1 oktober   H.Theresia van het kind Jezus, maagd en kerklerares
Therese Martin werd op 2 januari in 1873 te Alencon in Frankrijk geboren. Haar moeder was op vroege leeftijd gestorven. Op 15 jarige leeftijd trad zij in het klooster van de karmelietessen in Lisieux. Drie zusters van haar waren daar al ingetreden. Theresia leek voor de buitenwereld een rustige zuster, maar in haar binnenste leed zij haar leven lang onder angsten. Brandend van liefde tot God om door de gewone bezigheden van elke dag genade te verwerven voor anderen, waren voor haar de zalving voor haar innerlijke wonden. Blijmoedig aanvaardde zij alles wat uit Gods hand kwam, ook haar ziekte en vroegtijdige dood. "Alles is Genade" is haar spreuk. Zo ging zij haar "kleine weg". 

Met een heerlijke overmoed van haar liefde beloofde zij op haar sterfbed dat zij vanuit de hemel rozen zou zenden naar de aarde. Zij is sinds die tijd wereldwijd aangeroepen en heeft zij haar rozen uitgezonden, de tekenen van haar voorspraak. Zij stierf op 30 september 1897 en in 1925 werd zij door paus Pius XI heilig verklaard. Heel de wereld vroeg om haar heiligverklaring. Kerken werden aan haar toegewijd. Haar intens verlangen naar de missie kwam tot uiting in het wereldwijd apostolaat om door gebed en heiliging van het gewone leven genade en bekering voor de zielen te verkrijgen. Daarom heeft paus Pius XI haar tot patrones van alle missien aangesteld. Om onderscheid te maken tussen Theresia van Avila uit de 16e eeuw, wordt zij ook wel liefdevol de Kleine Theresia genoemd.

0110b.gif (44062 bytes)

 

IK DORST NAAR LIEFDE

In uw liefde kwaamt Gij als balling op aarde Goddelijke Jezus, en hebt U voor mij geofferd. Mijn Welbeminde, neem heel mijn leven: ik wil lijden, sterven voor U

Heer, Ge hebt het ons zelf gezegd:
"Groter liefde kan men niet hebben
dan te sterven voor zijn vrienden"
En mijn opperste liefde
zijt Gij, o Jezus!

Het wordt laat, de dag loopt ten einde
Blijf bij mij, hemelse Pelgrim.
Met U bestijg ik de berg:
Heer, kom me op de weg geleiden!

Uw stem weerkaatst in mijn ziel;
Ik wil op U gelijken, Heer
Het lijden eis ik op...
Uw vlammend woord
Verbrandt mijn hart!

Voordat Hij kon ingaan in de eeuwige glorie
"Moest de Mensenzoon dit alles lijden"
Door zijn Kruis behaalde Hij de overwinning.
O zoete Zaligmaker, hebt Ge het ons niet gezegd?

Voor mij, aan vreemde oevers
Hebt Ge zoveel verachting verdragen!
Ik wil mij verbergen op aarde
In alles de laatste zijn
Voor U, o Jezus.

 

Mijn Welbeminde, uw voorbeeld spoort mij aan
Me te vernederen, de eer te verachten:
om U te verrukken, wil ik klein blijven;
Door me te vergeten zal ik uw Hart bekoren.

Mijn vrede is in de eenzaamheid,
Meer vraag ik niet.
Mijn enig streven is U beminnen
En mijn zaligheid
Zijt Gij, o Jezus

Gij, grote God, die het heelal aanbidt,
Gij leeft in mij, dag en nacht gevangene;
Uw zoete stem smeekt me ieder uur,
En steeds herhaalt Ge:
"Ik heb dorst, dorst naar liefde!..."
Ik ben ook uw gevangene
En wil op mijn beurt herhalen
Uw teder en goddelijk gebed
Mijn Welbeminde, mijn Broeder:
Ik dorst naar liefde!

Ik dorst naar liefde! Vervul mijn hoop:
Vermeerder in mij, Heer, uw goddelijk vuur!
Ik dorst naar liefde! Wel groot is mijn lijden.
O, ik wilde naar U heensnellen, mijn God!

Uw liefde is mijn enig martelaarschap;
Naarmate ik haar meer in mij voel branden
en naarmate mijn ziel heviger naar U verlangt,

Jezus maak dat ik sterve
Van liefde voor U.


Patrones van: Karmelietessen, missionarissen, missiegebieden