× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† ca 550  Romanus Melod(ic)us

Info afb.

Romanus Melod(ic)us, Constantinopel; diaken, priester & hymnendichter; Ü ca 550.

Feest 1 & 4 oktober.

Afkomstig uit Emesa (= het huidige Hims, SyriŽ) werd hij diaken in het huidige Beiroet en priester in Constantinopel. Hij maakte zulke mooie gedichten en liedteksten dat rond hem een fraaie legende ontstond: de Heilige Maagd Maria zou hem geÔnspireerd hebben door hem een schriftrol te laten opeten.

Ongetwijfeld is deze legende ontleend aan twee bijbelpassages.
1
In het Oude Testament bij de profeet EzechiŽl: ĎMensenkind, luister naar wat Ik u zeg, wees niet weerspannig zoals dit weerspannige volk, maar doe uw mond open en eet wat Ik u geef. Ik keek op en zag een hand die zich naar mij uitstrekte en in die hand zag Ik een boekrol. Hij rolde ze voor mij af; ze was beschreven van binnen en van buiten; er stonden klaagliederen op, treurzangen en weeklachten. Hij zei tot mij: "Mensenkind, eet wat u voorgehouden wordt, eet deze boekrol op en richt dan het woord tot het volk van IsraŽl." Toen opende ik mijn mond en Hij gaf me die boekrol te eten. Hij zei tot mij: "Mensenkind, laat uw lichaam deze boekrol die Ik u geef opnemen en verzadig u ermee." Ik at dus de boekrol op: ze smaakte me zo zoet als honing.í
[Ezechiel 02,08 - 03,03]

2
In het Nieuwe Testament: in het boek Openbaring: ĎEn ik nam het boekje uit de hand van de engel en at het op. En het smaakte in mijn mond zoet als honing, maar toen ik het had doorgeslikt, vulde bitterheid mijn lijf.í
[Openbaring 10,10]
[Lin.1999; Rgf.1991; Dries van den Akker s.j./2007.09.24]

Hij wordt in de Griekse kerk beschouwd als de grootste componist van kerkelijke hymnen (kontakia). Er zijn er vijfentachtig bewaard gebleven, maar het oorspronkelijke aantal moet vele malen groter zijn geweest.


Beroemd is de Akathistos-hymne ter ere van Maria (zie 4 september: MARIA icoon 'Het Niet-Verbrandende Braambos').

Akathistos-hymne  (zie ook afbeeldingen 3 t/m 27)

[vert. Zr. Oda Swagemakers in: Edmond Voordeckers 'Verheug u, Bruid, Altijd Maagd. De Akathistos-hymne van de Byzantijnse Kerk'; Bonheiden, Abdij Bethlehem, 1988 ISBN 90-71837-10-6]

INLEIDING I

Kennisnemend
Van de hem toevertrouwde raadselachtige opdracht
bood in de woonst van Jozef zich met haast
de lichameloze aan,
En sprak tot haar die geen man bekende:
"Hij, die bij zijn afdaling de hemelen neerbuigt,
huist - zonder in wezen veranderd te zijn -
geheel in u.
En wanneer ik Hem in uw schoot
Een knechtsgestalte zie aannemen,
ben ik overweldigd, terwijl ik tot u roep:
VERHEUG U, BRUID, ALTIJD MAAGD."

INLEIDING II

Aan u, o leidster van Gods heir, een juichend zegelied!
Aan u, bevrijdster uit de nood, een blij bevrijdingslied!
Ik, uw stad, wijd u een danklied toe, o Moeder Gods.
Kom dan, gij die draagt een nooit overwonnen heerschappij.
Red mij steeds uit elk gevaar, opdat ik fier en vrij
tot u roepen mag:
VERHEUG U, BRUID, ALTIJD MAAGD.

STASIS I / ZANG 1

1.

Aartsengel - uitgezonden
als gezant van de hemel
om Gods Moeder de vreugd te verkonden, -
roerloos stond hij, verstard van ontzag,
toen hij U in uw menswording zag,
Christus Heer
zodra zijn bovenaardse stem
hier klank en weerklank had gevonden.

Verheug u, uit wie
de vreugd zal verschijnen.
Verheug u, door wie
de vloek zal verdwijnen.
Verheug u, verheffing
van de gevallen Adam,
Verheug u, vertroosting
voor de tranen van Eva.
Verheug u, hoogte,
onbereikbaar voor de mensengeest.
Verheug u, diepte,
onpeilbaar voor het engelenoog.
Verheug u, want de troon
van de koning zijt gij.
Verheug u, want de drager
van 't heelal draagt gij.
Verheug u, ster,
die de Zon uitstraalt.
Verheug u, schoot,
waarin God neerdaalt.
Verheug u: door u
wordt de schepping vernieuwd.
Verheug u: door u
wordt de Schepper een kind.
VERHEUG U, BRUID, ALTIJD MAAGD.

2.

"Bleef ik niet afgezonderd?"
dacht de heilige verbijsterd,
en sprak tot GabriŽl onomwonden:
"Al te wonderlijk is mij uw woord.
Ondoorgrondelijk, nimmer gehoord
lijkt het mij.
Een moederschap uit maagdelijke
ontvangenis komt gij mij verkonden?"
ALLELUJAH
STASIS I / ZANG 2

3.

Contemplatie verlangend
van onkenbare kennis,
de maagd vroeg de gezant onbevangen:
"Hoe geschiedt dat een zoon wordt gebaard
uit mijn schoot die ik rein heb bewaard?
Zeg het mij."
Maar hij, vol eerbied, sprak haar toe
in woorden wijkend als gezangen:

Verheug u, ingewijde,
in een onzegbaar raadsgeheim.
Verheug u, schatbewaarster
van een verzegeld godsgeheim.
Verheug u, voorspel
van Christus' wonderdaden.
Verheug u, vruchtbegin
van zijn rijk der genade.
Verheug u, hemelladder
waarlangs God is afgedaald.
Verheug u, brug
die de aardbewoners in de hemel binnenhaalt.
Verheug u, wonder,
vol weelde voor de engelen
Verheug u, wonde,
vol wee voor de duivelen.
Verheug u , die het Licht
op onuitsprekelijke wijze baart.
Verheug u, die niemand
het 'hoe' van dit gebeuren openbaart.
Verheug u, der wijzen wijsheid
gaat gij te boven.
Verheug u: gij verlicht het hart
van allen die geloven.
VERHEUG U, BRUID, ALTIJD MAAGD.

4.

Door Gods kracht overschaduwd
heeft de maagd toen ontvangen,
zij die nooit door een man werd benaderd.
En haar moederschoot nimmer bevrucht,
werd een akker gelijk, waar verrukt
alwie wil
de vruchten der verlossing plukt,
zingend om de oogst die gij vergadert:
ALLELUJAH

STASIS I / ZANG 3

5.

En de maagd, toen haar schoot de
Zoon van God hield omsloten,
bezocht Elisabeth haar genote;
door wier kindje haar groet, zeer verheugd
werd beantwoord, daar 't opsprong van vreugd,
- springende
als zingende - de moeder Gods
begroetend door zijn jubelstoten:

Verheug u, rank
van een onsterfelijke stam;
Verheug u, grond
die onbederfelijke vrucht opnam.
Verheug u, die de Hovenier
der mensenliefde teelt.
Verheug u, gij die de Verwekker
des levens 't leven mededeelt.
Verheug u, moeder-aarde, weelde
van Gods ontferming, openbloeiend.
Verheug u, tafel van de rijkdom
der verzoening overvloeiend.
Verheug u, die in bloesem zet
de weide onzer zaligheid.
Verheug u, die voor onze zielen
een veilige haven toebereidt.
Verheug u, heerlijk-geurende
wierook van gebed.
Verheug u, zoenbede,
die heel de wereld redt.
Verheug u, welbehagen
van God in de mensen.
Verheug u, vrije toegang
van de mensen bij God.
VERHEUG U, BRUID, ALTIJD MAAGD.

6.

Fel werd Jozef, de vrome,
aangevochten van binnen,
in folterende tweestrijd gekomen,
toen hij u, die hij maagd had geacht,
in geheime betrekkingen dacht.
Smetloze!
Hoe juichte hij bevrijd, toen hij
't werk van de Geest Gods had vernomen:
ALLELUJAH

STASIS II / ZANG 4

7.

Glorie-zingende koren
melden Christus' geboorte.
De herders die de jubelzang horen,
gaan met spoed naar de grot waar Hij kwam
als de Herder, en vinden het Lam
zonder smet,
al weidend op Maria's schoot.
Haar prijzen zij hoog-uitverkoren:

Verheug u, moeder
van het godslam, de Hoeder.
Verheug u, grot
voor de schapen van God.
Verheug u, sterke burcht,
die de onzichtbare vijand stuit.
Verheug u, die de poorten
van het paradijs ontsluit.
Verheug u, nu de hemel
jubelend naar de aarde buigt.
Verheug u, nu de aarde
met de hemel danst en juicht.
Verheug u, nimmer-zwijgende
stem der apostelschare.
Verheug u, nooit-bezwijkende
moed van de martelaren.
Verheug u, sterke stad
vesting van geloof.
Verheug u, baken van genade.
nimmer gedoofd.
Verheug u, die ontwapent
de helse legermacht.
Verheug u die ons uitrust
met zegekracht.
VERHEUG U, BRUID, ALTIJD MAAGD.

