|
Simon
werd geboren op 28 oktober 1552 in Valladolid (Spanje). Zijn moeder liet
in de ziel van de jongen de bijzondere liefde tot Maria ontwaken. De
eerste woorden die Simon dan ook sprak waren “Ave Maria” nog voordat
hij mamma zei. Zij begeleidde hem op geestelijk gebied en zorgde ervoor
dat zijn studie geheel op de geest was gericht. Reeds met twaalf jaar ging
hij naar het klooster van de H.Drievuldigheid. Op zijn twintigste
verjaardag legde hij de religieuze professie af. Simon ging van af 1573
tot 1579 studeren op de universiteit van Salamanca. In het jaar 1577 werd
hij tot priester gewijd en doceerde hij in Toledo filosofie en theologie.
De verering tot de Maagd Maria nam een steeds belangrijkere plaats in het
leven van Simon. Vanaf 1588 tot aan zijn dood zette hij zich vol overgave
in voor de taken waarvoor hij was gevraagd. Hij had de leiding over
verschillende kloosters in Castilla en later ook in Andalusie.
Op 14 april 1612 stichtte hij de congregatie van de “Slaven van de Zoete
Naam van Maria.” Hierin konden alle leken toetreden. Er was geen enkele
sociale klasse. Ook de koning en zijn kinderen traden toe tot deze
congregatie. Dit door middel van materiele steun om de armere te kunnen
helpen. (Dit werk bestaat tegenwoordig nog steeds in Spanje). Hij maakte
een bijzondere rozenkrans welke hij naar alle streken in de wereld zond.
In het jaar 1621 werd hij op 12 mei gekozen tot provinciaal van Castilla
en een jaar later, op 1 januari werd hij de biechtvader van koningin
Isabel van Bourbon.
Op 29 september 1624 gaf hij zijn leven aan God terug. Paus Clemens XIII
verklaarde hem op 19 maart 1766. Op 3 juli 1988, in het Mariajaar, werd
hij door paus Johannes Paulus II heilig gesproken.
|
|