest uiteenlopende zaken, tot goochelen toe. In 1841 werd hij priester
gewijd en wijdde zich geheel aan de opvoeding van de verwaarloosde jongeren. In 1846 stichtte hij het eerste oratorium van de de heilige Franciscus van Sales en vanaf 1859 begon hij de Congregatie van de Salesianen van Don Bosco, die in het jaar 1874 door paus Pius werd bevestigd en erkend. In 1876 tenslotte werd de Gemeenschap van de Salesiaanse Medewerkers opgericht. Op 31 januari 1888 stierf Don Bosco en werd begraven te Valsalice. In 1929 werd zijn lichaam overgebracht naar de kerk van Maria, Hulp der Christenen, in Turijn. Paus Pius XI heeft deze grote ordestichter op 1 april 1934 heilig verklaard. De voorliefde voor Maria, Hulp der Christenen, is ontstaan uit een droom waarbij de Kerk van Rome, uitgebeeld als een schip, in gevaar zou zijn in een geweldige storm en Maria, de Moeder van de Kerk, haar ter hulp kwam door twee zuilen langs het schip op te laten rijzen. Nooit heeft hij getwijfeld aan de genadewerking van de Verrezen Heer. Steeds werden onmogelijke zaken tot een groot succes. Deze wonderwerken bleven tot aan zijn levenseinde.
|
|
Patroon van: de jeugd, katholieke pers, jeugdzielzorg. |