× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 1652  Marie-Amice Picard

Info afb.

Marie-Amice Picard, St-Pol-de-Léon, Bretagne, Frankrijk; gestigmatiseerde; † 1652.

Sterfdag 25 december.

Marie-Amice Picard (1599-1652) was een groot mystica. Net als Sint Franciscus en in onze dagen Pater Pio en Marthe Robin was ze getekend met de stigmata van de gekruisigde. Vanaf 1635 tot aan haar dood leefde ze in Saint-Pol-de-Léon. Ze is gestorven in geur van heiligheid op kerstmis 1652. Ze werd begraven in de kathedraal van Saint-Pol-de-Léon.

Ze werd op 2 februari 1599 geboren in het gehucht Guiclam, en op diezelfde dag gedoopt in de kerk van Guimiliau. Maria-Amice bezocht gedurende haar kindertijd die kerk, omdat die dichtbij was. Op advies van haar geestelijk leidsman en van pastoor Guillerm van Guimilau kwam ze in december 1635 naar Saint-Pol. Daar bleef ze tot haar dood.

In die vijftien jaar gebruikte ze als voedsel alleen maar de eucharistie. Haar lijden leek steeds op het lijden van de heilige van de dag.

Ze was een soort levend martyrologium (heiligenboek); zij was behept met de stigmata van onze Heer en van zijn heiligen. Op de vooravond van het feest van een heilige onderging zij diens lijden. Haar kwellingen begonnen rond zo’n uur of twee, drie in de namiddag, als de klokken luidden voor de eerste vespers van hun feest.

Tijdens die pijnaanvallen was zij van de wereld. Op de vooravond van Sint Jan de Doper was het haar of zij haar hoofd kliefden; met Sint Bartolomeus voelde zij zich gevild; met Sint Laurentius werd zij op een gloeiend rooster gelegd; met Sint Ignatius (van Antiochië) zag zij de woedende leeuwen die haar wilden verscheuren. Op de vooravond van Sint Maarten kreeg zij een zwaardslag tegen haar keel. Zij werd gegeseld met loden kogeltjes; op de vooravond van de Veertig Martelaren werd zij in een ijzig meer gegooid. Op 19 januari doorboorden haar de pijlen van Sint Sebastiaan. Op 5 mei voelde zij de brandwonden van Sint Jan (de Evangelist). Pater Maunoir getuigt dat hij op de vooravond van Sint Jan de Doper op haar hals bloedige littekens zag. Op de feesten van Kruisvinding en Kruisverheffing spatte het bloed uit haar vijf wonden. In de Goede Week ging zij zelf door alle fasen van Jezus’ lijden heen: ze werd gegeseld, met doornen gekroond; er werd met grote kracht aan haar lichaam getrokken en gesleurd, alsof men haar beenderen verschoof.

Die pijnigingen duurden tot eerste paasdag. Of als ze te communie was geweest bleef ze een paar uur in extase achter, en was bevrijd van de pijn. Die extases konden langer of korter duren: soms twee uur, dan weer vanaf het moment dat ze te communie was geweest tot in de avond. Eén keer zelfs nog de hele nacht daarna tot acht uur de volgend morgen. Op die momenten toonde God haar het geluk van de heilige martelaren. Vandaar dat ze er toch telkens getroost en gelukkig uit te voorschijn kwam. Vaak zag zij evangelische taferelen, of het feest van de dag, of ook ontving ze in haar ‘mystieke slaap’ hoge mededelingen vanuit de hemel en buitengewone inzichten ten dienste van haar eigen heil of dat van haar naasten.


Bronnen
[Overgenomen van infobord kathedraal St-Pol, Bretagne, Frankrijk; Dries van den Akker s.j./2011.06.04]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen