× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 424?  Zenobius van Florence

Info afb.

Zenobius van Florence, Italië; bisschop; † begin 5e eeuw (424?).

Feest 25 mei

Volgens zijn levensbericht werd Zenobius in 335 te Florence geboren. Zijn ouders, Lucianus en Lucia waren van adellijke afkomst, en hingen nog de Romeinse goden aan. Toen hij twintig was geworden, hadden zij voor hem een waardige partij uitgekozen voor een huwelijk. Zenobius had intussen kennis gemaakt met Christus en verlangde zijn leven geheel en al in zijn dienst te stellen. Daarom zocht hij zijn toevlucht bij Theodorus, de toenmalige bisschop van Florence. Deze nam hem in bescherming. Maar dat beviel zijn ouders helemaal niet. Ze brachten een soort legertje op de been om hun zoon naar huis te halen. Maar Zenobius wist zo op hen in te praten dat zij diep onder de indruk waren. Hun stemming sloeg helemaal om, en uiteindelijk lieten ook zij zich dopen. Zenobius werd opgenomen in de rangen van d geestelijken.

Hij ontmoette Ambrosius, de beroemde bisschop van Milaan, toen deze onderweg naar Rome in Florence overnachtte. Zenobius moet grote indruk op de bisschop hebben gemaakt, want deze vertelde over hem aan paus Damasus. Die ontbood de veelbelovende jonge geestelijke naar Rome en verzocht hem in zijn nabijheid te blijven.

Toen zij eens onderweg waren naar de kerk van Santa Maria in Trastevere, werd voor hen de zoon neergelegd van de legeroverste; de jongen leed aan jicht. Op Zenobius’ gebed bleek de jongen genezen. Paus Damasus had zoveel vertrouwen in zijn assistent dat hij hem naar Constantinopel stuurde om enkele delicate kwesties te bespreken. Niet alleen bracht hij die missie tot een goed einde, maar in het voorbijgaan dreef hij daar ook nog bij enkele bezetenen duivels uit.

Bij terugkomst uit Constantinopel wachtte hem een nieuwe taak. In de tussentijd was bisschop Theodorus van Florence overleden. Er was een hevige strijd ontbrand tussen de Arianen en de orthodoxen over zijn opvolging. Damasus zond dus zijn vertrouweling erheen om het conflict op te lossen. De strijdende partijen waren zo onder de indruk van zijn verzoenende houding, dat allen hem, Zenobius, als bisschop wilden. Maar daar voelde hij niets voor. Hij ging dus naar Rome terug en berichtte de paus dat hij de zaak hier niet tot een goed einde had weten te brengen. Al snel werd hij achterna gereisd door gezanten uit Florence, die de paus kwamen vragen om Zenobius als hun nieuwe bisschop aan te wijzen. Het liefste hield Damasus hem bij zich, maar de Florentijnen brachten hun klemsituatie zo aangrijpend onder woorden dat hij instemde met hun verzoek. Op dat moment was Zenobius eenenveertig jaar oud.

Als bisschop leidde hij een heilig leven. Hij besteedde veel tijd en aandacht aan vasten en gebed. Van zijn inkomen hield hij voor zichzelf wat hij nodig had voor zijn onderhoud. De rest gaf hij weg aan de armen.

Hij baarde opzien door zijn spectaculaire wonderen. Zo woonde er in Florence een rijke weduwe die nog in de Romeinse goden geloofde. Ze had twee zoons die in de opvoeding danig over het paard waren getild. Ze groeiden uit tot onuitstaanbare wezens die hun moeder bedreigden en sloegen, als ze hun zin niet kregen. Misschien – merkt de verteller op – was dat wel de straf voor het feit dat ze de twee in hun jeugd veel te veel verwend had. Op een goed moment lag ze wanhopig op de grond en riep in haar machteloze woede dat de duivel ze wat haar betrof mocht komen halen. Op slag veranderden de twee in wildemannen die als honden naar elkaar gromden, grauwden en beten en elkaar letterlijk verscheurden. Bij het zien daarvan kreeg de moeder spijt van haar verwensingen die zo prompt in realiteit werden omgezet. Hoewel geen christen nam ze toch haar toevlucht tot bisschop Zenobius, omdat ze in de stad niemand anders wist die hier kon helpen. Twee uur lang verrichtte de bisschop gebeden over de twee. Toen bleken ze van de duivels verlost. Moeder en zoons lieten zich dopen en leidden verder een normaal leven.

Een ongehuwde moeder uit Frankrijk was met haar zoontje op weg naar Rome. Maar ze wou door Florence, omdat ze benieuwd was naar de bisschop over wie ze zoveel wonderlijke verhalen had gehoord. Toen werd het kind ziek. Ze liet hem bij de bisschop achter met de bedoeling hem weer op de terugweg te komen ophalen. Maar de jongen stierf. Toen moeder langskwam droeg men het lijk aan haar over. Zij was in tranen. Ze bezwoer de bisschop dat zij zonder kind niet naar Frankrijk terug zou gaan en of hij haar zoon niet weer tot leven kon wekken. Zenobius kreeg medelijden, tekende het dode lichaam met een kruis en prompt kwam de jongen weer tot leven. Hetzelfde gebeurde, toen hij met enkele priesters een kerk bezocht. Een lijkstoet kwam hun tegemoet: er werd een jongen ten grave gedragen. Degenen die achter de baar aanliepen smeekten de bisschop de jongen ten leven te wekken. Ze drongen zo aan dat hij niet kon weigeren…

Zo wekte hij ook een vijfjarig kind ten leven dat door een span dolle ossen die een wagen voorttrokken was vertrapt. Hetzelfde gebeurde met iemand die is gestorven zonder te biechten. Hij zond wijwater naar een zieke diaken, Eusebius genaamd. Deze moest opstaan en de overledene met het wijwater besprenkelen. Zodra hij dat deed kwam de dode ten leven. De diaken keerde naar zijn ziekbed terug, strekte zich uit en overleed.

Nog wonderlijker was de volgende gebeurtenis. Zenobius reisde door de Alpen om ergens een nieuwe kerk in te wijden. Hij kwam een gezelschap tegen dat door bisschop Ambosius was gestuurd. Ze hadden relieken bij zich van de grote Milanese martelaren Vitalis en Agricola, Nazarius en Celsus, en Gervasius een Protasius. Deze waren bestemd voor het nieuwe kerkje. Maar de stemming van de groep was zeer bedrukt. De leider, een zekere Simplicius, was namelijk zojuist met paard en al van een rotspunt in de diepte gestort; nu lag hij daar dood met verbrijzelde ledematen. Zenobius steeg af, bracht hulde aan de kostbare relieken door ze te begroeten en te kussen. Hij knielde neer voor een innig gebed waarin hij om de voorspraak vroeg van deze heiligen voor het ongelukkige slachtoffer. Onmiddellijk stond de overledene op, volkomen gaaf van lijf en leden.

Er is ook sprake van een blinde die zijn leven lang voor de kerkdeur had zitten bedelen. Deze opende hij de ogen. Waarop de blinde zich liet dopen, tezamen met zijn moeder en zijn zuster. Toen zijn ouders stierven, erfde hij een flink vermogen. Een deel besteedde hij aan de stichting van een klooster; de rest ging naar de armen. Op het moment dat hij zelf zijn einde voelde naderen, riep hij zijn priesters en gelovigen rond zich en vermaande hen een goed leven te leiden. Tenslotte gaf hij hun zijn zegen. Toen vroeg hij aan de aanwezige bisschoppen of ze een kruisteken over hem wilden maken; nu gaf hij de geest terwijl hij vol verwachting uitzag naar wat er zou komen na de dood. Volgens zijn levensbericht was hij op dat moment negentig jaar oud.

Dit levensbericht noemt dan ook consequent 424 als het jaar van zijn dood. Hij was immers in 335 geboren. Andere bronnen geven 407 of zelfs 390 als sterfjaar.

Hij werd bijgezet in de Ambrosiuskerk. Maar door zijn opvolger Andreas werd hij overgebracht naar de dom. Bij die gelegenheid gebeurden ook wonderen. Vanwege de drukte konden de dragers op een goed moment niet verder. Ze zetten de baar even tegen een oude, afgestorven olm. Maar zodra de baar de boom raakte, begon deze uit te lopen en nieuw groen te zetten. Daarna kreeg men de baar niet meer van zijn plaats. Daarop wierp de bisschop zich ter aarde, en beloofde in zijn gebed dat de dom altijd twaalf koorheren zou hebben om de nagedachtenis van de heilige Zenobius in ere te houden. Daarop bleek de baar weer gemakkelijk te vervoeren.


Bronnen
[RR1.1640; Dries van den Akker s.j./2010.07.01]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen