× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 651  Aidan van Lindisfarne

Info afb.

Aidan (ook Edan, Maedec, Maedoc, Moedoc, Moedogh) van Lindisfarne, Engeland; abt & bisschop; † 651.

Feest 31 augustus & 8 oktober (overbrenging).

In het begin van de 6e eeuw was er van het christendom, dat in de 5e eeuw door de eerste generatie geloofsverkondigers onder de Angel-Saksen was verbreid, niet veel over. Het was koning Oswald van Northumbrië († 642; feest 5 augustus) die rond 635 een beroep deed op de Ierse monniken van het kloostereiland Iona om deze missie opnieuw aan te pakken. Iona was rond 560 vanuit Ierland gesticht door Sint Columcille († 597; feest 9 juni). Oswald had er in 617 met de koninklijke familie zelf enige tijd doorgebracht, toen koning Edwin hun vader Aethelfrith had verslagen en zij hadden moeten vluchten. Oswald had zich laten dopen. Toen Edwin tijdens een veldslag door Cadwallen van Gwynedd gevangen was genomen, zag Oswald zijn kans schoon om zich meester te maken van de troon van Bernicia, het noordelijke gedeelte van Northumbrië. Dat was in 634. Nadat Oswald - volgens de legende onder de miraculeuze bescherming van de mantel van Sint Columkille van Iona - op zijn beurt Cadwallon had verslagen, vroeg hij meteen aan het kloostereiland om monniken die in zijn koninkrijk het christendom zouden verkondigen.

Over dit alles worden we nauwkeurig geďnformeerd door Sint Beda († 735; feest 25 mei) in zijn 'Geschiedenis van Kerk en Volk van Engeland':

'Zodra Oswald koning was geworden, wenste hij dat al zijn onderdanen de genade van het christelijk geloof zouden ondergaan; daar was immers zijn overwinning over de heidenen een duidelijk bewijs van geweest. Hij wendde zich dus tot de Schotse monniken bij wie hij en zijn gezellen destijds het doopsel hadden ontvangen, met de vraag of ze hem een bisschop konden sturen; door diens prediking en geestelijk dienstwerk zouden zijn onderdanen de zegen van het christelijk geloof en de sacramenten kunnen ontvangen. Zijn verzoek werd onmiddellijk ingewilligd. Ze stuurden bisschop Aidan naar hem toe, een bijzonder vriendelijk, heilig en bescheiden man [-].'

Naar het schijnt had abt Seghine van Iona eerst een andere monnik als bisschop naar Oswalds machtsgebied uitgezonden, een zekere Corman. Een man van onbuigzame principes en onbesproken levenswandel. Maar door zijn strenge en stugge karakter had hij geen enkel succes geboekt onder de plaatselijke bevolking, die hij 'barbaars en opstandig' noemde. Na diens terugkeer op Iona, had Seghine de monniken in vergadering bijeen geroepen en om advies gevraagd. De jonge Aidan sprak bij die gelegenheid tot Corman: "Mij lijkt, broeder, dat u te streng bent geweest voor uw onwetende toehoorders. U had ze eerst de zoete melk van een milder onderricht moeten geven. Dan had u hen geleidelijk aan kunnen gewennen aan het Woord van God." Daarop was Aidan zelf aangewezen als de nieuwe man voor die missie.
[Spt.1983]

'Toen Aidan eenmaal was gearriveerd wees de koning - overigens op verzoek van de bisschop zelf - hem het eiland Lindisfarne toe als bisschopszetel. Op het ritme van het getij wordt deze plek twee keer per dag omspoeld door water, en twee keer valt het zand droog, waardoor ze met het vasteland verbonden wordt. De koning luisterde altijd ontvankelijk en bereidwillig naar Aidans adviezen en beijverde zich de Kerk van Christus overal in zijn koninkrijk te vestigen. De bisschop was de Engelse taal niet machtig; het was daarom bijzonder treffend te zien hoe de koning zelf het woord van God voor zijn hovelingen en leenmannen vertaalde; hij had die Schotse taal immers geleerd tijdens zijn langdurige verbanning.'

'Zo verschenen er dag na dag al maar meer Schotten in Brittannië die met grote toewijding het woord van God verkondigden in alle provincies die onder Oswald vielen. De priesters onder hen dienden de genade van het doopsel toe aan degenen die zich bekeerden. Op verschillende plaatsen werden er kerken gebouwd, en de mensen kwamen graag samen om het woord van God te horen, terwijl de koning vanuit zijn persoonlijke bezittingen landgoederen en terreinen beschikbaar stelde om er kloosters te beginnen. Zo werden de Engelsen door hun Schotse leermeesters even edel als eenvoudig onderwezen in het kloosterleven; de meesten immers die kwamen preken, waren zelf monniken. Aidan voorop [-].'
[Beda de Eerbiedwaardige 'Geschiedenis van Kerk en Volk van Engeland' Boek III, hoofdstuk 3]

Naast kerken richtte Aidan ook scholen op, verbonden met een kloostergemeenschapje. Hij kocht Angel-Saksische slavenjongens vrij en gaf ze op zijn scholen een gedegen opleiding.

De levenswijze van Aidan en zijn monniken boezemde de Angel-Saksen veel respect in. Geld en vee hadden zij niet. Wat ze van rijken ontvingen, gaven ze onmiddellijk weg aan de armen. Ook maakten ze geen enkele uithaal, wanneer een hooggeplaatste persoon hun kloostertje kwam bezoeken: zulke mensen moesten zich maar aan hun barre levenspatroon aanpassen. Zelfs de koning raakte gesteld op deze principevaste lieden, die niets anders wensten dan God te dienen, en die meer succes hadden door hun voorbeeld dan door hun predikaties.

Beda schrijft dan ook: 'Aidan gaf zijn geestelijken een inspirerend voorbeeld van zelfbeheersing en onthouding. De grootste aanbeveling voor hun onderricht was wel dat men van hem en zijn monniken zei dat hun daden overeenstemden met hun woorden. Nooit was hij uit op wereldse bezittingen; integendeel hij hield ervan alles wat hij van vorsten en andere rijke mensen ontving, onmiddellijk aan de armen weg te geven. Of hij zich nu in de stad bevond of op het platteland, hij reisde altijd te voet, tenzij er een dringende reden was om een rijdier te gebruiken. Ieder die hij ontmoette, ongeacht of het rijke of arme mensen waren, hield hij staande om een praatje met hen te maken. Als zij nog heiden waren, spoorde hij hen aan zich te laten dopen; waren het christengelovigen, dan bevestigde hij ze in hun geloof.'

Bovendien waren de monniken de grootste geleerden van hun tijd. Rijke en arme kinderen werden aan hun zorgen toevertrouwd voor een degelijke scholing. Daarin konden de heilige mannen veel van hun christelijke levensopvatting kwijt. In feite werden die kinderen opgeleid om straks onder hun eigen mensen het christendom te gaan verspreiden. Zo komt het dat de eerste generatie Angelsaksische christenen een sterk Iers stempel droeg: zowel wat de grote mannen als de grote vrouwen betreft, zoals bijvoorbeeld Hilda van Whitby († 680; feest 17 november). Dat kwam ook tot uiting in het feit dat zij zich hielden aan de Ierse berekening van de Paasdatum. Met alle waardering die Beda Aidan toedraagt, was hem dat een doorn in het oog. Vanuit Lindisfarne werden verschillende nieuwe kloosters gesticht, waaronder Melrose, Hexham, Whitby en Coldingham.

Koning Oswald werd bij zijn dood opgevolgd door zijn broer Oswin die op gewelddadige wijze om het leven zou komen († 651; 20 augustus), elf dagen voordat bisschop Aidan zelf zou sterven. We citeren weer uit Beda's geschiedschrijving:

'Koning Oswin had aan bisschop Aidan een schitterend paard cadeau gedaan; dat zou te pas komen als hij een rivier overstak of een gevaarlijke of dringende reis moest ondernemen. Meestal echter reisde de bisschop lopend. Niet lang daarna kwam de bisschop een arme man tegen die hem om een aalmoes vroeg. Onmiddellijk steeg de bisschop af en gaf opdracht het paard met koninklijke tuigage en al aan de bedelaar te geven. Want hij was een man van medegevoel, een beschermer van de armen en een vader voor de noodlijdenden.

Deze daad kwam natuurlijk de koning ter ore. Op weg naar het diner vroeg de koning aan de bisschop: "Monseigneur, waarom gaf u het koninklijke paard weg dat u zelf zo nodig had? We hebben hier toch wel veel minder waardevolle paarden of andere dingen die goed genoeg zijn voor bedelaars; daar hoefde u toch niet dat paard voor weg te geven dat ik speciaal met zorg voor u had uitgekozen?" Waarop de bisschop onmiddellijk antwoordde: "Maar majesteit, wat zegt u nu? Is een kind van een merrie voor u kostbaarder dan een kind van God?" Op dat moment betraden zij de eetzaal. De bisschop ging op zijn plaats aan tafel zitten, terwijl de koning, die juist van de jacht was teruggekomen, zich nog even met zijn gevolg bij het vuur ging staan warmen. Daar dacht de koning na over de woorden van de bisschop. Opeens gordde hij zijn zwaard af, gaf het aan een dienaar, knielde neer aan de voeten van de bisschop en vroeg hem om vergiffenis met de woorden: "Ik zal het er niet meer over hebben. En ik zal ook geen onderzoek laten doen naar hoeveel u van onze bezittingen weggeeft aan de kinderen van God."

De bisschop was diep onder de indruk, stond op en zette de koning weer op zijn voeten; hij gaf uiting aan zijn diepe respect en nodigde hem uit onbezwaard aan tafel te gaan. Omdat de bisschop zo aandrong, ging de koning zitten en begon grapjes te maken. Maar Aidan werd zo verdrietig dat de tranen hem zelfs over de wangen liepen. Zijn kapelaan vroeg hem in zijn eigen taal, die de koning en zijn dienaars niet verstonden, waarom hij huilde. Aidan antwoordde: "Ik weet dat deze koning geen lang leven beschoren is, want ik heb nog nooit zo'n bescheiden koning gezien. Ik voel dat hij spoedig van ons zal worden weggenomen, want dit land is zo'n koning helemaal niet waardig. Niet lang daarna kwam de voorspelling van de bisschop uit - zoals ik al eerder heb verteld. Bisschop Aidan zelf werd elf dagen na zijn geliefde koning van deze wereld weggenomen; hij ontving van onze Heer de eeuwige beloning voor zijn inspanningen op 31 augustus 651.'
[Beda de Eerbiedwaardige 'Geschiedenis van Kerk en Volk van Engeland' Boek III, hoofdstuk 14]

Beda illustreert Aidans heiligheid door enkele wonderen te vertellen die hij bewerkstelligde.

'De almachtige God gaf bekendheid aan Aidans grote verdiensten door een aantal wonderen, waarvan ik er hier drie zal vertellen. Een zekere priester, Utta geheten, een betrouwbaar en serieus man, die algemeen gerespecteerd werd, zelfs door wereldse vorsten, werd naar Kent gezonden om Eanfled op te halen als vrouw voor koning Oswy. Zij was een dochter van koning Edwin en was meegenomen naar Kent op het moment dat haar vader vermoord was. Met de bedoeling over land heen te gaan en over zee terug te keren, begaf hij zich naar vader Aidan met de vraag of hij voor hem en zijn gezelschap wilde bidden vanaf het moment dat hij vertrok voor zijn lange tocht. Nadat Aidan hem gezegend had en bij de goede God had aanbevolen, gaf hij hem wat heilige olie met de woorden: "Eenmaal op zee zul je last hebben van een storm en tegenwind. Denk er dan aan om deze olie op zee uit te gieten. Op hetzelfde moment zal de wind gaan liggen, en je zult voor de rest een rustige en aangename reis hebben, en veilig en wel thuis terugkeren." Alles gebeurde inderdaad zoals de bisschop had voorspeld. Toen een storm opstak, lieten de zeelui het anker vallen in de hoop veilig uit de storm te komen. Maar dit bleek niet het geval. De bulderende zee beukte van alle kanten op het schip en het begon water te maken. Ieder voelde hoe zijn laatste uur geslagen. Ineens dacht de priester terug aan de woorden van de bisschop. Hij haalde het flesje met olie te voorschijn en goot er wat van uit over de zee. De zee kwam onmiddellijk tot rust, precies zoals Aidan had voorspeld. Zo gebeurde het dat de man Gods niet alleen de storm voorspelde, maar - hoewel afwezig - ook tot bedaren bracht. Dit verhaal is niet een uit de lucht gegrepen verzinsel. Het is mij verteld door Cynimund, een betrouwbaar priester uit onze eigen kerk van Jarrow; hij had het van Utta zelf gehoord, de man dus aan wie het wonder was overkomen.'
[Beda de Eerbiedwaardige 'Geschiedenis van Kerk en Volk van Engeland' Boek III, hoofdstuk 15]

'Een ander opmerkelijk wonder van diezelfde Aidan wordt verteld door mensen die het weten kunnen. In de tijd dat hij bisschop was, verspreidde Penda en zijn vijandelijke leger dood en verderf tot diep in het land van Northumbrië. Op een goed moment stond hij zelfs voor de poorten van de koninklijke residentie die zijn naam ontleend aan Bebba, een koningen uit vroeger tijden. Pogingen van Penda om de stad te veroveren, eerst via een aanval en vervolgens middels een beleg, mislukten. Daarom poogde hij de stad in brand te steken. Hij verwoestte alle dorpen in de omgeving en sleepte balken, daksparren en hout uit muren en daken naar Bamburgh en stapelde ze hoog op tegen de stadswal aan de landzijde. Precies op dat moment stak er een gunstige wind op en hij stak de hele boel in brand om zo de stad te verwoesten. Tijdens deze gebeurtenissen bevond bisschop Aidan zich op Farne Eiland dat op amper twee mijl van de stad vandaan ligt. Daar trok hij zich terug als hij ongestoord in de eenzaamheid wilde bidden. Zijn kluizenarij is er te zien tot op de dag van vandaag. Toen de bisschop de door de wind voortgedreven zuil van rook en vuur boven de stadsmuren zag opstijgen, hief hij - volgens zeggen - zijn ogen en handen ten hemel en onder tranen zou hij verzucht hebben: "Heer, kijk wat een kwaad Penda aanricht!" Hij was nog niet uitgesproken of de wind draaide van de stad af en dreef het vuur in de richting van degenen die het hadden aangestoken. Een aantal van hen liepen verwondingen op; de rest kreeg het zo benauwd dat zij hun aanval op de stad, die zo duidelijk Gods bescherming genoot, afbraken.'
[Beda de Eerbiedwaardige 'Geschiedenis van Kerk en Volk van Engeland' Boek III, hoofdstuk 16]

'Na zestien jaar bisschop te zijn geweest, stierf Aidan tijdens een verblijf in een koninklijke residentie vlak bij de hoofdstad. Er was daar een kerk waar hij vaak verbleef; van daaruit preekte hij in de omgeving. Zo deed hij dat overal waar de koning bezittingen had; zelf bezat hij immers niets, behalve dan de kerkgebouwen en het land er vlak omheen. Toen hij zich niet lekker voelde, werd er een tent voor hem opgezet tegen de westwand van de kerk; de tent werd aan de kerkmuur bevestigd. Zo kwam het dat hij zijn laatste adem uitblies op het moment dat hij leunde tegen een steunbeer die de buitenkant van de muur schoorde.

Beda suggereert een diepere, symbolische betekenis in de manier waarop Aidan is gestorven: enerzijds werd de heilige bisschop staande gehouden door Christus, gesymboliseerd in de kerk; anderzijds was hijzelf een steunpilaar van de kerk.

Hij stierf op de laatste dag van augustus, in het zeventiende jaar van zijn bisschopsambt. Meteen werd zijn lichaam vervoerd naar Lindisfarne Eiland en begraven op het monnikenkerkhof. Toen daar enige tijd later een kerk werd gebouwd ter ere van de prins der apostelen, Petrus, werd zijn gebeente daarheen overgebracht en bijgezet aan de rechterzijde van het altaar, zoals het past bij zo'n groot prelaat.

Finan, die ook afkomstig was van het Schotse kloostereiland Iona, volgde hem op en zou lange tijd aanblijven. Enkele jaren later viel koning Penda van Mercia met een leger deze streken binnen en verwoestte alles wat op zijn weg kwam te vuur en te zwaard. Ook het dorp en de kerk waar Aidan gestorven was, brandde hij plat. Maar op wonderlijke wijze bleef alleen de balk waartegen de bisschop op het moment van zijn dood geleund had, gespaard voor de vlammen, terwijl alles eromheen volkomen verwoest werd. Dit wonder bleef niet onopgemerkt en spoedig werd er op diezelfde plek een nieuwe kerk gebouwd met diezelfde steunbeer die het gebouw aan de buitenkant schoorde. Enige tijd later gingen dorp en kerk weer in vlammen op, nu door onvoorzichtigheid. En weer bleef die balk gespaard. Hoewel de vlammen de pingaten waarmee hij aan de muur bevestigd zat, hadden aangeschroeid, kwam het niet zo ver dat ze die balk verwoestten. Toen de kerk voor de derde keer werd opgebouwd, werd de balk niet meer gebruikt als een buitensteunbeer, maar opgericht in de kerk als een blijvende herinnering aan dit wonder. Zo konden de bezoekers daar neerknielen en God om zijn genade vragen. Van velen is bekend dat zij sindsdien op die plek de genade van genezing hebben ontvangen; anderen sneden een splinter van de balk af en dompelden hem in water waardoor velen van hun ongemakken zijn afgeholpen.'
[Beda de Eerbiedwaardige 'Geschiedenis van Kerk en Volk van Engeland' Boek III, hoofdstuk 16]

Verering & Cultuur
In 793 werd Lindisfarne door de vikingen verwoest. Daardoor raakte Aidan verering enigszins in de vergetelheid, ook al doordat zij intussen was overvleugeld door die van Sint Cuthbert († 687; feest 4 september). In de 10e eeuw wisten de monniken van klooster Glastonbury de hand te leggen op enige relieken van Sint Aidan. Zij zorgden voor een opleving van zijn verering, vooral in Wessex, het gebied waar hun invloedssfeer het sterkste was.

Zoals gezegd besteedde Beda in de 8e eeuw ruim aandacht aan hem in zijn geschiedschrijving. Hij schrijft over hem met veel sympathie al was hij het niet eens met het feit dat Aidan de Paasdatum berekende op de Ierse manier, en niet op de Romeinse: dat was destijds een heet hangijzer. Voor het overige prijst hij hem om zijn liefde voor gebed en studie, zijn hart voor vrede, zuiverheid en bescheidenheid en zijn zorg voor zieken en armen.

Aidan ligt begraven in de kathedraal van Durham; de parochiekerk van Bamburgh is aan hem toegewijd. Naar het schijnt wordt daar nog altijd zowel de plek als de beroemde balk van zijn dood in ere gehouden. Een recent glas-in-loodraam toont de eerste ontmoeting tussen Aidan en koning Oswald. Daarnaast vinden we in het district van Breadalbane een aantal St.-Aidankerkjes. Sommige geleerden opperen dat Aidan daar gepreekt heeft voordat hij vanuit Iona naar het gebied van koning Oswald werd gestuurd. Inchadney in Glen Lyon heette oorspronkelijk Inchaidan; dat was ooit ook de naam van Kenmore. In Loch Tay lag een eilandje met de naam Eilean Aidan.

Op het eiland Lindisfarne zijn er geen restanten van de oorspronkelijke vestiging. Wel staat er sinds kort een standbeeld van Sint Aidan dat uitkijkt over de huidige parochiekerk en de middeleeuwse kloosterruďnes.

Hij wordt afgebeeld met een toorts. Dat kan betrekking hebben op het feit dat hij het licht van Christus heeft verspreid in donkere tijden en gebieden; het kan ook verwijzen naar het wonder dat tijdens het beleg van koning Penda op zijn gebed de wind draaide en Bamburgh aldus gespaard bleef voor verwoesting. Het kan ook eenvoudig verwijzen naar de betekenis van zijn Keltische naam: 'vuurtje'.


Bronnen
[Bly.1986p:26; Bri.1953; D'A.1985p:94; Frm.1996; Ggd.1911p:84.92.106v; Gre.1983p:98; Lag.1940; Nwm.z.j.jr:0651; SLw.1985p:50-53; Spt.1983p:4; Tou.1995p:210; Vce.1990; Dries van den Akker s.j./2005.02.13]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen