| 7 maart HH. Perpetua en Felicitas, martelaressen |
|
In de omgeving van de Noord-Afrikaanse stad Tunis, leefde in het het begin van de derde eeuw deze twee heiligen. Het Christendom kwam pas tot bloei maar groeide gestaag in de Afrikaanse kerk. Bekend uit deze tijd zijn de grote bisschop Cyprianus, de geleerde heilige Augustinus en de vurige Tertulianus.
Vibia Perpetua woonde in Carthago en was een jonge vrouw uit de betere stand.
Ze was moeder van een zoontje en zij bereidde zich voor op het ontvangen
van het doopsel. In het jaar 202 liet keizer Septimus Serverus een edict
uitgaan dat christen worden met de dood bestraft zou worden.
Ook Felicitas was een doopleerlinge (catechumeen). Zij was een slavin die
drie dagen voor haar marteldood het leven schonk aan een meisje. Beide
vrouwen werden met drie andere doopleerlingen gevangen genomen. Op hun weg
naar de kerker werden zij alsnog gedoopt. Dit wekte de woede van de keizer
en allen werden vreselijk gefolterd. Onder gruwelijke omstandigheden
brachten zij hun tijd in de kerker door in afwachting van hun
verschrikkelijk lot. Bijkomstigheid is dat beide namen samengevoegd "Felicitas Perpetua", "Eeuwige gelukzaligheid" betekent. |