5 juni   H. Bonifatius, bisschop,  en gezellen, martelaren
Bonifatius werd geboren omstreeks 673 in Devon in Wessex (Engeland) uit een adelijke Angelsaksische familie. Zijn doopnaam was Winfried. Hij werd opgevoed in het benedictijnenklooster en werd monnik van de abdij van Exeter. Tot in zijn veertigste levensjaar besteedde hij zijn tijd aan de wetenschap. Hij legde de heilige Schrift uit en schreef de eerste Latijnse grammatica voor Engeland. In 716  kwam hij, met enkele volgelingen, als missionaris naar het vasteland en verkondigde er het geloof onder de Friezen en in een groot deel van Duitsland. Omdat de stammen in oorlog verkeerden en het overgrote deel van de bevolking niet te bereiken was, keerde Bonifatius terug. 

In het jaar 718 reisde hij naar Rome en werd door paus Gregorius II (715-731) ontboden. Van hem kreeg Winfried de naam Bonifatius (een martelaar waarvan op die dag het feest gevierd werd). Hij werd als geloofsverkondiger naar Thuringen gezonden in het Germaanse rijk. Hij verkondigde het evangelie in Thuringen, Wurttemberg, Westfalen, Beieren en Friesland. Hij reisde drie keer naar Rome om verslag te doen van zijn verkondigingen en in het jaar 722 werd hij bisschop. Na de dood van Willibrord had Bonifatius gedurende enige tijd de zorg voor diens missiegebied. Het werken van Bonifatius kreeg nog meer werkingskracht omdat hij in het jaar 732 werd benoemd tot aartsbisschop en pauselijke vicaris van Germanie door paus Gregorius III (731-741).Hij startte meteen met de inrichting van de kerk in zijn kerkelijke provincie. Hij was de stichter van het bisdom Mainz (op 72 jarige leeftijd) en van de abdij van Fulda. Hij riep verschillende gewestelijke concilies bijeen.

Toen alles was ingericht zoals Bonifatius het bedoelde, vertrok hij wederom als missionaris op 80 jarige leeftijd naar Friesland. De plaats waar hij veertig jaren terug zijn missie begon. Alles liep vlekkeloos totdat hij op 5 juni 754 door een horde heidenen werd overvallen en vermoord. Met hem stierven een 50 tal andere christenen waaronder zijn hulpbisschop Eobanus en de priester Athalarius. Zijn relieken werden in eerste instantie overgebracht naar Utrecht en vervolgens naar de duitse stad Mainz. Momenteel rust hij in de dom van Fulda in Duitsland.
Hij wordt vereerd als de apostel van Friesland en Duitsland.
 


Patroon van:
Bisdom Groningen, Duitsland, bierbrouwers, kleermakers, transportarbeiders