8.

Hoor hoe wijzen hun tochten
naar de ster van God richtten,
en door haar licht geleid, Hem bezochten.
Als een fakkel haar voerend in top,
speurden zij de Onspeurbare op,
Heer van 't al;
en vonden de Onvindbare

in 't Kind dat zij aanbidden mochten.
ALLELUJAH

STASIS II / ZANG 5

9.

In vrouwlijke handen
zagen de ChaldeeŽrs
de Schepper die de mens eigenhandig
had gevormd. Hem erkennend als Heer,
in de vorm van een slaaf zonder eer,
brachten zij
Hem hulde - de gezegende
begroetend - met hun offeranden.

Verheug u, bron
van de Ster die nooit ondergaat.
Verheug u dageraad
van de mystieke Dag.
Verheug u, die dooft
het vuur dat de mens verleidt.
Verheug u, die verlicht
de ingewijden der Triniteit.
Verheug u, die de mensenhater
Satan uit zijn rijk verjaagt.
Verheug u, die de mensenminnaar
Christus naar de mensen draagt.
Verheug u, gij die ons ontrukt
aan de slavendienst der afgoderij.
Verheug u; uit de modderpoel
van het bederf maakt gij ons vrij.
Verheug u; aan de vuuraanbidding
hebt gij een eind gesteld.
Verheug u; van de vuurverslinding
der driften breekt gij het geweld.
Verheug u, gids die leidt
der gelovigen gedachten.
Verheug u blijdschap
van alle geslachten
VERHEUG U, BRUID, ALTIJD MAAGD.

10.

Juichend konden de wijzen,
godsherauten geworden,
weer naar het land van Babylon reizen.
Uw vermaningen voerden zij uit,
en de Christus beleden zij luid
overal.
Herodes tot zijn razernij,
misleidend, mochten zij u prijzen:
ALLELUJAH

STASIS II / ZANG 6

11.

Klaarheid kwaamt gij ontsteken
in het land van Egypte,
en 't duister van de dwaling doorbreken,
toen, Verlosser, aldaar door uw macht
alle afgoden werden ontkracht,
neergeveld.
En 't volk, zo van zijn juk bevrijd,
kon dankbaar tot Gods moeder spreken:

Verheug u, heropstanding
der mensenzonen.
Verheug u, verplettering
van de demonen.
Verheug u, die de dwaling
haar kracht ontnaamt.
Verheug u, die 't bedrog
der idolen beschaamt.
Verheug u, zee die deed verdrinken
Farao, de helse vorst.
Verheug u, rots die geeft te drinken
aan alwie naar het leven dorst.
Verheug u, vuurzuil, weggeleide
voor alwie door het duister schrijden.
Verheug u wolk, die wereldwijd
over ons uw schutse spreidt.
Verheug u, die het manna
vervangt door levend Brood.
Verheug u, gij die ons
het heilig feestmaal bood.
Verheug u, land
van belofte, gegroet.
Verheug u, die een overvloed
van melk en honing stromen doet.
VERHEUG U, BRUID, ALTIJD MAAGD.

12.

Lang moest Simeon leven
om t' geluk te aanschouwen,
dat hem vlak voor zijn dood werd gegeven,
toen hij 't Kind in zijn armen ontving,
welbewust dat hij God zelf ontving:
Licht uit Licht.
En schouwend uw onzegbare wijsheid
heeft hij vervoerd zijn stem verheven:
ALLELUJAH

STASIS III / ZANG 7

13.

Mensgeworden op aarde
heeft de schepper zijn schepping
vernieuwd, toen Hij zich ons openbaarde.
Zonder zaad uit een meisje verwekt,
liet Hij haar zo zij was: onbevlekt.
Dit geheim
beschouwend zingen wij haar toe,
haar zaligprijzend die Hem baarde:

Verheug u, bloem,
nooit-verwelkte.
Verheug u, kroon
van sterkte.
Verheug u, die schitterend
de verrijzenis voorafbeeldt.
Verheug u, die in uw leven
het engelenleven uitbeeldt.
Verheug u, boom vol vruchten
waaraan zich voeden alle vromen.
Verheug u, bos vol schaduw,
waar velen schuilen komen.
Verheug u, die draagt
der zwervelingen Leider.
Verheug u, die baart
der gevangenen Bevrijder.
Verheug u, die vermoogt te verbidden
de Rechter der gerechtigheid.
Verheug u, want om u scheldt Hij
gevallenen hun schulden kwijt.
Verheug u, gordel die omgordt
allen die de moed ontzonk.
Verheug u liefde, die verteert
elke liefdevonk.
VERHEUG U, BRUID, ALTIJD MAAGD.

14.

Nu - de hoogheid voor ogen
dezer wondere geboorte -
de greep van deze wereld onttogen,
richten wij op de Hoogste ons hart,
die het laagste om ons heeft aanvaard:
klein werd Hij,
om ons te heffen hemelhoog,
die dankbaar Hem bezingen mogen:
ALLELUJAH

STASIS III / ZANG 8

15.

Op onze aarde verschenen
was het woord onomschreven
en geenszins uit de hemel verdwenen.
Zijn afdaling was goddelijk geschied;
een verandering van plaats was het niet.
Mens werd Hij
uit een door God verkoren maagd,
die deze woorden mocht vernemen:

Verheug u, vat
van de onvatbare God.
Verheug u, toegang tot
een onschatbaar mysterie.
Verheug u, steen des aanstoots
voor hen die niet geloven.
Verheug u, wankelloze rots
voor alle gelovigen.
Verheug u, heilige wagen
van Hem die troont op de cherubijnen.
Verheug u, heerlijke woontent
van Hem die woont op de serafijnen.
Verheug u, die twee tegenpolen
tot ťťn geheel herleidt.
Verheug u, gij die moederschap
vereent met maagdelijkheid.
Verheug u, die de zonde uit 't paradijs
verjaagt, voorgoed.
Verheug u, die de poort
van 't paradijs weer opendoet.
Verheug u, sleutel
van Christus' koninkrijk.
Verheug u, hoop
op zijn zegen, oneindig-rijk.
VERHEUG U, BRUID, ALTIJD MAAGD.

16.

Pal-verbijsterd, verslagen
stond de wereld der engelen,
die 't wonder van uw Menswording zagen.
d'Ongenaakbare God zien ze als Kind,
waartoe iedere mens toegang vindt.
Mens als wij
werd Hi, en levend in ons midden
hoort Hij het danklied dat wij dragen:
ALLELUJAH

STASIS III / ZANG 9

17.

Quasi-machtige retoren
zien wij sprakeloos worden
voor 't Woord dat uit uw schoot werd geboren.
Want zij vinden geen taal die verklaart
hoe gij, maagd blijvend, Hem hebt gebaard,
moeder Gods.
Maar wij bewonderen dit geheim
en wij bezingen u in koren:

Verheug u, schatkist
van Gods wijsheid.
Verheug u, schatkamer
van zijn voorzienigheid.
Verheug u, die de onwijsheid
der wereldwijzen bewijst.
Verheug u, die de meesters der woordkunst
woordeloos terugwijst.
Verheug u, nu de twistdisputen
der sofisten zijn beschaamd.
Verheug u, die de fabeldichters
alle kracht ontnaamt.
Verheug u: spitsvondige vangnetten
van de Atheners worden onthuld.
Verheug u: de simpele visnetten
der GalileeŽrs raken vervuld.
Verheug u, die velen uit de afgrond
der onwetendheid opricht.
Verheug u, die ontelbaren
met ware wetenschap verlicht.
Verheug u, reddingboot voor hem
die naar het eeuwig heil wil varen.
Verheug u, haven van behoud
voor wie drijft op de levensbaren.
VERHEUG U, BRUID, ALTIJD MAAGD.

18.

Redden wilde Hij 't leven
van zijn eigene schepping
en kwam tot ons, door liefde gedreven.
Hij was Heer en Gebieder als God,
die, verschenen als mens, 't mensenlot
op zich nam.
Aan ons gelijk, heeft Hij ons zo
tot zijn gelijkenis verheven:
ALLELUJAH

STASIS IV / ZANG 10

19.

Schutsmuur zijt gij der maagden,
maagd en moeder des Heren,
toevlucht voor wie zijn nood bij u klaagde.
Want de Maker van hemel en aard
heeft in u zich een woning bewaard:
ongerept.
En ons heeft Hij het lied geleerd,
dat van uw hoge macht gewaagde:

Verheug u, zuil
van zuiverheid.
Verheug u, poort
die naar 't heil geleidt.
Verheug u, de vernieuwde schepping
van de Geest vindt in u begin.
Verheug u; goddelijke gaven
stromen door u de wereld in.
Verheug u, want uit u herboren
zijn die in schande ontvangen waren.
Verheug u; die 't verstand verloren
brengt uw vermaning tot bedaren.
Verheug u; door uw Zoon wordt het werk
van de Gifmenger afgebroken.
Verheug u; de Zaaier der zuiverheid
is uit uw schoot ontloken.
Verheug u, bruidskamer
der maagdelijke gemeenschap.
Verheug u, die de gelovigen
met de Heer verenigt.
Verheug u, liefelijke leidsvrouw
van alwie de Heer toebehoren.
Verheug u; gij voert tot de Bruidegom
allen die Hij heeft verkoren.
VERHEUG U, BRUID, ALTIJD MAAGD.

20.

Tracht een hymne, uw geschenken
in ťťn zang te bezingen,
nooit kan zij al uw gaven gedenken.
Ook al zongen w'U zangen, talrijk
als het zand aan de zee - ongelijk
blijven wij
aan wat Gij, heilige Koning zelf,
ons schenkt, die U de lofkreet schenken:
ALLELUJAH

STASIS IV / ZANG 11

21.

Uit het donker aanschouwen
wij een lamp, ons bestralend,
de heilige maagd, een klare flambouwe.
Zij ontstak hier 't onstoffelijk licht,
en heeft zo op Gods kennis gericht
't mensenhart.
Haar die ook onze ziel verlicht,
eren wij als de hoogste vrouwe:

Verheug u, straal
van de geestelijke Zon.
Verheug u, vonk
uit heilige Bron.
Verheug u, bliksemflits
die de zielen ontvlamt.
Verheug u, donderslag
die de vijand verlamt.
Verheug u, want uit u gaat op
het Licht dat opklaart het heelal.
Verheug u, want uit u ontspringt
de Stroom die heel de schepping doorstromen zal.
Verheug u; 't doopsel van genezing
brengt gij in beeld.
Verheug u, die de wonden
van onze zonden heelt.
Verheug u, bad, waarin 't geweten
zuivergewassen wordt.
Verheug u, vat waarin de dranken
der vreugden Gods zijn uitgestort.
Verheug u, die de hoogste geur
van de balsem Christi spreidt.
Verheug u, levensfleur
van de mystieke bruidsmaaltijd.
VERHEUG U, BRUID, ALTIJD MAAGD.

22.

Vrij besloot Hij te lijden
heel het debet der mensheid
vereffend, de schuld ouder tijden.
En als vreemdeling woont Hij, ontheemd,
bij degenen die waren vervreemd
van hun grond.
Maar nu de schuldbrief is verscheurd,
hoort Hij het danklied der bevrijden:
ALLELUJAH

STASIS IV / ZANG 12

23.

Wij, o moeder des Heren,
die uw Zoon, God, bezingen
wij willen als zijn tempel u eren.
Die het Šl in zijn handpalm omsloot,
sloot zich op, als uw kind, in uw schoot,
God de Heer.
Hij heiligde en verheerlijkte u,
en kwam ons 't lied der vreugde leren:

Verheug u, woontent
van God het Woord.
Verheug u, heiligdom
dat het heilige der heilige overgloort.
Verheug u, verbondsark,
door de Geest verguld.
Verheug u, schrijn,
van het leven vervuld.
Verheug u, schitterende bekroning
van de godgetrouwe koning.
Verheug u, eer en trots
van elke priester Gods.
Verheug u, onwankelbare
toren van de Kerk.
Verheug u, van het Godsrijk
onneembaar vestingwerk.
Verheug u: door uw hand
wordt de vredesbanier geheven.
Verheug u, want de vijand
wordt door u verdreven.
Verheug u, genezing
van mijn lichaam.
Verheug u, verlossing
van mijn ziel.
VERHEUG U, BRUID, ALTIJD MAAGD.

24.

Xtus, 't Woord dat gij baarde
is de Heilige der heiligen,
o Moeder, zeer verheerlijkenswaardig.
Neem dit lied, ons geschenk, in ontvangst,
en bevrijd ons van onheil en angst,
heel en al.
Behoed ons voor de toorn die dreigt,
en laat Hem onze lof aanvaarden:
ALLELUJAH


© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen