× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 1139  Otto van Bamberg

Info afb.

Otto van Bamberg, Duitsland; bisschop; † 1139.

Feest † 30 juni & 2 juli & 30 september (Bamberg, Berlijn en Görlitz) & 1 oktober (Pommeren).

1088/90Hofkapelaan Judith, zus van keizer Hendrik IV,
echtgenote van hertog Wratislaus, aan Poolse hof te Krakow
1090Bouwmeestser dom van Spiers
1101Rijkskanselier
1102Bisschop Bamberg
1106Bisschopswijding door paus Paschalis II in Rome
11241e missiereis Pommeren
11282e missiereis Pommeren
1139Dood in Bamberg, bijgezet St-Michael
1189Heiligverklaring door paus Clemes III
patroon bisdom Bamberg en 2e patroon van bisdom Berlijn.

Otto werd rond het jaar 1060 uit een Schwabische familie van lagere adel geboren. Omdat hij een scherpzinnig verstand had en hard kon werken, benoemde keizer Hendrik IV hem in 1090 tot zijn rijkskanselier. Zo stuurde hij hem naar Spiers om de bouw van de domkerk, die in het slop geraakt was, weer op gang te brengen en te voltooien. Toen in 1102 de bisschopszetel van de stad Bamberg vacant raakte, was het keizer Hendrik, die hem tot bisschop benoemde.

Otto achtte zich niet waardig voor zo'n hoge uitverkiezing. Hij reisde dus naar de paus in Rome om hem te vragen of hij de bisschoppelijke waardigheid asjeblieft niet hoefde aan te nemen. Maar de paus verklaarde, dat het Gods wil was: hij vertrouwde hem dus de zorg voor het bisdom Bamberg toe, en schonk hem de bijbehorende eretekenen van kruis en pallium (witte schoudermantel).

Er zat voor Otto niets anders op, dan de taak te aanvaarden. Hij zette zich aan het werk; herstelde de afgebrande domkerk en de in verval geraakte kerk op de Michaëlsberg. In 1114 benoemde hij Erminoldus († 1121; feest 6 januari) tot eerste abt van het benedictijnerklooster Prüfening bij Regensburg, dat hij zelf in 1109 had gesticht. Alles bijeen stichtte hij wel meer dan twintig kerken en kloosters. Voor de bekostiging van dat alles nam hij soms bijzondere maatregelen. Hij schijnt eens een kostbare bundel pijlen, die gebruikt had moeten worden voor de verdediging tegen de vijand, voor goed geld te hebben verkocht. De opbrengst ervan liet hij ten goede komen aan de herbouw van de kerk.

Omdat hij bang was zich verheven te gaan voelen, deed hij bij de maaltijd herhaaldelijk het werk van de tafeldienaars, en bracht zelf de schalen vanuit de keuken aan. Elke nacht diende hij zichzelf geselslagen toe voor de fouten die hij de afgelopen dag had gemaakt.

Hij was een goede bisschop met veel hart voor de armen. Zo wordt er van hem verteld, dat er eens voor hem een uitgebreide maaltijd was klaargemaakt met een zeer speciale peperdure vis. Hij liet de vis bij de armen van de stad bezorgen. Tijdens een grote hongersnood deelde hij eigenhandig brood uit onder de allerarmsten, waar de meeste slachtoffers vielen. Hij hielp ook mee de doden te begraven, en schrok voor de meest afzichtelijke taken niet terug. Zo nam hij zijn aandeel in het werk, toen er eens een reeds halfvergaan lijk van een vrouw moest worden begraven. Toen hij van hertog Boleslaus eens een pelsmantel ten geschenke kreeg, gaf hij die hij enkele dagen later weg aan een zieke. Herhaaldelijk liet hij geld uitdelen onder de armen; alsmede sikkels om graan te oogsten. Er wordt zelfs van hem verteld, dat hij een lamme weer de kracht in zijn ledematen wist terug te geven.

Een van de meest glorieuze momenten uit zijn leven was de dag, dat hertog Boleslaus III van Pommeren hem een gezantschap stuurde met de vraag, of hij zijn onderdanen tot het christendom wilde brengen. Dat was in 1124. Otto maakte zich reisvaardig en vertrok naar Pommeren. Een heidense hertog, die in dat gebied woonde, Wratislaus, kwam hem met groot gevolg tegemoet, ontving hem met grote vreugde en gaf hem voor zijn bekeringswerk een aantal hoge ambtenaren mee. Zijn prediking had succes. In steden als Kammin en Wollin wist hij praktisch de hele bevolking tot het christendom te bekeren. Tezamen met zijn priester was hij uren, soms zelfs dagen bezig aan de inwoners het doopsel toe te dienen. Men schat dat hij alles bij elkaar wel zo'n twintig duizend mensen gedoopt hebben. Toen hij eens terugging naar hertog Wratislaus om verslag uit te brengen, beloofde de vorst, dat ook hij zijn heidense overtuiging zou afzweren. Om zijn woorden kracht bij te zetten stelde de hertog een groot bedrag beschikbaar om onder de arme mensen van zijn gebied te verdelen.

Niet iedereen stemde in met de nieuwe godsdienst. Een rijke vrouw bijvoorbeeld trok expres op zondag naar haar akker om te oogsten, met de bedoeling Otto en diens christelijke godsdienst bespottelijk te maken. Zij viel echter plotseling dood neer en werd ter plekke begraven. Op een van zijn tochten onder de ongelovigen werden Otto's reisgezellen overvallen door de inwoners van de stad Wolgast, die niets van de nieuwe godsdienst wilden weten. Maar Otto pakte het schild van hun zonnegod en kwam onvervaard op ze af. Zij dachten, dat het hun god zelf was en sloegen in paniek op de vlucht. Dit alles bracht met zich mee dat heidense priesters besloten Otto om te brengen. Toen hun soldaten eens heel dicht bij hem in de buurt waren gekomen, bleven ze plotseling allemaal stokstijf in verstarring staan en konden geen vin meer verroeren...

Talloos zijn de verhalen, waarin verteld wordt hoe Otto wonderen verrichtte om de mensen tot het christendom te bekeren; hoe hij ontsnapte aan moordaanslagen van heidenen; hoe hij goed deed aan armen, gevangenen bevrijdde, de oogst van agressieve aanvallers liet verdorren, en van goede mensen tot wasddom bracht; hoe hij voor de arme bevolking van een stad die zich juist tot het christendom had bekeerd, een wonderbare visvangst bewerkstelligde enz.

Omdat zijn bekeringswerk zo'n succes had, bestuurde hij vanaf 1128 naast zijn eigen bisdom Bamberg ook het bisdom Pommeren.

In een nacht had zijn zijn trouwe metgezel Hippoldus een visioen, waarin hem de nabije dood van zijn meester werd geopenbaard. Hij zag hoe hemelse wezens kostbare stenen tegen een hoge berg opdroegen, en hoorde hoe dat de goede werken van de heilige Otto voorstelden: "Daaruit zal voor hem een heerlijke woning worden gebouwd in het eeuwig leven." Toen Otto inderdaad zijn einde voelde naderen, ontving hij de laatste sacramenten. Zijn lijk werd onder luid geweeklaag van de hele stad Bamberg naar de door hem gerestaureerde kerk op de Sint-Michaëlsberg overgebracht.

Verering & Cultuur

Op zijn graf kwamen vele gelovigen zijn voorspraak inroepen voor al hun noden en intenties. Volgens de verhalen die bewaard zijn gebleven werden velen van hen verhoord.

Hij is patroon van het aartsbisdom Bamberg en van het bisdom Berlijn.

Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen hondsdolheid en koorts.

Hij wordt afgebeeld in bisschoppelijk ornaat (staf, mijter, tabberd) vaak met een boek; predikend; een leeuw aan zijn voeten; met pijlen (ter herinering aan de pijlenbundel die hij verkocht voor de herbouw van de kerk); met het model van een kerk; met spijkers (herinnert aan de herbouw van de kloosterkerk Michelsberg).

Voor het verdere verloop van zijn leven volgen wij een serie schilderijen die over hem is gemaakt in de 16e/17e eeuw. Ze werden bij gelegenheid van Otto's 850e sterfjaar in Bamberg ten toon gesteld (zie afbeeldingen).


Bronnen
[ 111a:179; 122; 132; 500; Dries van den Akker s.j./2000.03.10]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen