× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 6e eeuw  Antonius van St-Andreas

Info afb.

Antonius van St-Andreas (ook de Romein) osb, Rome; monnik tezamen met zijn medebroeders Merulus & Johannes; † 6e eeuw.

Feest 17 januari.

Het is paus Sint Gregorius de Grote († 604; feest 3 september) die ons iets over vertelt in zijn ‘Dialogen’. Hij komt over hen te spreken naar aanleiding van het feit dat aan sommige heiligen tevoren het moment van hun dood wordt geopenbaard. Klaarblijkelijk heeft de drie persoonlijk gekend.

‘Een broeder, Antonius geheten, leefde in hetzelfde klooster als ik. Met vele dagelijks gestorte tranen smachtte hij naar de vreugden van het hemels vaderland. En wanneer hij met grote ijver en een hunkerend verlangen de woorden van de Heilige Schrift overwoog, zocht hij daarin niet woorden van kennis, maar tranen van boetvaardigheid. Hij wilde dat zijn geest hierdoor tot enthousiasme zou ontvlammen, het aardse gewoel hier beneden achter zich zou laten en in bespiegelingen opwaarts zou vliegen naar de regionen van het hemels vaderland.
In een nachtelijk visioen werd hem gezegd: “Sta klaar om naar elders te vertrekken, omdat de Heer dat bevolen heeft.” Toen hij daarop zei dat hij niet over geldbeschikte om naar elders te verhuizen, kwam dadelijk het antwoord: “Wat je zonden betreft, die zijn vergeven.” Toen hij dat eenmaal gehoord had, beefde hij over al zijn leden. De volgende nacht vernam hij dezelfde boodschap. Vijf dagen later stierf hij na een koortsaanval, terwijl de broeders in tranen voor hem baden.’
‘Er was verder in dat klooster ook een broeder die Merulus heette. Deze beijverde zich bovenmate om tranen van rouwmoedig schuldbewustzijn te storten en aalmoezen uit te delen. Alleen wanneer hij zijn lichaam voedsel of zijn leden rust gunde, onderbrak zijn mond het psalmgebed. In een nachtelijk visioen zag hij een krans van witte bloemen vanuit de hemel op zijn hoofd neerdalen. Niet lang daarna werd hij ziek en stierf hij, volmaakt kalm en vervuld van blijdschap.
Toen Petrus, die nu de leiding over de kloostergemeenschap heeft, veertien jaar later een graf voor zichzelf in gereedheid wilde laten brengen dicht bij het graf van Merulus, steeg daaruit een zoete geur op alsof daar een parfum was uit alle mogelijke bloemen- een overtuigend bewijs van de waarheid van zijn nachtelijk visioen.’
‘In dat klooster bevond zich ook een jongeman die Johannes heette, iemand met een onberispelijk karakter. In inzicht, nederigheid, vriendelijkheid en serieuze instelling was hij veel verder dan men op grond van zijn leeftijd mocht vermoeden. Toen hij ziek werd en zijn einde naderde, verscheen hem in een nachtelijk visioen een oude man die hem met een stokje aanraakte en zei: “Sta op. Aan deze ziekte zul je niet doodgaan. Maar houd je gereed, lang zul je het hier niet meer maken.” Door de artsen was hij al opgegeven, maar plotseling genas en herstelde hij. Hij vertelde wat hij gezien had en wijdde zich nog twee jaar aan de dienst van God met een ijver die ver boven zijn jaren uitging.
Toen drie jaar geleden een broeder stierf, werd hij door ons op het kloosterkerkhof begraven. Vervolgens verlieten we het kerkhof. Johannes bleef bij ons vertrek achter en werd, zoals hij ons naderhand bleek en bevend meedeelde, door de pas gestorven broeder vanuit het graf geroepen. Zijn weldra volgend levenseinde vormde het bewijs: drie dagen later sloeg de koorts toe en werd hij van het vlees bevrijd.’


Bronnen
[GdG.2001 Boek IV c.xlil]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen