× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† ca 570  Cadoc van Llancarfan

Info afb.

Cadoc (ook Cadeau, Cadec, Cadeuc, Cado, Cadocus, Cadou, Cadroc, Caduodus, Cadvod, Cadvoz, Canvel, Cast, Cataw, Cathmael, Catmael, Catmail, Catmel, Cato, Catuodus, Catvael, Catvel, Kadec, Kadeg, Kadeuc, Kadmael, Kado, Kadog, Kadok,Kadou, Kadvael of Kadvoz) van Llancarfan (ook van Beneventum, van Wales of de Wijze) Wales, Groot-Brittannië; stichter & abt; † ca 570.

Feest 24 januari & 21 september ('pardon' = boetprocessie).

Hij was afkomstig uit Cornwall en zou zijn opgevoed door Ierse monniken. In 518 stichtte hij klooster Llancarfan in Clamorgan Wales. Hij schijnt gestorven te zijn in de Italiaanse plaats Benevento, volgens sommigen als martelaar. Daar werd tot diep in de middeleeuwen zijn nagedachtenis in ere gehouden. Er bestaan over hem verschillende tradities die moeilijk met elkaar in overeenstemming zijn te brengen.
De Welshe overlevering vertelt dat hij zich vanuit Wales drie jaar terugtrok in Bretagne en daar als kluizenaar leefde op het naar hem genoemde eiland St-Cado (Morbihan).
De Bretonse traditie geeft hem een veel groter en belangrijker plaats. Dat zou zijn wijd verbreide verering in Bretagne ook beter verklaren.
Het kan natuurlijk ook zijn dat er twee verschillende heiligen van dezelfde naam zijn geweest: één in Wales en één in Bretagne. Hoe dan ook, hieronder geven we eerst de Welshe traditie en vervolgens de Bretonse.

1 Welshe traditie
In Wales bestaan er twee oude levensbeschrijvingen van Sint Cadoc. De oudste gaat terug op het einde van de 11e eeuw en is van de hand van ene Llifris, waarschijnlijk een monnik die verbonden was aan het heiligdom van Sint Cadoc in Llancarfan. Deze vertelling is een aaneenschakeling van wonderen en onwaarschijnlijke voorvallen die de heiligheid van Cadoc moeten onderstrepen.
Aan het begin van de 12e eeuw tekende Caradoc van Llancarfan nog een tweede veel soberder levensverhaal op van Sint Cadoc. Omdat het eerste wellicht ook al in de ogen van de tijdgenoten te onwaarschijnlijk was?
We vatten beide verhalen hieronder samen.

1.1 Levensbeschrijving van Llifris (eind 11e eeuw)
Cadoc was een zoon van koning Gwynllyw van Gwynlliog in het zuidwesten van Wales. De koning was een neef van de heilige Petroc († 594; feest 4 juni).

Uit het feit dat Sint Petroc zo'n twintig tot vijfentwintig jaar later is gestorven dan Sint Cadoc mogen we afleiden dat dit historisch niet zal kloppen. Zulke details kwamen meer voort uit de behoefte om bekende gegevens met elkaar in verband te brengen.

Gwynllyw schaakte de dochter van koning Brychan Gwladys nadat hij nul op het rekest had gekregen, toen hij om haar hand had gevraagd. Toen hun eerste kind op komst was, verscheen hun een engel die zei dat het kind Catmail genoemd moest worden. Het kind werd in een bron gedoopt door de kluizenaar Meuthi. Deze droeg vervolgens zeven jaar zorg voor zijn opvoeding.
Vervolgens stichtte Cadoc klooster Llancarfan. Daarna stak hij over naar Ierland om zich in klooster Lismore te bekwamen in de zeven vrije kunsten.
Na drie jaar keerde hij terug maar vestigde zich na een bezoek aan zijn Llancarfan toch elders. Elk jaar bezocht hij zijn klooster om er samen met de anderen Pasen te vieren. Hij werd dan vergezeld door een menigte geestelijken, soldaten, metselaars, bouwlieden, armen en weduwen. Vanaf zijn zetel gaf hij hun onderricht. Op zijn tochten door het gebied stichtte hij Padstow, een kapel met bron. Na een bezoek aan het Heilige Land zou hij daarin water uit de Jordaan hebben gegoten. Sindsdien gaan de mensen erheen om genezing van hun kwalen te vinden.
Weer was hij van plan Llancarfan te verlaten en benoemde Elli tot zijn opvolger. Zelf werd hij op engelenhanden door de lucht overgebracht naar de Italiaanse plaats Benevento. Juist op dat moment was de abt gestorven. Men koos hem tot nieuwe abt en noemde hem Sofias. Op wonderbare wijze was hij in staat de taal van de mensen daar te spreken. Toen Elli ter ore kwam wat er gebeurd was, bracht hij sindsdien elk jaar een bezoek aan zijn oude leermeester. Intussen was Sofias tot bisschop benoemd. Hij stierf aan het altaar door toedoen van een soldaat of een plaatselijke tiran.

1.2 Levensbeschrijving van Caradoc van Llancarfan
Deze variant is korter en veel soberder. Volgens Caradoc werd Cadoc gewaarschuwd door een engel om op pelgrimstocht te gaan. Onderweg deed hij Benevento aan, waar hij ziek werd en stierf. Niets over een abts- of bisschopsbenoeming. Evenmin iets over een marteldood. Wel een veel waarschijnlijker verklaring, hoe het komt dat er in Benevento een Welshe heilige wordt vereerd.

2 Bretonse traditie
Cado's vader Gundleus (ook Conlay) was koning van Glamorgan in Wales; hij was gehuwd met Gladys.

Gundleus was vorst van Glamorgan, een gebiedje in het Zuid-Westen van Wales, en huwde met Gladys, één van de vierentwintig kinderen van de beroemde Brychan van Brecknock († ca 500; feest 6 april). Van haar tien broers en dertien zussen was zij de enige die niet voor het religieuze leven koos. Zij en Gundleus kregen één kind, de heilige Cadoc (ook Cado) van Wales († ca 570; feest 24 januari).
Aanvankelijk werd hun leven bepaald door oorlog en geweld, maar de beide echtelieden lieten zich door hun vrome zoon Cadoc tot andere gedachten brengen. Gundleus droeg zijn ambt over aan zijn zoon en trok zich met zijn gemalin terug in de eenzaamheid van Stow Hill bij Newport (Gwent) om er samen een kluizenaarsleven te gaan leiden. Ze gaven zich over aan praktijken van strenge versterving. Zomer of winter elke dag namen ze een bad in de ijskoude rivier de Usk waarna ze naakt een wandeling van een uur maakten. Intussen had Cadoc het voorbeeld van zijn vader gevolgd: op zijn beurt had hij de staatszaken overgelaten aan zijn ooms, de broers van zijn vader, en was ook kluizenaar geworden. Hij overtuigde zijn ouders ervan dat ze beter elk apart hun leven aan God konden wijden. Gladys ging vanaf dat moment wonen in Pencanau in Bassaleg. Gundleus zette ter plaatse zijn eenzame leven voort. Op zijn doodsbed werd hij nog bezocht door de heilige Dyffrig (ook Dubricius; † ca 545; feest 14 november).
Zij worden beiden als heiligen vereerd: feest 29 maart.

Twaalf jaar lang leefde Cado als kluizenaar te Llancarvan, en ontving geestelijke begeleiding van een oude medebroeder. Reeds in die tijd worden hem wonderen toegeschreven: zo schijnt hij twee doden ten leven te hebben gewekt; een ervan was een arbeider die door zijn collega's de hersens was ingeslagen, en in een meer gegooid. Ook wordt van hem verteld, dat hij gloeiende kolen zou hebben vervoerd zonder dat hij zich eraan brandde, of zijn kleding schroeide. Alleen op die voorwaarde hadden herders hem vuur willen geven voor zijn haard.

Meestal is dit een symbolische verwijzing naar het feit dat de heilige zijn (brandende!) begeerten beheerste!

Hij bouwde een gastenhuis waar een school aan verbonden was. Dat gaf een grote toeloop van mensen. Daarop besloot Cado zich dieper in de eenzaamheid terug te trekken, en stak over naar Bretagne. Daar stichtte hij een klooster aan de monding van de Etel, op de plek die thans nog naar hem is genoemd: St-Cado.
Hij bouwde er de eerste stenen brug van Bretagne. Volgens de plaatselijke bevolking was dat werk zo gauw klaar dat de duivel zelf hem er een handje bij geholpen moest hebben. Hij had het op een akkoordje gegooid: de duivel zou de brug in één nacht aanleggen op voorwaarde dat de eerste levende ziel die erover heen zou lopen voor hem was. Meteen toen de brug voltooid was joeg Sint Cado een zwarte kat over de brug... De brug ligt er nog altijd en voert naar de prachtige kapel van St-Cado; vlak erbij ligt een bron.
Na drie jaar bekruipt hem weer de lust tot rondtrekken en reizen. Hij gaat op pelgrimstocht naar Aquitanië en vandaar via Palestina naar Rome. Daar zou hij zeven jaar hebben verbleven. Op de terugweg doet hij Benevento aan. Juist op dat moment was de plaatselijke bisschop gestorven. Omdat hij - zeker na zijn pelgrimstocht - zo'n waardige en heilige uitstraling heeft wordt hij door de bevolking tot bisschop gekozen. Volgens sommigen is hij de marteldood gestorven, toen een bende onverlaten de kerk binnendrong op het moment dat hij aan het altaar de mis opdroeg.

Verering & Cultuur
Hij wordt vereerd in Cornwall en Wales en in Bretagne; daar vindt men zelfs een aantal plaatsen die naar hem genoemd.


Bronnen
[Aut.1986»Kado; Cha.1995p:45; DSB.1979p.67»Cadoc; Frm.1996; Nwm.z.j.0480; Orm.2002p:79-82; Vce.1990; Dries van den Akker s.j./2007.12.30]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen