× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 533  Fulgentius van Ruspe

Info afb.

Fulgentius van Ruspe, Afrika (in het huidige TunesiŽ); bisschop; Ü 533.

Feest 1 (&op SardiniŽ) & 3 (bij de augustijnen) & 16 januari.

Claudius Gordianus Fulgentius werd in 468 geboren in de Afrikaanse stad Telepte. Zijn vader Claudius stierf, toen Fulgentius nog jong was. Maar zijn moeder Maliana zag erop toe, dat hij een zorgvuldige opvoeding kreeg. Hij was een hoogbegaafde leerling; zo schijnt hij als jongeman de complete Homerus uit zijn hoofd gekend te hebben. Maar mede door de lectuur van Augustinus (Ü 430; feest 28 januari) ontwaakte in hem het verlangen naar het monnikenleven. Hij sloot zich aan bij de kloostergemeenschap te Byzacena (TunesiŽ), waar een vroegere vriend van hem, Felix, aan het hoofd stond. Deze drong hem tegen zijn zin al na korte tijd de leiding op van de gemeenschap.

Toen de Moren de gemeenschap begonnen te bedreigen, verhuisden de monniken naar Idida in MauretaniŽ (= tegenwoordig Noord-West-Marokko). Dat was voor Fulgentius het sein om afscheid te nemen en een van zijn hartenwensen te vervullen: een bezoek aan de woestijnmonniken in Egypte.

Maar de mensen die hij onderweg ontmoette rieden het hem af, omdat Egypte een broeinest was geworden van ketterijen; grote groepen christenen hadden zich intussen afgescheiden van de moederkerk. Daarop keerde hij onverrrichter zake naar Afrika terug, waar een grootgrondbezitter hem een stuk land schonk voor de bouw van een nieuw klooster. Opnieuw gebeurde, wat hij niet wilde: hij werd benoemd tot abt.

Intussen was geheel Noord-Afrika terechtgekomen onder de invloedssfeer van de Vandalenkoning Thrasimundus. Deze was een fervent aanhanger van de Arianen.

De koning stond natuurlijk geen bisschopsverkiezingen toe. Het liefst zou hij ze zelf benoemen, zodat langzaamaan alle zetels in Ariaanse handen zouden vallen. Vandaar dat bisschoppen in het diepste geheim werden gekozen. Dat bracht met zich mee, dat Fulgentius in 507 plotseling het bericht ontving, dat hij benoemd was tot bisschop van de Noord-Afrikaanse plaats Ruspe in het huidige TunesiŽ. Weigeren was in die omstandigheden eenvoudig onmogelijk. Maar hij bleef zijn roeping trouw, en ging dus als bisschop wonen temidden van een monnikengemeenschap. Voorzover hij niet elders nodig was, verbleef hij daar, en leidde zijn leven van eenvoud, versterving en gebed.

Maar kort nadat hij als bisschop was aangetreden, werd hij op last van Thrasimundus met een groep van meer dan zestig rechtgelovige bisschoppen verbannen naar het eiland SardiniŽ. Zo voer Fulgentius naar dat eiland, omgeven door zijn liefste gezelschap: monniken. Dat was het begin van de kloostervestiging te Cagliari. Daar zette hij zich aan het schrijven. Hij betoonde zich een trouwe leerling van Augustinus , die bijna honderd jaar eerder in die streek het ware geloof had verkondigd en de ketterijen had bestreden. Zijn werk trok de aandacht van Thrasimundus. Deze nodigde hem uit om naar Carthago te komen voor een discussie met ariaanse christenen. Fulgentius' overwicht was zo groot, dat de vorst de ťťn na de andere ketterse bisschop zag overlopen. Hij stuurde hem dus maar weer vlug terug naar zijn ballingsoord SardiniŽ.

Na de dood van Thrasimundus in 523 kon Fulgentius met zijn collega's naar zijn bisschopsstad terugkeren. Tien jaar later stierf hij, omringd door zijn broeders in het religieuze leven. Een jaar tevoren had hij nog een laatste poging gedaan om zijn ideaal te verwezenlijken. Hij had zich met een groepje monniken teruggetrokken op een rotseilandje voor de kust en bouwde er een klooster. Maar al spoedig kwam het bericht dat zijn mensen thuis hem niet konden missen. Zo was hij teruggekeerd en had nog een jaar lang temidden van zijn mensen als bisschop het leven geleid van een uiterst sober en liefdevol kloosterling.


Bronnen
[000Ľjrb; 111; 122; 127; 141; 149/1p:3; 165p:213; 200/1Ľ01.01; 252a; 288Ľ01.03; 303Ľ01.16; 500; Dries van den Akker s.j./2007.12.14]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen