× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 1951  Marie Yvonne Aimée-de-Jesus

Info afb.

Marie Yvonne Aimée-de-Jésus (kloosternaam Yvonne) Beauvais, Morbihan, Bretagne, Frankrijk; kloosterlinge; † 1951.

Feest 3 februari.

Yvonne Beauvais werd geboren op 16 juli 1901 in een dorpje in de streek van Mayenne. Haar vader stierf toen zij drie jaar was.
Zij bracht haar jeugd achtereenvolgens door te Le Mans (bij haar oma, tot 1907); met haar moeder en haar zus in Argentan (tot 1909), Toul (tot 1913) en Neuilly (tot de zomer van 1914); en op een zusterkostschool in Abbey-Wood (Engeland). Daar werd ze zich bewust van het verlangen om zelf in een klooster te gaan.
In 1916 keerde zij terug naar Parijs. Omdat de Eerste Wereldoorlog in volle gang was, duurde de overtocht van Southampton naar Le Havre niet, zoals gewoonlijk 8 uur, maar drieënhalve dag: zonder eten en drinken. Op 16 juli 1922, haar 21e verjaardag, trad zij in bij de Zusters Augustinessen te Malestroit, in de Bretonse departement Morbihan.
Zij was opgevoed als een vroom katholiek meisje van die tijd. Ze had in haar jeugd alle dingen van het geloof zo serieus mogelijk proberen te beleven: ze maakte er ernst mee; al vanaf toen ze heel jong was. Dit blijkt uit de dagboeken die ze heeft nagelaten; deze moest ze bijhouden op last van haar geestelijk leidsman. Het zal ons niet verbazen, dat haar vroomheid de tijdgeest ademt van de eerste helft van de 20e eeuw; ze is enigszins te vergelijken met die van de 'kleine' Theresia van Lisieux († 1897; feest 1 oktober). Doelend op haar lieve karakter, dat gebaseerd leek op een vlijtig geestelijk leven, moet haar moeder eens van haar gezegd hebben, toen ze nog een meisje was: "Ik wist niet, dat Onze Lieve Heer ze nog zo maakte!"
Haar intrede was in feite dan ook een verdere stap op die weg. Haar leven zal getekend zijn door een vriendelijkheid, die volgens het getuigenis van ieder die haar kende, niets geforceerds had; ze werkte integendeel aanstekelijk. Anderzijds leidde ze een intens geestelijk leven; tijdens haar gebed ontving ze vele mystieke gaven. Zo had ze voorspellende dromen; vaak hing er in haar kamer een geur van wierook of bloemen; ze leed aan onverklaarbare verwondingen, kneuzingen en bloedingen welke ze dan ook niet verborgen kon houden voor de medezusters van de ziekenafdeling; soms werd ze op twee plaatsen tegelijk gesignaleerd.

Persoonlijke aantekening
In 2003 ontmoette ik in het jezuïeten-retraitehuis van Penboc’h, Morbihan, de 89-jarige pater Audic die gezien zijn leeftijd zowel geestelijk als lichamelijk in opvallend goede conditie was. Zijn vader was als arts nauw betrokken geweest bij de gebeurtenissen rond zuster Marie-Yvonne. Hij had er niet veel mee op gehad en de geloofwaardigheid ervan ernstig betwijfeld… Meer wilde (of kon?) pater Audic er niet over kwijt.

Een voorbeeld van een merkwaardig verschijnsel uit de tijd dat ze Algemeen Overste was van de Congregatie en geregeld verre reizen moest maken:

Op woensdag 9 oktober 1946 schrijft ze, dat ze een stem hoorde die haar opdroeg naar Parijs te gaan. Omdat ze haar leven lang dergelijke verschijnselen had meegemaakt, verbaast ze zich er niet meer over, en doet wat de stem haar zegt, nadat ze eerst had onderzocht of het niet de stem van de duivel was. Diezelfde avond kan ze nog de trein naar Parijs halen; bij aankomst komt er een gewone kruier op haar af met de woorden: 'U gaat naar Ierland, zuster. Hier is uw kaartje.' Het blijkt een kaartje eerste klas te zijn voor de boot naar Londen, inclusief een gereserveerde plaats in de trein die 's middags van het Gare du Nord vertrekt. Vlug gaat zij naar het postkantoor om de communiteit in Malestroit te berichten waar zij heengaat. Als de trein Abbeville gepasseerd is, valt zij in slaap. Ze wordt pas weer wakker op zee; het is tien over twee. Ze zit op een kleine boot, tjokvol mensen, en hoort dat ze zo in Dublin zullen zijn. Om half drie gaat ze van boord en komt snel door de douane; ze wordt opgewacht door iemand die zij kent, en die zij aanduidt met zijn voorletters E.M.C.: 'Hoe wist hij dat ik zou komen? Hij vertelt het mij alsof het niets bijzonders is: "Ik kon nog net op tijd zijn om u af te halen, toen ik uw telegram kreeg." Mijn telegram? Ik heb helemaal geen telegram gestuurd. Ik zeg maar niets. We praten wat...'

Ze is een opvallende persoonlijkheid, met een aantrekkelijk karakter. Reeds als novice wordt zij assistente van de overste, en reist als zodanig mee naar Rome, om daar de goedkeuring te bewerkstelligen voor de Regel van de Congregatie, en voor de nieuwbouw van het klooster. Na enkele jaren wordt zij benoemd tot novicemeesteres, en weer korte tijd later door de communiteit gekozen tot Moeder Overste. Daar moet zelfs in Rome goedkeuring voor worden aangevraagd, omdat ze er volgens de Regel nog te jong voor is. Tenslotte zal ze Algemeen Overste worden voor de Congregatie, verspreid over de hele wereld: van Ierland tot Zuid-Afrika.
Intussen wordt de omgang van de Heer met Yvonne steeds intenser. Zij van haar kant probeert een zo goed mogelijk instrument te zijn in zijn hand; zodat zij zijn liefde in zich op kan nemen en doorgeven aan de mensen met wie zij in aanraking komt.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog komt Malestroit in bedreigd gebied te liggen. Herhaaldelijk moeten er verzetsmensen verborgen worden. De Duitsers vertrouwen de zusters niet. En terecht. Op een goed moment worden er zelfs twee mannen uit de buurt die gezocht worden, in een habijt gehesen en in het slot (waar volgens pauselijke regel helemaal geen mannen mogen komen!) in aanbidding voor het Allerheiligste geplaatst. Na de oorlog zal Moeder Yvonne voor dergelijke feiten zelfs getooid worden met de versierselen die behoren bij het Légion d'Honneur.

Op 3 februari 1951 sterft Mère Marie Yvonne-Aimée de Jésus, zoals ze voluit heette. Elk van de namen bevat een eigen stukje geschiedenis.
- Yvonne was haar doopnaam;
- bij de intrede in het klooster voegde zij daar zelf de naam 'Aimée-de-Jésus' aan toe (= ‘door Jezus bemind’), omdat dat voor haar de kern van haar leven aangaf. Haar lievelingsschietgebed, dat in de Congregatie nog lang na haar dood in ere werd gehouden, luidde: 'Jezus, koning van liefde, ik vertrouw me toe aan uw barmhartigheid en goedheid' (= Jésus, Roi d'Amour, j'ai confiance en Votre miséricordieuse bonté).
- de naam Maria werd toegevoegd in juli 1944. Tijdens de invasie van de geallieerden en de daaropvolgende zware gevechten in de directe omgeving had Mère Yvonne de communiteit en het klooster onder de bescherming van de Heilige Maagd geplaatst. Toen bleek, dat het klooster noch in de voorafgaande jaren noch tijdens de invasie enige oorlogsschade had opgelopen, drukten de zusters op voorstel van Yvonne hun dankbaarheid uit door aan hun namen die van Maria toe te voegen.


© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen