× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† ca 300  Hemiterius van Calahorra

Info afb.

Hemiterius (ook Emeterius, Emiterius, Medi of Hemeterius) van Calahorra, Spanje; martelaar met Cheledonius (ook Celedonius of Chelidonius); † ca 300.

Feest 3 maart.

De legendarische overlevering beschouwt hen als twee zoons van Marcellus van Tanger († 298; feest 30 oktober). Deze was afkomstig uit de Spaanse stad León en diende als honderdman in het Romeinse leger. Tijdens de feestelijkheden ter gelegenheid van de verjaardag van keizer Maximinianus (284-305) weigerde hij deel te nemen aan de offerrituelen: hij was christen, alleen aan Hem bracht hij offers. Hij wierp zijn wapens weg en rukte de soldateninsignes van zijn kleding. Dat was heiligschennis en voor een soldaat hoogverraad. Op last van de toenmalige stadsprefect Agricolaus werd hij berecht, gefolterd en uiteindelijk met het zwaard onthoofd.

De klerk Cassianus († 298; feest 3 december), die de gang van zaken moest vastleggen in Acta (= verslagen), was diep onder de indruk van Marcellus' standvastigheid, en de rust en blijdschap die hij uitstraalde. Tegelijk ergerde hij zich aan de oneerlijkheid waarmee de rechter te werk ging. Toen Marcellus onterecht ter dood werd veroordeeld († 298; feest 30 oktober), smeet hij zijn lei en griffel neer en riep uit dat ook hij christen was. Hij werd gearresteerd en op zijn beurt aan verhoren en folteringen onderworpen. Enkele weken na Marcellus stierf hij de marteldood.

[101; 101a; 102; 106; ]

Verering & Cultuur

Volgens de overlevering had hij twaalf zonen, die allen de marteldood stierven: Claudius, Lupercus, Victorinus, Facundus, Primitivus, Hemeterius († ca 300; feest 03 maart), Cheledonius († ca 300; feest 03 maart), Servandus († ca 300; feest 23 oktober), Germanus († ca 300; feest 23 oktober), Faustus, Januarius & Marcialis. Van hen worden Claudius, Lupercus en Victorinus nog in León in ere gehouden. Servandus en Germanus kwamen om in Cádiz, en Emeterius en Chelidonius in Calahorra.

Het heeft er alle schijn van dat we hier te doen hebben met legendevorming. Waarschijnlijk zijn er twaalf 'losse' martelaren aan Marcellus toegevoegd; op die manier begon Marcellus steeds meer op Jezus te lijken, die immers ook twaalf geestelijke 'zonen' om zich heen had. Tegelijk had men verband gebracht in allerlei verspreide martelaarsverhalen.

Naar verluidt waren Hemiterius en Cheledonius soldaten, die gelegerd waren in Calahorra, in het oude Castilië. In zijn boek 'De Glorie van de Martelaren' weet Gregorius van Tours († 594; feest 17 november) het volgende over hen te vertellen:

'De Spaanse stad Calahorra is in het gelukkige bezit van de martelaren Emeterius en Chelidonius. Om te getuigen van de macht van de heiligen, mag de stad herhaaldelijk genezingen begroeten van allerlei ziekten. Deze martelaren werden gearresteerd door hun vervolgers en aan straffen onderworpen. Nadat zij een aantal folteringen hadden ondergaan, omdat zij de goddelijke naam beleden, verwelkomden zij de doodstraf en werden buiten de stad geleid om onthoofd te worden. Toen de beul hun hoofd afsloeg, gebeurde er een groot wonder voor de ogen van de mensen. Want van de ene martelaar werden de voet- en van de andere de handboeien opgenomen in de wolken en naar de hemel gevoerd. Alle aanwezigen hebben dit gezien. En zover als het oog ze kon volgen, staarde het volk met verbazing naar de glans van de gouden voetboei en de schittering van de linnen handboei. Aurelius Clemens [= Prudentius] geeft een getuigenis van deze gebeurtenissen in zijn boek 'De Kronen'. Hij schrijft: "Deze eer is niet verborgen en veroudert niet met de tijd: hoe de gaven die zij omhoogzonden door de lucht vlogen: door hun glans laten zij zien dat de weg naar de hemel openligt. De voetboei, die het geloof van de ene verzinnebeeldde, werd omhooggevoerd in een wolk; de andere gaf volgens zeggen een handboei bij wijze van de gelofte die op zijn lippen lag. Deze offergaven werden opgenomen door een hemelse bries en gingen de diepten van het licht binnen. De glans van het goud verdween in het gewelf van de heldere hemelen. Het witte maaksel ontsnapte tenslotte aan de ogen die het zo lang mogelijk hadden gevolgd. De gaven werden helemaal naar de sterren gevoerd en zijn daarna nooit meer gezien".'


Bronnen
[101; 101a; 102; 106; 146p:116; 03.03; 346p:88; 500; Dries van den Akker s.j./2001.11.27]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen