× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 1236  Cono Navacita van Naso

Info afb.

Cono (ook Conon en Conus) Navacita van Naso (ook van Sicilië) osb.bas, Sicilië, Italië; abt en pelgrim naar het Heilig Land; † 1236.
Feest 05 & 28 maart & 1 september (overbrenging relieken).
Hij werd geboren uit de welvarende Normandische familie Navacita te Naso op het eiland Sicilië tijdens de regering van Rogerus II († 1154). Zijn ouders hadden hoge verwachtingen van hem. Maar reeds op jonge leeftijd werd hij aangetrokken door het geestelijk leven. Hij wilde Jezus volgen. Om zijn ouders niet al te zeer teleur te stellen trad hij in bij de Basilianen die een kloostertje hadden even buiten Naso. Hij bleek een voorbeeldige monnik. Hij mocht de priesterwijding ontvangen en werd herhaaldelijk gevraagd om in een andere kloosters geestelijke leiding te geven.

Kluizenaar
Uiteindelijk trok hij zich terug in een grot om zich daar geheel en al aan gebed en versterving te kunnen wijden. Toen kwam het bericht dat de abt van het klooster voor langere tijd weg moest, en of Cono niet terug wilde keren om in de tussentijd de leiding op zich te nemen. Dat deed hij. Met tegenzin. Toen vader abt niet terugkeerde, werd hij met algemene stemmen door de kloostergemeenschap tot abt gekozen.
Gaandeweg groeide in hem het verlangen om de heilige plaatsen in het Heilige Land te bezoeken. Bij terugkomst vernam hij dat zijn ouders intussen overleden waren. Het grootste deel van de erfenis schonk hij weg aan de armen. En een gedeelte bestemde hij voor het permanente onderhoud van het klooster. Daarna trok hij zich weer terug in zijn grot op de Sint-Michaëlsberg om zijn geliefde kluizenaarsbestaan te hervatten.

Schande
Maar de onrust was nog niet voorbij. Want een adellijk meisje was tot zonde vervallen met een jongeman en de gevolgen bleven niet uit. Zij dreigde met schande overladen te worden. Nu beschuldigde zij de kluizenaar ervan haar verleid te hebben in weerwil van zijn reeds gevorderde leeftijd en het aanzien dat hij genoot als heilige. Cono werd voor de rechter gebracht en deze sprak als veroordeling uit dat de oude man tot op het blote lijf moest worden uitgekleed om hem geselslagen te kunnen toedienen: dit alles in het openbaar op het centrale plein van het stadje. Maar toen hij ontkleed werd, kwam er een sterk vermagerd, haast doorschijnend lichaam te voorschijn, overdekt met wonden; bij de riem en op de borst hing het vlees er zelfs in bedorven vellen bij. Daarop nam het volk hem in bescherming en bracht hem terug naar zijn grot.
Hij stierf op 28 maart, Goede Vrijdag, van het jaar 1326. Volgens de plaatselijke legende te Naso begonnen op dat moment als vanzelf alle kerkklokken te luiden. Toen men ging kijken vond hem dood, in extatische gebedshouding en omgeven door een wonderlijk schijnsel.

Verering & Cultuur
Na zijn dood verspreidde zich zijn verering over geheel Sicilië en zelfs tot in Calabrië, de uiterste punt van het vasteland in het zuiden van Italië. Daar wordt hij met name herinnerd door de wonderen die hij er deed bij terugkomst uit het Heilige Land. In de Calabrische stad Briatico wordt een vingerreliek van hem in ere gehouden; waarschijnlijk daar gebracht door de paters Basilianen die er tegen het einde van de 14e eeuw pastoraal werk verrichtten.

San Cono
Het stadje San Cono is naar hem genoemd. Het werd gesticht in 1785 door markies Trigona. Sommigen menen dat het zijn naam dankt aan het feit dat de familie van zijn moeders kant daar bezittingen had. Maar een legende weet te vertellen dat de markies ooit bezoek kreeg van een basilianer monnik uit Naso die hem om een lading tarwe vroeg. De monnik had geen geld bij zich, maar beloofde terug te komen om te betalen. Als onderpand liet hij een kostbare ring achter die hij aan zijn vinger had. Toen de monnik niets meer van zich liet horen, begon de markies zijn goedgelovigheid te betreuren en besloot zelf naar Naso te gaan om daar een kijkje te nemen. Zonder resultaat. Totdat hij tenslotte tegen de muur van een klooster een vijf eeuwen oude schildering aantrof: de afgebeelde persoon was zijn monnik: Sint Cono. Overtuigd dat hij een wonder had beleefd noemde hij het stadje dat hij stichtte naar de heilige: San Cono.

Naso
In Naso zelf wordt hij met name gevierd op de 2e zondag in mei. Zijn beeld wordt dan op een wagen door het stadje gereden omstuwd door de bewoners die voor die gelegenheid allemaal naar huis terugkeren. ’s Avonds wordt de eerste oogst naar de kerk gebracht. Telkens als een familie haar offergaven aandraagt wordt haar naam luid afgeroepen. Het volk antwoordt steevast met: ‘Viva Diu e Santu Conu!’ (‘Leve God en Sint Cono!’). Tegen het einde van de oogst wordt het beeld in processie langs de velden gedragen.

Zijn mirakelbeeld vertoont een donker uiterlijk. Op die manier zou hij de Saracenen hebben afgeschrikt, toen zij Naso aanvielen. Bij het zien ervan meenden zij dat het reuzen waren die zij te bevechten hadden, en namen de vlucht. Zo spaarde Cono zijn stad voor de Saracenen.

Op 5 maart 1823 vond een enorme aardbeving plaats die veel schade aanrichtte, maar wonderlijk genoeg slechts een enkel slachtoffer maakte. De plaatsen waar Sint Cono vereerd werd, bleven geheel gespaard. Dat het stadje er relatief goed vanaf kwam, werd toegeschreven aan de voorspraak van Sint Cono.

Op 1 september viert men te Naso het feit dat op die dag Cono’s relieken werden overgebracht van de grot waar hij stierf naar de plaatselijke aan hem toegewijde kerk. Vanaf 29 augustus beginnen de inwoners van Naso hun stadje te versieren met lichtjes en erebogen. In de kerk worden de relieken ter verering uitgesteld. Op 1 september zelf brengt men zijn relieken over van de crypte in de San-Conokerk naar de hoofdkerk, Santa Maria degli Angeli.
Zowel op de processiewagen als op enkele afbeeldingen vindt men de bede: ‘Libera devotos et patriam a peste, fame et bello’ (‘Verlos het vaderland en de u toegewijden van pest hongersnood en oorlog’).

Patronaten
Zijn voorspraak wordt met name ingeroepen tegen oor- en neusziekten. Is het toeval dat de naam van het stadje ‘Naso’ in het Latijn ‘neus’ betekent? Hoe dan ook, het stadswapen wordt gevormd door een neus in het midden, geflankeerd door twee oren. Een plaatselijk gezegde luidt: ‘Heb een goede neus, luister veel en zeg weinig.’

Een speciale lofzang luidt:

O San Cono di Naso potente
validissimo, gran protettore
a te giunga l'omaggio del cuore
dei tuoi figli servito e fervente.
Tu li guidi dal cielo, possente,
tu proteggili sempre e la mente
apri loro ed ispirali tu
all'amore sublime di Gesù.

O San Cono di Naso vedesti
tu quei luoghi sacrati di pianto,
ove il Cristo soffrì e fu affranto
da dolori più atroci e piangesti
con vivissimo immenso dolore
il martirio del Dio redentore.
O San Cono deh! dacci virtù
fede immensa nel cuor di Gesù.

O San Cono ai devoti donasti
le tue grazie ed il sordo sentì,
parlò il muto e d'incanto svanì
il demonio che tu sgominasti.
A te, padre amoroso, I nasensi
chiedon grazie, favori, consensi,
O San Cono confortali tu
fa che amino sempre Gesù.

Innalzandoti al cielo da terra
una grande promessa lasciasti
e d'allora la patria scansasti
dalla peste, la fame e la guerra.
O San Cono, le grazie più sante
deh! dispensa ai devoti che tante
te ne chiedono, consolali tu
per l'amore che porti a Gesù.


Bronnen
[FARNETI, Fauzia (red.) ‘Naso. Guida alla visita della città’, Firenze, 2009; Gué.1880/4p:19; Hlw.1924; Mül.1860; Plaatselijke info; Rge.2002; Wikipedia (Italiaans) met veel dank aan Ornella Sirna, Naso.; Dries van den Akker s.j./2019.06.16]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen