× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 309  Elias van Cesarea

Elias van Cesarea, Palestina; martelaar met Jeremias e.a.; Ü 309.

Feest 16 februari.

Het betreft een groep van vijf monniken, die afkomstig waren uit Egypte. Op het moment van hun arrestatie bij de stadspoort van Cesarea in Palestina waren ze op de terugweg van een bezoek aan medechristenen die dwangarbeid verrichtten in de mijnen van CiliciŽ. Dat was een van de verscherpte maatregelen om de christenen af te schrikken en tot geloofsafval te brengen. Vaak werd hun eerst nog een oog uitgestoken, voordat zij de mijnen werden ingestuurd. Omdat de vijf zo'n merkwaardige taal spraken, en in het geheel geen geheim maakten van hun verboden activiteiten, werden ze aan de Romeinse stadhouder, Firmilianus, voorgeleid. Deze had de naam bijzonder fanatiek te zijn tegen christenen. Hij begon er dan ook mee ze een marteling te laten ondergaan. Ze werden op een martelraam uitgerekt. Vervolgens begon hij zijn onderzoek en vroeg aan Elia wie zij waren. Blijkbaar zag hij in hem de leider van de vijf.

"Wij heten Elia, Jeremia, Jesaja, SamuŽl en DaniŽl", antwoordde Elia. Deze namen hadden de mannen ontvangen bij hun doopsel, waarbij ze hun oorspronkelijke Egyptische namen hadden verruild voor namen uit het Oude Testament. De oude Egyptische namen waren immers vaak ontleend aan de oude goden, en dat paste niet bij een christengelovige, die maar ťťn God vereerde. De genoemde namen klonken de Romeinse landvoogd, die het Oude Testament niet kende, erg vreemd en verdacht in de oren.

"En waar komt u vandaan?" vervolgde hij.

"Wij zijn van het hemelse Jeruzalem."

"En waar mag dat wel liggen, dat hemelse Jeruzalem?" vroeg hij. Waarschijnlijk kende hij zelfs het aardse Jeruzalem niet, want dat heette al sinds twee eeuwen op zijn Romeins Aelia Capitolina. Maar omdat het antwoord hem niet beviel, werd Elia nog verder uit elkaar getrokken; nu liet Firmilianus zijn slachtoffer op de strak gespannen huid een aantal zweepslagen toedienen.

"Het moet ergens in het oosten liggen, antwoordde Elia ongebroken, want daar gaat de zon op, en Jezus is voor ons de zon van de gerechtigheid. Hij is het licht dat de duisternis verdrijft."

"Nou, vertelt u dan eerst maar wat voor beroep u uitoefent?" probeerde Firmilianus het over een andere boeg, want hij begreep geen woord van de godsdienstige taal die de monnik sprak.

"Wij zijn christenen. Wij beroepen ons op Christus; op Hem stellen wij ons vertrouwen, onze hoop en onze liefde."

Dat was tenminste duidelijk. Christenen waren verboden op straffe des doods. Nu kon de stadhouder hen met goed fatsoen terechtstellen. Daar waren ze immers op uit. En wat de martelaars zelf betreft; dit was hun manier om hun solidariteit te tonen met hun medechristenen in die verschrikkelijke mijnen van CiliciŽ, die ze juist hadden bezocht.

Dit relaas hebben we te danken aan de geschiedschrijver Eusebius van Cesarea; hij was erbij.


Bronnen
[014; 101a; 102; 104; 141; 149/1p:299]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen