× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
Preek Witte Donderdag n.a.v. Johannes

'Aan de heidenen overgeleverd'
Preek Witte Donderdag 1975
Uit: Dries van den Akker s.j. 'Als er zoveel ellende is... Verhalen over God'; Tielt, Lannoo, 1980 pp.173-177

Op de vooravond van Jezus' lijden en sterven, Witte Donderdag, viert de Kerk het feest van Eucharistie of Avondmaal. Een groot feest. En nu zult u het allemaal wel eens meegemaakt hebben, als u feest had, dat je een cadeau kreeg, waar je niets mee kon beginnen, en waarvan je de waarde niet kon inzien. Een drijfschaal bij voorbeeld. En hoe gaat dat met zoiets? Bij een volgende gelegenheid, als een ander een feest heeft, neem je dat onmogelijke ding mee om cadeau te geven. En zo gaat het van feest tot feest, van hand tot hand, todat wellicht iemand er de waarde van onderkent, en er blij mee is.

Of het is zoals op de bouwerij. Je hebt een steen waar je niets mee kunt beginnen; hij past nergens. De bouwlieden gooien hem tenslotte op de stapel onmogelijke gevallen, en niemand kijkt er meer naar om. Todat er wellicht een metselaar komt die precies die steen kan gebruiken. Die maakt er misschien zelfs de sluitsteen van; of hij ontdekt, dat juist deze onmogelijke steen de hele constructie kan dragen.

Zoiets is er met Jezus aan de hand. Hij gaat van hand tot hand. We horen Paulus zeggen, dat hij aan de kerk van Korinte overlevert wat hij van de Geest Gods heeft ontvangen (1e Brief aan de KorintiŽrs 01,23-25). En waar komt die Geest vandaan? Bij Johannes lezen we, dat Jezus aan het kruis 'de geest gaf', aldus de vertaling. Maar in het Grieks staat er, dat Jezus de geest... overleverde. Maar hoe kwam Jezus aan het kruis? Jezus was aan de Joden overgeleverd om gekruisigd te worden, door Pilatus. Dat was gekomen, doordat Pilatus aan de Joden had gevraagd: "Moet ik dan jullie koning kruisigen?" Toen hadden de Joden geantwoord: "We hebben geen andere koning dan de Caesar, de keizer van Rome." Een verschrikkelijk antwoord.

Maar hoe was Pilatus aan Jezus gekomen? Jezus was aan Pilatus overgeleverd door het volk en de hogepriesters. En hoe was Jezus in hun handen gevallen? Judas had Jezus 'verraden' zegt de vertaling, maar in het Grieks staat er: overgeleverd. Zo lezen we in Johannes' evangelie, dat tijdens de voetwassing de duivel al aan Judas het plan had ingegeven Jezus over te leveren. En even verderop zegt Jezus, dat ze niet allen rein zijn, "want Hij wist wel, wie Hem zou overleveren."

Als er ťťn woord dikwijls valt op deze dag, dan is dat het woord 'overleveren'. Vandaag is het feest van de apostolische overlevering. En daar hoort die van de apostel Judas ook bij! Het is goed hierbij te bedenken, dat het woord 'Judas' eenvoudig 'Jood' betekent. En ik heb de indruk, dat in Johannes' evangelie Judas telkens staat voor 'de' Jood in het algemeen; de Jood, het Joodse volk, zoals dat Jezus heeft overgeleverd. En dat, terwijl er tussen God en de Joden een bloedverwantschap bestond; een verbond. We horen in Exodus 12 van het lam, waarvan het bloed op de huizen van IsraŽl gestreken moest worden. Zo werd het huis van IsraŽl gered van de dood die rondwaarde in de Egyptische duisternis. Bloed is leven en behoort aan God. Je hůůrt het verbond dat straks in de woestijn gesloten wordt, alweer met bloed, dat over het volk en het altaar (dat stelt de tegenwoordigheid van God voor) uitgesprenkeld wordt. Tussen God en het Joodse volk bestaan banden des bloeds; bloedverwantschap. Daar kan een Jood nooit meer onderuit, ook al zou hij willen.

De Joden zijn Gods kinderen. Hoe graag en vaak spreekt het Oude Testament over de hartelijke verstandhouding die er bestaat tussen God en zijn zoon IsraŽl. Ja, de Joden zijn zelfs koningskinderen. Niet voor niets bad Jezus als Joodse jongen en later als rabbi: "Onze vader, uw koningschap kome." En dan klinkt daar die verschrikkelijke roep, die Johannes uit de mond van de Joden heeft opgetekend: "Wij hebben geen andere koning dan Caesar!" De Joden beschouwden hun God niet langer als koning; ze zijn niet langer kinderen van God. Ze hebben zich geschaard onder de Caesar der heidenen, en zijn voortaan zelf heidenen. God is aan de heidenen overgeleverd. Judas leverde Hem over aan het volk en de hogepriesters; de Joden leverden Hem over aan Pilatus, de heiden. Pilatus leverde Hem weer over aan de Joden, die nu ook heidenen genoemd moeten worden; om Jezus — op zijn heidens! — te kruisigen.

Als God bestaat, dan is Hij aan de heidenen overgeleverd. En dan staat Johannes voor de vraag: Laat God dat nou allemaal toe? Is Hij zo willoos, dat Hij maar met zich laat doen? Waarom laat Hij niets van zich horen? Gaat het Hem dan niet aan het hart, dat zijn volk — waarmee Hij 2000 jaar geschiedenis had — Hem zomaar laten vallen? Dan staat er bij Johannes het onpeilbare woord: "Aan het kruis leverde Jezus zijn Geest over." God neemt zelf de beweging van de overlevering over, en voegt zich hierin! Hij heeft zich aan de heidenen overgeleverd. Paulus wist dat ook: Jood of heiden, het maakt nu geen verschil meer. Want nu zijn volk Hem had laten vallen, had God geen kinderen meer, geen volk, geen huis meer om te redden; om lief te hebben — en dat doet Hij zo graag. Welnu, als Hij geen eigen volk meer had, dan zouden alle mensen, Jood of heiden, door Hem bemind worden. Want Hij kan niet anders. Hij maakte dus een nieuw begin: met een nieuw volk, nieuwe kinderen, een nieuw verbond, een nieuw lam, nieuw bloed, een nieuw huis: de Kerk; een nieuwe overlevering.

Jezus aan het kruis leverde zijn Geest over. Paulus ontving van die Geest de overlevering. Niet hij alleen; alle apostelen. Paulus leverde Jezus over aan de kerk van Korinte; de apostelen aan de andere kerken; aan de Kerk. Zo ontstond de apostolische overlevering van apostel op apostel, van geslacht op geslacht, tot op de huidige dag; tot vanavond, hier bij ons. Vanavond herhalen wij de nacht, waarin Hij werd overgeleverd. God levert zich aan ons over; als liefde. Augustinus, een bisschop van rond het jaar 400, zegt: "Onze liefde is zijn liefde in ons. Onze liefde is God, neergelegd in ons hart"; overgeleverd in onze handen.

Een nieuw verbond met een nieuw gebod: de liefde. "Ubi caritas et amor, Deus ibi est: Waar liefde is en vriendschap, daar is God."

Als er ooit een dag is in het jaar om Gods geschenk te overwegen, dan wel de Witte Donderdag. Laten wij het ontvangen. En erbij gedenken hoeveel het gekost heeft; hoeveel pijn, hoeveel lijden, hoeveel liefde. Laten wij God ontvangen en in ons opnemen, en Hem op onze beurt weggeven en overleveren.


© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen