× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† ca 304  Saturninus van Abytina

Info afb.

Saturninus van Abytina, Afrika; martelaar met vele anderen; † ca 304.

Feest 11 & 12 februari & 30 augustus.

Hij maakt deel uit van een lijst heiligen, die als volgt is overgeleverd: "Saturninus, priester tezamen met zijn vier kinderen: de voorlezers Saturninus en Felix, de maagd Maria, en Hilarion die nog maar een klein kind was. Daarnaast de beide senatoren Dativus en Felix. Anderen die met name van deze groep worden genoemd, zijn: Thelica of Theliquus, Ampelius, Emeritus, drie Rogatianussen, Quintus, Maximianus, twee Rogatussen, Januarius, Cassianus, Victorianus, Vincentius, Cécilianus, Restituta, Eva, Prima, Givalius, Pomponia, twee Seconda's, twee Januaria's, Saturnina, Martinus, Dante, nog een derde Felix, Margarita, Majorus, Honorata, Regiola, Victorinus, Pelusa, Fausta, Dacianus, Victoria, twee Matrona's, Cecilia en Herectina."

De keizers Maximianus en Diocletianus (284-305) hadden besloten de christelijke godsdienst volkomen uit te roeien. Ze hadden bepaald dat alle heilige boeken moesten worden ingeleverd en verbrand. Werden er nog bij de een of ander aangetroffen, dan zou hem dat op strenge straffen komen te staan, mogelijk zelfs de doodstraf. Dat gold ook voor mensen die weigerden aan de Romeinse staatsgoden te offeren. Samenkomsten van christenen waren verboden, laat staan erediensten.

Welnu, deze groep van 49 christenen werd gearresteerd op het moment dat ze bij elkaar waren om de eucharistie te vieren. Onmiddellijk werden ze ter plaatse voor Anulinus, de landvoogd, geleid. Net als Pontius Pilatus in het evangelie hield ook deze in het openbaar zitting. Ten aanhoren van een steeds maar aangroeiende menigte beleden ze onverschrokken dat ze christen waren en dat ze bereid waren er elke straf voor te ondergaan en dat ze niet van hun overtuiging waren af te brengen. Hierop besloot Anulinus ze één voor één te ondervragen. Hij begon met Dativus; dat was immers een hooggeplaatst staatsambtenaar; waarschijnlijk was hij ook één van de oudsten. Dativus gaf op elke vraag hetzelfde antwoord: dat hij christen was. De landvoogd liet hem op de pijnbank leggen. Onder de aanklagers was een advocaat, Fortunatianus. Hij was erbij geweest toen ze de groep arresteerden en had tot zijn schrik bemerkt dat zijn zuster, Victoria, zich onder de arrestanten bevond. Hij begon nu Dativus ervan te beschuldigen geestelijke dwang te hebben uitgeoefend op zijn zusje en op de andere aanwezigen...

Op dat moment riep Thelicus dat ze allen uit vrije wil naar de bijeenkomst van de christenen waren gegaan. Nu moest hij het ontgelden. Op de pijnbank leed hij vreselijke pijnen, nog verergerd door de spotlust van Anulinus. Maar hij hield Christus voor ogen die zijn beloning in het vooruitzicht stelt van al wie zich vasthouden aan Hem. Uiteindelijk liet Anulinus hem losmaken en in de gevangenis gooien.

Nu ging weer alle aandacht naar Dativus. De landvoogd verweet hem dat hij als hooggeplaatst staatsambtenaar toch wel de eerste moest zijn om aan de bevelen van de keizer te gehoorzamen; hij moest het goede voorbeeld geven. Maar Dativus antwoordde dat men God meer moet gehoorzamen dan de mensen, zeker als hun geboden tegen de goddelijke orde ingaan: "U kunt praten wat u wil. Ik ben christen. Daarmee uit!" Ook hij werd door de landvoogd naar de gevangenis gestuurd. Eén voor één kwamen ze alle 49 aan de beurt. Sommigen stierven al onder de martelingen op de pijnbank, anderen werden uitgeput en half dood naar de gevangenis gesleept en bij de anderen gevoegd. Saturninus moest extra zware mishandelingen ondergaan, omdat hij priester en voorganger was en daar ook rond voor uitkwam. Aan de voorlezers werd bij herhaling gevraagd of ze soms heilige boeken verborgen hielden. Ze gaven telkens hetzelfde antwoord: "Ik ben christen." Zodat Anulinus uiteindelijk in woede en wanhoop uitbarstte en de volgende liet halen. Het kind Hilarion scheen enigszins medelijden op te wekken bij de barre landvoogd. Hij probeerde de jongen te paaien met vriendelijke woorden, dat hij zijn verstand moest gebruiken, dat hij toch wel wijzer was, dat hij... Maar Hilarion onderbrak hem eenvoudig door te zeggen: "Ik ben christen en ben uit vrije wil naar de samenkomst gegaan." Toen dreigde Anulinus hem haar, neus en oren af te snijden. Hij antwoordde: "U doet maar. Ik ben christen." Terwijl ook hij naar de gevangenis werd afgevoerd hoorde men hem nog roepen: "Eer aan God in de hoge!"

Na de mannen kwamen de vrouwen aan de beurt. In hun moed en standvastigheid deden zij voor de mannen niet onder. Vooral Victoria toonde zich een heldin. Zij was naar de christenen gegaan, omdat haar ongelovige vader voor haar een huwelijk had gearrangeerd, terwijl zij het liefst als maagd voor Christus wilde leven. Daarop was ze van huis weggelopen en had ze onderdak gevonden bij de christenen. Zij had het moeilijkst, omdat haar broer heftig op haar inpraatte. Omdat hij advocaat was, wist hij op alle mogelijke manieren op haar gemoed te werken. Maar zij riep net als de anderen: "Ik ben christen." Fortunatianus probeerde nog haar ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Ook Anulinus deed een duit in het zakje en raadde haar aan om met haar broer mee naar huis te gaan. Maar zij antwoordde: "Ik ben christen. Mijn broers: dat zijn zij die Gods geboden onderhouden." Dat antwoord stemde zowel de landvoogd als Fortunatianus bitter. Ook zij werd in de gevangenis geworpen.

Daar stierven ze in de loop van de dagen erna aan honger, uitputting of aan de gevolgen van hun verwondingen door de martelpraktijken tijdens de verhoren.


Bronnen
[106; 149/1p:274; 277p:285; Dries van den Akker s.j./2007.07.16]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen