× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
De hond als symbool

De hond heeft meerdere symbolische betekenissen.
Hij staat voor trouw en aanhankelijkheid, voor waakzaamheid en adel. (Valken en honden op wapenschilden duiden erop dat men van doen heeft met een adellijk persoon). Vanouds bewaakt hij de overgang van deze wereld naar het hiernamaals. Vaak vindt men hem als waakhond bij de ingang van de onderwereld.

In meerdere oude godsdiensten begeleidde de hond de goden die heil en genezing kwamen brengen.
In de Keltische wereld behoort hij bij geneeskrachtige waterbronnen; hij vergezelt de goden van de jacht, of de goden van de geneeskunst.
In de Egyptische godsdienst is hij een boodschapper in dienst van de goden. Hij hoort bij de god Anubis.
In de Grieks-Romeinse mythologie bij de god Hermes of Mercurius. In de leer van Zoroaster (Zaratustra) behoort de hond met de otter tot de reine dieren; ze hebben met de zon (godenwereld) te maken.
Bij de Azteken en andere Indianenstammen begeleidde de hond een overledene in het hiernamaals. Om dat tot uitdrukking te brengen werd een hond geofferd op het graf van de dode.
De Boeddhisten kennen de hond als roerloze bewaker van de zuivere leer. Daar is hij ook zinnenbeeld van gehoorzaamheid en van de onderwerping van de driften aan de wijsheid van de godsdienstige inzichten.
In de Chinese cultuur staat de hond voor toewijding; hij helpt boze geesten te verdrijven.

Bij de christenen komen we de hond tegen als behoeder van de kudde: symbool van de Goede Herder. Beroemd is het hondje uit het Oudtestamentische boek Tobit. Als de oude Tobit zijn zoon Tobias met een reisgezel erop uit stuurt, gaat de hond van Tobias mee (Tob.05,17). Als in het Nieuwe Testament een buitenlandse vrouw Jezus komt vragen om de genezing van haar dochter, zegt Jezus dat het niet goed is, wanneer het brood voor de kinderen aan de honden wordt gegeven. Daar vergelijkt Hij dus de niet-joden (‘heidenen’) weinig flatteus met honden. Maar die vrouw neemt het beeld over en zegt: “Jawel hier, de honden profiteren van de kruimles die de kinderen van de tafel laten vallen.” Jezus is zo onder de indruk van deze reactie dat Hij de vrouw toezegt waarom ze kwam vragen: de genezing van haar dochter (Markus 07,24-30).

Verschillende heiligen hebben een hond als attribuut.
Sint Dominicus († 1221; feest 8 augustus) heeft altijd een hond bij zich met een fakkel in de bek. Toespeling op de naam van de orde der Dominicanen die hij stichtte. In het Latijn kan men het woord ‘Domini-canes’ ook verstaan als ’honden van de Heer’.
Bij Sint Rochus († 1380; feest 16 augustus) vinden we steeds een hond met een stuk brood in de bek. Rochus was getroffen door een besmettelijke ziekte en had zich diep in het woud teruggetrokken. Daar kwam elke dag een hond een stuk brood brengen.

© A. van den Akker s.j.