× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 6e eeuw  Rioc van Landevennec

Info afb.

Rioc (ook Riec, Rieg, Rieu, Rieul, Riog of Riou) van Landevennec (ook van Camaret), Bretagne, Frankrijk; monnik; † 6e eeuw.

Feest 12 & 13 februari.

Sint Rioc moet ergens in de vijfde eeuw geboren zijn, wellicht rond 440. Over de jeugd en de doop van Rioc gaat de volgende legende.

Legende
Volgens de overlevering was Rioc afkomstig uit Armorica (= nagenoeg het huidige Bretagne). Op het moment van zijn geboorte waren zijn ouders nog geen christen. Zijn vader heette Elorn, en was heer van kasteel Joyeuse-Garde ('Vreugde-Wacht') te Roche-Maurice.

De legende vertelt, dat hem het leven zuur werd gemaakt door een afzichtelijk monster dat telkens weer zijn omgeving onveilig maakte. De koning van Brest Bristokus had het met het ondier op een akkoordje gegooid: elke zaterdag zou hem een levend wezen geofferd worden, mens of dier. Maar het lot was intussen al zo vaak op de onderdanen en de veestapel van     Elorn gevallen, dat hij bijna niets meer over had: één voor één zag hij zijn dierbare mensen en dieren ten offer vallen aan de onverzadigbare vraatzucht van het monster. Uit pure wanhoop wierp hij zich van de rotsen in de rivier Dour-Doun (= 'diep water’:  de huidige Elorn).

Juist op dat moment kwamen er twee heilige pelgrims terug van hun reis naar het heilig Land: Sint Derrien en Sint Neventer. Zij waren er getuigen van, hoe de ongelukkige heer Elorn zich van het leven probeerde te beroven. Onverwijld schoten ze te hulp en ze wisten de drenkeling behouden en wel weer aan land te brengen. De beide heiligen zeiden dat ze een probaat middel wisten tegen het monster: Elorn moest zich tot de christelijke godsdienst bekeren, en zich laten dopen. Maar daar schrok de vorst voor terug. Wel stemde hij erin toe, dat zijn vrouw, zijn zoon en alle andere personeelsleden van zijn huishouding die hun toevlucht tot Christus wilden nemen, zich mochten laten dopen. Bovendien beloofde hij, dat er op zijn landgoed een kerkje gebouwd mocht worden.

Vervolgens gaven zij de kleine Rioc de opdracht het monster aan de leiband te nemen. 'En dat - aldus een oude beschrijving - terwijl het een huiveringwekkend beest was, zo log als een paard, met een kop die het meeste weg had van een haan, of liever van een basilisk, een soort griezelige slangenkop; alleen al met zijn stank en zijn blik was het in staat andere levende wezens te doden.' In het bijzijn van Elorn wierpen ze de draak in zee bij het plaatsje Pontuzval in Plonéour-Trez; vervolgens voeren ze af naar Brest.

Bij thuiskomst gaf Elorn zoals afgesproken zijn vrouw, zijn kind en ieder van zijn huishoudelijk personeel die dat wilde, toestemming zich te laten dopen. Maar met de bouw van de kerk maakte hij geen haast. Uiteindelijk ging hij er toch toe over na lang aandringen van zijn vrouw en zijn zoon, zij het dat hij niet de overeengekomen plaats Barget uitkoos, maar een plek die veel verder van zijn woning aflag. Maar de benodigde bouwmaterialen die naar die verre plek waren gesleept, bleken in de daaropvolgende nacht op geheimzinnige wijze weer naar Barget teruggebracht te zijn. Elorn verdacht de christenen nu van zwarte kunst en tovenarij; vandaar dat hij woedend werd op zijn vrouw en zijn kind. Het liep erop uit, dat hij ze uit zijn huis verjoeg. Zij zochten een schuilplaats in de bossen rond Brest.

Daarna wordt de jonge Rioc toevertrouwd aan abt Sint Guénolé († 532; feest 3 maart), om in zijn klooster Landevennec een goede opleiding te krijgen. Ook over deze tijd is een legende bewaard gebleven.

Legende
Op een goed moment hoorde Sint Rioc, dat zijn moeder ernstig ziek was. Daarom vroeg hij aan Sint Guénolé toestemming om naar haar toe te gaan. Maar de heilige abt had in een visioen al gezien, dat zij gestorven was. Hij zei daar niets van aan zijn leerling, maar stuurde hem naar huis met wat wijwater. Nog voordat hij zijn moeder had begroet, begon de ijverige monnik meteen bij zijn thuiskomst wijwater te sprenkelen. Daarbij sprak hij de woorden: 'Moge de Heer Jezus in wiens naam mijn meester zoveel wonderen doet, u weer gauw gezond maken.' Alle aanwezigen wisten natuurlijk dat de vrouw al overleden was. Ze hadden medelijden met de heilige monnik, dat hij in onwetendheid zulke onmogelijke dingen bad. Maar tot hun verbazing ging de vrouw, van wie ze zojuist de dood hadden geconstateerd, weer rechtop in bed zitten, alsof ze wakker werd uit een diepe slaap, en ze wiste zich het zweet van het voorhoofd. Onmiddellijk vielen ze allemaal op hun knieën, en riepen uit: 'Als iemand alleen al bij het noemen van zijn naam zelfs zonder dat hij erbij is, zulke grote wonderen kan doen, dan moet hij wel bijzonder geliefd zijn bij God.'

Vanaf dat moment leidde zijn moeder een nog heiliger leven dan ze al deed. Uiteindelijk stierf ze een vrome dood en werd ze door haar zoon begraven. Heel zijn vermogen schonk hij weg aan zijn leermeester Guénolé. Het moet een gigantisch bedrag geweest, want de annalen van het klooster komen er minstens twee keer op terug. Van het geld werd een nieuw klooster gebouwd, dat naar Sint Rioc is genoemd: Lanriec, vlakbij de Bretonse plaats Concarneau.

Rioc zou op dat moment zestien jaar geweest zijn. Hij besloot zich voortaan terug te trekken om het leven van een kluizenaar te leiden; volgens een oude overlevering trok hij voorgoed de eenzaamheid in rond het jaar 453. Hij vond een geschikte plek in de buurt van het plaatsje Camaret. Hij leefde van wat groente, visjes en wilde vruchten; hij ging gehuld in een zelf vervaardigd kleed van mossen. Veertig jaar moet hij zo hebben doorgebracht. Waarschijnlijk werd hij begraven op de plek waar hij al die tijd had geleefd.

Verering & Cultuur
Het was Sint Budoc, bisschop van Dol († 7e eeuw; feest 9 december), die hem in 554 (anderen zeggen 633) verhief tot de eer der altaren.

We vinden de naam van Sint Rioc terug in Bretonse plaatsen als Lanriec en Riec (Finistères), Saint-Rieul (Côtes-du-Nord) en Roz-Landrieux (Ille-et-Villaine).

Afgebeeld
In de kerk van Camaret staat hij afgebeeld met een kreeft.


Bronnen
[Dries van den Akker s.j./2010.07.19]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen